‘Cybercriminelen verleggen aandacht naar smartphone’

Dat schrijft Europol. Telefoons werken steeds meer als gewone computers en krijgen nu ook met dezelfde virussen te maken.

Foto Robin Utrecht / ANP

Internetcriminelen proberen in toenemende mate slachtoffers te maken via smartphones, naast gewone computers en laptops. Dat schrijft Europol in een rapport over cybercriminaliteit dat woensdag is gepubliceerd.

In inmiddels veertien landen lopen onderzoeken van politiediensten naar de infectie door zogeheten malware op smartphones door criminelen. Vorige jaren werd malware op smartphones nog als waarschijnlijke dreiging voor de toekomst omschreven. “Het is een duidelijk teken dat mobiele malware is doorgedrongen tot het publieke domein,” aldus Europol. Wel is het aantal gevallen dat onderzocht wordt nog klein: minder dan tien per land.

Complexe virussen

Volgens Europol is de criminele software inmiddels ook even complex als malware voor pc’s. Omdat mobiele telefoons steeds meer functies hebben en in feite kleine computers zijn, worden ze ook op dezelfde manier aangevallen als gewone computers. Net als bij pc’s krijgen smartphonegebruikers te maken met criminelen die hun telefoon van afstand overnemen, met ransomware (het ‘gijzelen’ van een apparaat via een virus, totdat er een bepaald bedrag aan de criminelen is betaald) en Trojaanse paard-virussen die bankgegevens stelen.

Omdat mobiele telefoons relatief nieuwe doelwitten zijn van criminelen, is de beveiliging een stuk minder dan bij computers. Weinig gebruikers hebben antivirussoftware op hun telefoon en dat maakt het aantrekkelijk voor criminelen om te proberen dat gat in de beveiliging open te wrikken. Naar schatting heeft het merendeel van de Nederlandse smartphonegebruikers geen antivirusprogramma geïnstalleerd. Binnen de EU hebben Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de grootste criminele infrastructuur voor het controleren van malware.

Encryptie

Europol verwacht dat criminelen ook andere ‘smart’ apparaten in de toekomst aan zullen vallen, zoals smart tv’s. Daarnaast ziet de organisatie nog een gevaar in mobiele telefoons, maar dan in het gebruik door criminelen voor communicatie. Smartphones krijgen steeds betere encryptiemogelijkheden. Goed voor de privacy van burgers, maar lastig voor opsporingsdiensten, concludeert Europol.

Europol vindt dan ook dat opsporingsdiensten er goed aan doen “goede relaties op te bouwen en te onderhouden met academici en de private industrie.” Zij zouden kunnen helpen bij het ontsleutelen van berichten als “opsporingsdiensten de technische capaciteiten ontberen verder te komen met een onderzoek.”

In verschillende landen speelt de discussie of smartphones en software criminelen niet te veel helpen door hun goede encryptie. In Nederland riep de AIVD op de encryptie van berichtendienst Whatsapp te beperken “voor het beschermen van de rechtsorde”.