Groot grondoffensief tegen Aleppo

Syrië

Terwijl 250.000 mensen vastzitten in deels door rebellen bezet Aleppo rukken Syrische troepen op naar de stad.

Syrische regeringstroepen zijn dinsdag begonnen aan een grootschalig grondoffensief in de Syrische stad Aleppo. Het is een van de grootste grondaanvallen in maanden op de stadsdelen die in handen zijn van de rebellen. Het offensief is gericht op de oude stad en op enkele belangrijke toegangswegen. Volgens de rebellen rukten de regeringstroepen, waaronder milities uit Iran, Irak en Libanon, op vanuit het noorden en het zuiden.

Het oosten van Aleppo is nog in handen van de rebellen, het westen van regeringstroepen. Het oostelijk deel is compleet afgesloten van de buitenwereld, waardoor ongeveer 250.000 mensen vastzitten zonder voldoende drinkwater, eten, medicijnen en elektriciteit. De VN en internationale hulporganisaties kunnen de belegerde gebieden niet bereiken.

Het regime lijkt erop uit om het zogenoemde ‘nuttige Syrië’ te veroveren. Dat zijn de vier grootste steden in het westen: Damascus, Aleppo, Homs en Hama, en de provincies die grenzen aan de Middellandse Zee. Aleppo, voor de oorlog de grootste stad van Syrië, is een belangrijke prijs. Het is de laatste stad in het westen van Syrië die nog (deels) in handen is van de oppositie. Als Aleppo volledig in handen valt van het regime, dan behaalt president Assad misschien wel zijn grootste zege van de oorlog.

Maar het is lang niet zeker of er daadwerkelijk een groot alles-of-niets-offensief van het regime ophanden is. Dat zou een massale mobilisatie van het leger vergen, met steun van Libanese en Iraakse shiitische milities, de Iraanse Revolutionaire Garde en de Russische luchtmacht. De strategie van het regime in steden als Damascus en Homs was juist om gebieden jaren te belegeren en bombarderen, totdat de bevolking was uitgehongerd en de overgebleven rebellen sterk verzwakt waren en zich overgaven.

De Verenigde Staten hebben dinsdag aangekondigd dat ze 364 miljoen dollar vrijmaken voor extra humanitaire noodhulp voor de Syrische bevolking. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Internationale Rode Kruis riepen dinsdag op tot een ‘veiligheidscorridor’ om zieke en gewonde mensen uit Oost-Aleppo te kunnen evacueren.

De afgelopen week zijn er zeker 314 burgers om het leven gekomen en meer dan duizend gewond geraakt, zo meldde de Unie voor Medische Zorg en Noodhulp Organisaties. Omdat er niet genoeg bedden in de ziekenhuizen zijn worden patiënten geopereerd op de grond. „Artsen zijn zo gestresst dat ze zijn uitgeput; velen hebben 48 uur niet geslapen.”

Slechts 35 artsen zijn volgens de WHO nog beschikbaar voor de honderden gewonden die ieder dag worden binnengebracht. Vannacht zijn volgens lokale artsen twee ziekenhuizen gebombardeerd van de zeven die er nog over zijn in Oost-Aleppo. „Het gevechtsvliegtuig vloog over ons heen en begon raketten op dit ziekenhuis af te vuren”, zei Mohammad Abu Rajab, een radioloog, tegen persbureau Reuters. „Het puin viel op de patiënten op de intensive care.”

Volgens reddingswerkers is één van de twee gebombardeerde ziekenhuizen niet meer te gebruiken. De noodgeneratoren en de zuurstoftanks zijn geraakt. Alle patiënten zijn overgebracht naar een ander ziekenhuis.

Elders in Syrië was er een sprankje hoop voor belegerde burgers. Hulpkonvooien van het Wereldvoedselprogramma (WFP) en de Internationale Rode Halve Maan konden vier belegerde stadjes bereiken op het platteland bij Damascus en in de provincie Idlib. Het WFP stuurde 45 vrachtwagens met meel, rijst, bulgur, kookolie, suiker, zout, bonen. Het is genoeg voedsel voor een maand.

„Het konvooi heeft noodhulp gebracht naar 60.000 mensen die dringend behoefte hebben aan voedsel en medicijnen, en die al vijf maanden verstoken waren van humanitaire hulp”, zei Jakob Kern, de directeur van het WFP in Syrië.