Recensie

De platenindustrie blijft schrapen tot de bodem

foto Olaf Kraak/ANP

In de Verenigde Staten zijn in het afgelopen jaar voor het eerst meer heruitgaven van oud materiaal op fysieke geluidsdragers verkocht dan nieuwe albums. De groei zit vooral in de opmars van de grammofoonplaat. De cd is definitief op zijn retour; jonge luisteraars streamen en hebben geen behoefte aan een fysiek product.

De platenindustrie speelt gretig in op de retrohausse en verpakt met grote beloften oude wijn in nieuwe zakken. In afwachting van de grootste Pink Floyd-box ooit (Early Years 1965-72, 11 november, € 549) lijkt de negendelige albumdoos Who Can I Be Now? 1974-1976 (€ 155) van David Bowie bescheiden, al staat er niets op dat de doorgewinterde Bowieverzamelaar niet allang in huis had. Alle muziek van Diamond Dogs tot Station To Station is fantastisch, maar het met veel aplomb aangekondigde en door de oorspronkelijke producer Tony Visconti samengestelde, niet eerder uitgebrachte album The Gouster blijkt matig. Het is de proefversie van Young Americans en de losse onderdelen verschenen allemaal eerder als bonustracks op Bowie-heruitgaven. Samen met het aardige live-album Nassau Coliseum ’76 is het een mager eerbetoon aan Bowies artistieke genie.

Schrapen tot op de bodem gebeurt ook bij The Complete BBC Sessions van Led Zeppelin. De uitstekende dubbel-cd uit 1997 werd uitgebreid met een minder belangwekkend schijfje vol verloren gewaande opnamen, die effectief maar twee nummers toevoegen aan de songlijst. Fans worden verleid het hele 3cd-album opnieuw te kopen voor ‘White Summer’ en ‘Sunshine Woman’, nummers die te onbeduidend waren om de studioplaten te halen.

Bruce Springsteen illustreert zijn autobiografie met een representatief nummer bij elk hoofdstuk. Het vroege werk op Chapter And Verse is spectaculair, met vijf niet eerder uitgebrachte nummers. ‘He’s Guilty’ en ‘The Ballad of Jesse James’ zijn geweldig in hun ruwe schoonheid, maar wie zat te wachten op alwéér een verzamelalbum met ‘Born To Run’ en ‘The River’?

Live At The Hollywood Bowl documenteert de heksenketel die The Beatles in 1964 en ’65 troffen op hun Amerikaanse tournees. De herziene opnamen laten meer muziek horen, maar het oorverdovende gegil van duizenden meisjes is nog altijd de beste illustratie van de omstandigheden waarin de Fab Four de lol van live spelen spoedig kwijtraakten.

De box The Rolling Stones In Mono verzamelt de vroege Stonesjaren op 15 cd’s of 16 lp’s. Een weelde voor wie niet genoeg kan krijgen van Aftermath en Out Of Our Heads in hun Engelse én Amerikaanse edities, plus de nieuwe compilatie Stray Cats die buiten de boot gevallen EP- en singletracks bij elkaar harkt.

Machine Gun, The Fillmore East First Show 12/31/1969 is alles wat het belooft: een liefdevol opgepoetste opname van de eerste van vier shows die Jimi Hendrix gaf in New York op de drempel van de jaren zeventig. In zijn Band Of Gypsys had drummer en zanger Buddy Miles een belangrijke bijrol en verkeerde Hendrix duidelijk in zijn element, vooral in het met percussiesalvo’s doortimmerde ‘Machine Gun’ dat diende als zijn vlammende protest tegen de Vietnamoorlog. Strikt genomen is Machine Gun geen heruitgave, want in deze vorm bestond het album nog niet en is het een waardevolle toevoeging aan de Hendrix-canon.