Hacksaw Ridge Mel Gibson laat zich nog niet afschrijven

Over Mel Gibson valt veel te zeggen – en niet altijd veel goeds. Maar oorlogsfilms maken kan hij als weinig andere regisseurs. Dat liet hij eerder zien in grote successen zoals Braveheart (1995), waarin hij zelf een Schotse strijder tegen de Engelse overheersers speelde, en Apocalypto (2006), zijn film over de ondergang van de Maya-beschaving.

Hacksaw Ridge, zijn nieuwe film, is bescheidener van opzet. Gibson vertelt het op feiten gebaseerde verhaal van Desmond Doss die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst nam in het Amerikaanse leger, maar vanwege religieuze gewetensbezwaren weigerde om daadwerkelijk de wapens op te nemen. Als verpleger aan de frontlinie toonde hij niettemin buitengewone moed en redde vele kameraden het leven. Gibson lijkt er niet minder dan een Godswonder in te zien.

Hacksaw Ridge is zijn eerste regie in tien jaar. De uitgesponnen gevechtsscènes brengt hij tamelijk bloederig en met buitengewone precisie en overtuigingskracht in beeld. Gibson kwam meer dan eens in opspraak door krankzinnige uitspraken over joden, meestal onder invloed van alcohol. In Hollywood kwam hij daarna nauwelijks meer aan de bak. Of zijn nieuwe film hem terug zal weten te brengen op de A-lijst van de Amerikaanse filmindustrie, valt te bezien. Maar louter op eigen merites beoordeeld is Hacksaw Ridge een film die niet valt te negeren.