Column

Een eigen flat, maar niet tussen Arabieren

juttachorus0

Waarom moeten asielzoekers zo vaak verhuizen? Voordat ik de Syrische leraar en zijn vrouw opzoek in hun tiende asielzoekerscentrum, bel ik een paar medewerkers van de IND en het COA. „Om te voorkomen dat ze zich gaan binden aan de plek”, zegt de een. „Ze moeten het land ook weer kunnen verlaten”, zegt de ander. Ze willen niet met hun naam in de krant.

De vrouw van de Syrische leraar is 36 weken zwanger. Haar damasten bloesje spant om haar buik. „Zou de baby mijn maag hebben opgegeten”, vraagt ze zich af. Ze kan alleen nog yoghurt eten. De Syrische leraar kookt voor zichzelf.

We zitten in Leersum onder een kastanjeboom in de middagzon. Het echtpaar wacht al bijna een jaar op een verblijfsvergunning. Zij accepteert de werkelijkheid zoals die zich voordoet. Hij heeft steeds hooggespannen verwachtingen van Nederland en dat leidt tot frustratie.

„Ik word rebels”, zegt hij. „Alles wordt voor mij bepaald.” Daarom is hij voor de derde keer gestopt met Nederlandse les. En daarom is hij niet van plan meer te doen dan verplicht is. Dus geen vrijwilligerswerk.

Foto Jutta Chorus

Het asielzoekerscentrum Leersum. Foto Jutta Chorus

Denkt hij dat iemand daardoor getroffen wordt, behalve hijzelf? Hij haalt zijn schouders op. „Ik wil wel integreren”, zegt zijn vrouw ineens. „Voor mijn baby. Ik wil de taal voor haar leren. Ik wil dat zij zich hier niet alleen voelt.”

De Syrische leraar draait zich met een ruk om. „Maar de COA-medewerkers dan”, vraagt hij. „Liefdeloze ouders. Dat was je toch met me eens?”

„Ik wil geen tweederangs leven leiden in Nederland”, zegt zij. „Maria is een sleutel voor mij.”

Maria gaat ze heten. Een naam voor een Syrisch meisje in Exil. „Ik wil niet dat ze vanwege haar naam op het schoolplein wordt geslagen”, zegt de leraar. „Het is een zachte naam”, zegt zijn vrouw. „Mijn vader noemde me Mary.”

Het spijlenbedje op de kleine tweepersoonskamer staat klaar – de leraar heeft er zolang zijn voorraad tabak in gelegd. In een weekendtas zitten de babyspulletjes die ze verzameld hebben. „Ik vind dat je klaagt”, zegt zij. „We hebben onderdak, geld, een verzekeringskaart. De taxi naar het ziekenhuis staat klaar. En de verblijfsvergunning komt.”

Zijn vrouw laat een bericht zien op de Facebookpagina Women society in Holland van een landgenote die net een flat in Deventer heeft betrokken. „Let erop dat je tussen Nederlanders gaat wonen”, schrijft ze. „Niet tussen de Arabieren.”

„Je hebt gelijk”, zegt de leraar tegen zijn vrouw. „De mens is het product van zijn omgeving. Zodra ik in mijn zelfgekozen huisje woon, trek ik mijn vrolijke jas aan.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.