Column

De zorg heeft zijn prijs

De maatschappelijke discussie over de kosten van de gezondheidszorg kreeg dinsdag een impuls vanuit de praktijk. Zorgverzekeraar DSW, traditioneel de koploper bij de bekendmaking van de nieuwe ziektekostenpremies, maakt het standaardpakket ruim 9 procent duurder. De premie stijgt naar 1.296 euro per jaar. Deze stijging is tweeëneenhalf maal wat minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) op Prinsjesdag verwachtte.

nrcvindt

DSW is een relatief kleine zorgverzekeraar, dus staat niet onomstotelijk vast dat grote verzekeraars, zoals Zilveren Kruis en Menzis dit voorbeeld exact volgen. CZ stelde dinsdag dat de premies tussen de 6 en 7 procent zullen stijgen. Verzekeraars zullen de verdenking van gezamenlijk handelen wel moeten wegnemen als zij allemaal op precies dezelfde stijging zouden uitkomen. Dergelijke prijsafspraken zijn immers verboden.

De twee argumenten van DSW voor de premieverhoging hebben tegelijkertijd betrekking op twee trends in de hele zorgverzekeringsmarkt. Het basispakket waarvoor deze premie geldt is vergroot met de wijkverpleging. En de zorgverzekeraars hebben de afgelopen jaren een deel van hun reserves gebruikt om de stijging van hun premies te beperken. Daar speelden commerciële én politieke motieven een rol.

Zorgverzekeraars zijn geen staatsbedrijven. Zij concurreren met elkaar om klanten. Zij moeten voor die klanten hoogwaardige zorg inkopen bij ziekenhuizen, specialisten en anderen. Wie te duur is verliest klanten. Wie te goedkoop is, teert in op zijn reserves en krijgt de toezichthouders van De Nederlandsche Bank op bezoek.

Maar de zorgverzekeraars kunnen ook niet helemaal om de opvattingen van het kabinet en de Tweede Kamer heen. De prijs en de dekking van de zorgpolissen zijn nauw verweven met het overheidsbeleid. De regering hevelt steeds meer onderdelen van de gezondheidszorg over naar het domein van de zorgverzekeraars. Dat duwt premies automatisch hoger. Verder is de vraag naar zorg in een vergrijzende samenleving ook nog eens eindeloos.

Zo wordt de zorg duurder, maar neemt de politieke weerstand daartegen ook toe. Politiek bestaat er breed enthousiasme om het eigen risico in de zorg af te schaffen of voor specifieke groepen patiënten te reduceren. In deze discussies zijn de zorgverzekeraars de vanzelfsprekende boeman: zij zitten op miljarden reserves, zogenaamd ‘dood kapitaal’ dat beter gebruikt kan worden. In het huidige stelsel met particuliere verzekeraars moet de samenleving er echter vanuit kunnen gaan dat verzekeraars financieel sterk genoeg zijn om aan hun verplichtingen te voldoen. Daarbij horen adequate premies.