Eerherstel voor verfoeide vuisten

Iconisch protest tegen racisme

Tommie Smith en John Carlos, die zich met gebalde vuist lieten huldigen op de Spelen van 1968, worden door Barack Obama gerehabiliteerd.

De iconische, gebalde vuisten van Tommie Smith en John Carlos krijgen na 48 jaar presidentiële absolutie. Met dank aan hun ‘soulmate’ Barack Obama, die donderdag voor het eerst de deuren van het Witte Huis opent voor de olympische medaillewinnaars die in 1968 bij de huldiging in Mexico blank Amerika bruuskeerden met hun protest tegen discriminatie van de zwarte bevolking.

Zo zag dat protest er in 1968 uit:

Colin Kaepernick

De in een zwarte handschoen gestoken vuist – een gebaar van de toenmalige Black Power-beweging – gold als symbool van verzet. De hedendaagse Smith of Carlos heet Colin Kaepernick, een American-footballspeler die zijn weerstand tegen het discriminerende optreden van de politie uit door op één been geknield het volkslied aan te horen. Net als Smith en Carlos, die respectievelijk goud en brons op de 200 meter wonnen, komt hem dat op veel kritiek te staan. Disrespect voor The Star-Spangled Banner, luidt bijna een halve eeuw later opnieuw het verwijt.

Ultieme rehabilitatie

Kaepernick krijgt nog niet de acceptatie waarvan wel sprake is bij Smith en Carlos. Maar daaraan ging een onstuimig proces met persoonlijk leed vooraf. Smith en Carlos werden in eigen land uitgekotst, door het Amerikaanse olympisch comité voorop; doodsbedreigingen golden als de minste vorm van minachting. De tijd heeft critici milder gestemd, met als ultieme rehabilitatie de ontvangst door president Obama.

Foto Lexey Swall/Hollandse Hoogte

Foto Lexey Swall/Hollandse Hoogte

Ondanks alle weerstand kwam het met Smith uiteindelijk goed. Hij eindigde als sportsocioloog aan de San Jose State University, de plek waar hij met Carlos studeerde en hun activisme wortel schoot. Carlos trof het minder. Hij raakte bankroet, zijn huwelijk strandde en zijn ex-vrouw pleegde zelfmoord. Twaalf ambachten en dertien ongelukken verder belandde de oud-sprinter uiteindelijk op de Palm Springs Highschool, waar hij ten langen leste als mentor zijn draai vond.

Peter Norman was minstens zo heldhaftig

Een presidentiële uitnodiging voor de Australiër Peter Norman zou niet hebben misstaan, zij het dat die intussen is overleden. De zilverenmedaillewinnaar was zeker zo heldhaftig als Smith en Carlos. Of hij geloofde in mensenrechten, hadden de Amerikanen hem voor de medaille-uitreiking gevraagd. Ja, zei Norman. En of hij in God geloofde. Heel sterk, antwoordde de man die het Leger des Heils had gediend. Of hij het protest van Smith en Carlos wilde steunen? Vol overgave: ‘I’ll stand with you.’

Norman was degene die het dilemma van één paar handschoenen voor twee demonstranten oploste. Neem er elk één, suggereerde hij. En zo geschiedde: Smith de rechter en Carlos de linker. Als blijk van solidariteit vroeg Norman om de badge van het Olympic Project for Human Rights, die de twee Amerikanen droegen.

Die lotsverbondenheid zou Norman zijn leven lang achtervolgen. Hij werd in eigen land als outcast behandeld, kwam moeilijk aan een baan en kreeg in 2000 als enige Australische oud-olympiër geen uitnodiging voor de Olympische Spelen in Sydney. Pas in 2012, zes jaar na zijn dood, werd Normans naam door het Australische parlement gezuiverd.

Zij droegen zijn kist

Smith en Carlos hebben Norman tot zijn dood toe geëerd. Toen Norman tien jaar geleden aan een hartstilstand overleed, kwamen zij naar Australië om zijn kist te dragen. Hij betaalde een hoge prijs, zei Smith respectvol. „Het was niet eenvoudig ons te steunen. Een blanke tussen twee gekleurde mannen die opstond voor gelijke idealen.”