Column

Bromet vindt zichzelf opnieuw uit met docu over Jungle van Calais

Tv-recensie De documentaire ‘Muziek op de Vlucht’ is een stijlbreuk voor Frans Bromet en geeft een frisse blik op een wereld die we nu wel dachten te kennen.

Een Afghaanse muzikant in Calais: 'Muziek op de vlucht' (2DOC/VPRO).

De documentaire musical: volgens regisseur Frans Bromet bestaat het genre nog niet, en daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar nu wel.

Met zijn zoon Ruben als geluidsman ging hij in de Jungle van Calais op zoek naar zingende en musicerende vluchtelingen. Het waren er niet veel, en de meesten wilden niet gefilmd worden, maar er bleven er genoeg over om het materiaal door dochter Silvia te laten monteren tot Muziek op de Vlucht (2DOC/VPRO). De documentaire biedt een frisse blik op een wereld die we nu wel dachten te kennen en betekent een stijlbreuk voor Bromet.

Na decennia vanachter de camera vragen te hebben gesteld, laat hij nu voor het eerst beeld en geluid voor zichzelf spreken. Het is daar geen vrolijke boel, maar zoals in de speelfilm Les Parapluies de Cherbourg (Jacques Demy, 1965) elk woord gezongen werd, zo lichten ook nu de modderige Franse kust en permanente motregen op door muzikale expressie.

We horen ballades, liederen van weemoed en verlangen, ritmische dansen, gebedsoproepen en gescandeerde leuzen: wij willen naar Engeland! De teksten zijn veelal in het Pathaans, Farsi of Arabisch en blijken na vertaling niet zelden betrekking te hebben op de uitzichtloosheid van de situatie.

Bromet kiest geen partij, hij wil alleen maar registreren wat hij tegenkomt. Zo zien we wel degelijk de bekende beelden van belaagde vrachtauto’s en zwaar bewapende ME’ers, maar veel vaker flarden dagelijks leven en close-ups van intrigerende hoofden.

Nogal vernietigend zijn de scènes met Engelstalige hulpverleners, die geëxalteerd doen over hun band met de vluchtelingen. De een zingt Stand by Me voor ze, de ander raakt in extase bij de ontdekking van een muurschildering door Banksy van Steve Jobs als Syrische vluchteling.

Ook in deze gevallen worden geen vragen gesteld om de motieven nader in kaart te brengen. De situatie spreekt voor zichzelf.

Het resultaat is een ongelooflijk jong aandoende film, waarin Bromet (72) zich bijna lijkt te bevrijden van het juk van zijn eigen stijl: geen verbale onderzoeken meer, maar visuele en auditieve. Geen journalistieke uitzoekerij, maar onversneden direct cinema, waarin gevoel en beleving belangrijker zijn dan waarheidsvinding.

Muziek op de Vlucht wekt geen valse hoop; de film eindigt met stenen die naar camera- en geluidsman worden gegooid. Maar het is een overwinning op vastgeroeste clichés, zowel in de filmstijl als in de beeldvorming over landverhuizers, die we meestal zien door het perspectief van geterroriseerde truckers of korzelige Franse boeren en middenstanders. Die film kun je over de hele wereld vertonen.