Wat als opeens iemand beweert dat hij jou is?

Identiteitsfraude Kevin Goes (31) vond het eerst een goed verhaal, dat iemand anders zich voor Kevin Goes uitgaf. Tot het incassobureau hem niet meer geloofde. Hoe bewijs je dat je jezelf bent?

Foto Lars van den Brink

Misschien besefte hij pas dat zijn identiteit gestolen was, toen hij hoorde hoe iemand anders zijn naam uitsprak alsof die van hem was. Toen Kevin Goes zijn identiteitsdief belde, werd er niet opgenomen. ‘Dit is de voicemail van Kevin Goes’, hoorde hij. Zíjn naam, maar de stem leek niet op die van hem. Het voicemailbericht klonk overtuigend. Stond hij daar, volwassen man, te trillen in de gang op zijn werk.

Op een woensdag in april 2015 kreeg Kevin Goes (31) een brief van een incassobureau. Met zijn naam, zijn geboortedatum en een vordering van bijna 13.000 euro huurschuld in Dordrecht. Hij woonde in Heerlen, in Dordrecht was hij nog nooit geweest.

Goes plaatste de brief op Facebook: kijk nou wat mij overkomt. Toen dacht hij nog dat de brief niet voor hem was bedoeld. Een meisje dat hij uit de kroeg kende, reageerde. Zij werkte bij het incassobureau. Stuur me een privébericht, schreef ze.

Via het meisje kwam Kevin Goes erachter dat zijn identiteit was gestolen. De dieven hadden zijn naam, geboortedatum en burgerservicenummer gebruikt om het huis in Dordrecht te huren. Op dat adres was een wietplantage aangetroffen. Omdat meteen duidelijk was dat Goes het huis niet zelf had gehuurd, hoefde hij de huurachterstand niet te betalen.

Geen paniek

Goes is journalist, werkt bij BNR Nieuwsradio en woont inmiddels in Amsterdam. Na die eerste incassobrief raakte hij niet meteen in paniek, zegt hij. Een goed journalistiek verhaal, dacht hij eerst nog.

Hij ging op zoek naar zijn identiteitsdief. Het meisje van het incassobureau gaf hem alle gegevens en documenten die zij van de huurder had gekregen. Een telefoonnummer, een rekeningnummer, een kopie van zijn paspoort en loonstroken. Op de vraag of dat wel mocht, zegt Goes: „Die gegevens zijn van mij.” Dat de identiteitsdief met zijn foto op Goes’ paspoort gaat staan, „moet hij zelf weten”.

Die eerste keer, met de huurschuld in Dordrecht, liep het voor Kevin Goes goed af. Hij kon toen nog niet voorzien wat er nog zou komen. Nu noemt hij zichzelf naïef.

De tweede brief kwam een maand later. Weer een huurachterstand, dit keer van 3.000 euro in Amsterdam. Goes belde het incassobureau, een ander kantoor, om uit te leggen dat hij nooit een huis in Amsterdam gehuurd had. Ze geloofden hem niet. Hij werd gedagvaard.

Goes ging ervan uit dat het ook dit keer goed zou komen. Gewoon naar de rechter, laten zien dat je niet de donkere jongen bent die op het valse paspoort afgebeeld staat. Maar Goes werd niet op zijn woord geloofd. In de rechtbank kreeg hij voor het eerst het gevoel dat hij de controle kwijt was.

Nieuw paspoort

Het werkte niet in zijn voordeel dat hij inmiddels een nieuw paspoort had aangevraagd – zijn oude voelde besmet. Nu kwam zijn paspoortnummer niet meer overeen met het paspoortnummer dat zijn identiteitsdief gebruikte. Hoe toon je dan aan dat je jezelf bent?

„Je hebt een paspoort, er zijn mensen die jou kennen”, zegt Goes. „Maar die ander heeft ook een paspoort en misschien ook wel mensen die zeggen dat hij het is. Hoe maak je duidelijk dat jij iemand anders bent dan degene die ze zoeken?” Hij heeft nog steeds geen antwoord op die vraag.

Goes kwam erachter dat identiteitsdiefstal veel vaker voorkomt. Volgens de laatste CBS-cijfers wordt vijfhonderd keer per dag fraude met identiteitsgegevens gepleegd. Die cijfers zijn vijf jaar oud, recentere cijfers ontbreken. Hoe omvangrijk het probleem is, is niet bekend.

De zus van Kevin Goes is advocaat. Toen zij zich ermee begon te bemoeien, veranderde het incassobureau in een pitbull, zegt hij. „Ik zou onvoorzichtig zijn geweest met mijn paspoort, het ergens hebben laten slingeren.”

Natuurlijk heeft hij daar over nagedacht. Had iemand zijn paspoort in handen gehad? Had hij een kopie ervan op zijn computer staan? Ergens in de cloud? „Een paspoort geef je makkelijk af – bijvoorbeeld op vakantie – en daar kan misbruik van worden gemaakt. Hackers speuren computers af met de woorden ‘paspoort’, ‘passport’, ‘pasaporte’, weet hij nu. Zo halen ze duizenden paspoorten binnen. „Als je het document alleen naar jezelf noemt, is het veel moeilijker te vinden.”

Hotelbalie

Hij weet nog steeds niet wanneer zijn identiteit gestolen is. Het kan op vakantie in Turkije zijn gebeurd, daar heeft hij zijn paspoort een nacht bij een hotelbalie laten liggen.

Tien opdrachtgevers heeft hij door de jaren heen gehad. Hadden ze nog een kopie van zijn paspoort, wilde hij weten. Vijf werkgevers stuurden een mailtje: ja. „Jouw werkgever heeft ook een kopie van jouw paspoort op de computer staan”, zegt hij.

De beschuldiging van het incassobureau dat hij slordig was geweest, was ongegrond, vond Goes. Het maakte hem boos, hij kon het niet goed achter zich laten. Het was allang geen goed verhaal meer. Het voelde als persoonlijke aanval.

De zoektocht naar zijn identiteitsdief bleek ingewikkelder dan verwacht. Dankzij de woningbouwvereniging in Dordrecht had hij veel sporen, maar ze liepen allemaal dood. De nep-Kevin nam zijn telefoon niet op, e-mails werden niet beantwoord, zijn bankgegevens waren vervalst. In Dordrecht had de fraudeur één maand huur betaald. Maar met een storting, cash afgeleverd bij een bank. Het Italiaanse restaurant waar de nep-Kevin zou werken, op het Amsterdamse Spui, was failliet. „De fraudeurs wisten goed wat ze aan het doen waren”, zegt Goes. Hij denkt dat ze dit tientallen keren eerder hebben gedaan. Hoe dat precies in z’n werk gaat weet hij niet.

Identiteitsfraude staat nooit op zichzelf. Gestolen paspoorten worden gebruikt om iets te verbergen. Een wietplantage, afpersing, een gezochte crimineel. „Soms was het eng”, zegt Goes. „Je gaat achter een organisatie aan die je niet kent. Je weet niet wat ze doen, met wie je te maken hebt.” Bedreigingen heeft hij nooit gehad, maar „het kan net zo goed een criminele bende zijn. Daar zit jij dan in te peuteren.”

Hoe weten we nu dat dit de echte Kevin Goes is, vraagt de fotograaf voordat hij wegloopt. Goes hoort die grap bijna dagelijks. „Nu kan ik erom lachen. Maar tijdens de rechtszaak dacht ik: houd hiermee op.”

Hij heeft geluk gehad, beseft hij. Met zijn zus de advocaat, en omdat hij niet op de jongen van het valse paspoort lijkt. De rechter geloofde hem uiteindelijk. De nep-Kevin was vlak voor de zitting opgepakt toen hij voor de derde keer een huis probeerde te huren, in Nijmegen dit keer. Hij vertelde dat hij in Heerlen woonde en in Amsterdam werkte. Nu wilde hij ergens in het midden wonen.

De woningbouwverening vond het een ongeloofwaardig verhaal, googelde hem, kwam op de blogs die Kevin over zijn identiteitsdiefstal schreef en liet de fraudeur nog eens terugkomen, maar dit keer met de politie erbij.

Rotleven

Goes weet nu wie er al die tijd met zijn identiteit rondliep – hij gaat ervan uit dat het om één persoon gaat. Hij heeft de uitgeschreven versie van het politieverhoor via zijn zus gekregen. Het was een 25-jarige Nederlander, die in Amsterdam bij zijn moeder woonde, en zich in een club had laten verleiden aan de fraude mee te werken. Goes weet niet of zijn verhaal waar is. „Maar als er ook maar iets van waar is, heeft hij een rotleven. Hij kreeg 200 euro om met dit paspoort een huurcontract te ondertekenen. Het gaat niet goed met je, als je dat doet.”

Kevin Goes heeft zijn identiteit weer terug. Het paspoort is vorige maand verlopen. De fraudeur zit nog vast, er komt nog een rechtszaak. Maar Goes heeft niet langer het gevoel dat zijn paspoort veilig is. „Twee weken geleden is mijn fiets gestolen. Drie dagen later had ik een nieuwe en dacht ik niet meer aan mijn oude fiets. Maar zelfs met een nieuw paspoort voelt mijn identiteit nog besmet. Voor de rest van mijn leven loop ik rond met iets wat ik niet vertrouw.”

Kevin Goes, ‘Mijn gestolen leven, identiteitsfraude in Nederland’, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 160 blz., 18,99 euro.

    • Romy van der Poel