Column

‘Getver, zwart-wit’, siste hij. En ik wist: weg met hem.

Kunst en competitie. Jacopo della Quercia. Michelangelo. De Bijbel. Manhattan. En Carol.

Foto Erik van Zuylen

In de kathedraal in Lucca is het stil. Toeristen dwarrelen rond, opgeslokt door het teveel aan ruimte. Des te hartverscheurender komt, in een krappe nis opzij, het rouwmonument voor een jonge vrouw aan. 26. In 1405 baarde ze een dochter maar ze overleefde haar bevalling niet. Toen moest beeldhouwer Jacopo della Quercia aan het werk. En daar ligt ze nu. Zo zacht plooit haar jurk, bolt haar wang, dommelen haar handen, het marmer lijkt wel vloeibaar. Ze zou kunnen woelen, zo ziet ze eruit, maar je wéét dat ze het niet zal doen. Della Quercia trof in haar het wezen van het leven en de kern van de dood. Het lijkt of ze slaapt. Het lijkt. Meer zit er niet in.

Is dit het mooiste beeld dat er bestaat? Ja.

Alhoewel... De gesluierde Christus van Giuseppe Sanmartino (1753) in Napels gooit ook hoge ogen, met dat spinrag-transparante windsel van marmer (je snapt niet dat het kan, maar het kan). Of nee, Michelangelo’s Mozes (1513-1516) is het mooiste beeld, met zijn boze baard en wanhopige oogopslag. En dan nog: het geheugen is altijd enorm zeker van zijn zaak, maar het is zo onbetrouwbaar als de pest. Het zal de eerste keer niet zijn dat ik me iets mooier herinner dan het in werkelijkheid was (lelijker komt ook voor, maar minder vaak).

En nu won de Bijbel de wedstrijd. ‘Belangrijkste boek voor Nederland’. Klopt dat? De Bijbel is meer een symbool dan een boek. Bijna niemand kent de Bijbel echt, op de flarden na die altijd weer wordt geciteerd en geparafraseerd.

Zou die vastgekoekte bloemlezing belangrijker zijn voor Nederland dan het verzameld werk van Annie M.G. Schmidt? Ik kom voor het belangrijkste boek uit op drie stuks. Op de poezenroman Minoes, voor de waarde die we hechten aan individuele keuzes. Op Pluk van de Petteflet, voor onze maatschappelijke verhoudingen en het belang van zelfredzaamheid. En op Jip en Janneke voor de Nederlandse moraal, inclusief de man-vrouwverhouding (strikt gelijk) en het gezinsleven (centraal).

Ik houd van dit soort verkiezingen, want ik vind het leuk om mijn stem uit te brengen. Uiteraard stemde ik ook in de NRC-verkiezing voor ‘de mooiste film van de afgelopen vijf jaar’. Ik koos voor Carol, een knetterend relaas van vrouwenliefde in de jaren vijftig, met Cate Blanchett en Rooney Mara in hun element. Maarre... was het nu echt de mooiste? De meerderheid kiest voor Intouchables – en daar genoot ik ook van. Stop, wacht. La grande bellezza, had ik dáár niet op moeten stemmen?

Ik denk aan Manhattan van Woody Allen. Die zag ik destijds met een vriendje. De film ging los: Gershwins Rhapsody in Blue onder waanzinnige beelden van Manhattan. „Getver, zwart-wit” siste het vriendje. Ik wist op slag: weg met hem. En vond Manhattan voor altijd Allens mooiste.

Verkiezingen van kunstwerken zijn de som van emoties. Fair stemmen bestaat niet, altijd weegt er iets persoonlijks mee, want een goed kunstwerk wurmt zich nu eenmaal het leven in van wie het ondergaat.

Ik vind Carol werkelijk een heel goede film. Het is óók de laatste film die mijn liefste vriendin zag, voor ze op 19 december volslagen onverwacht overleed. Vandaar.