Cultuur

Interview

Interview

‘Bij elke foto hoort een verhaal’

Interview

Bool en Veronica Hekking, allebei hun hele leven werkzaam geweest in de wereld van de fotografie, tonen voor het eerst hun collectie in Huize Frankendael. „Wij zijn met nieuwe ogen gaan kijken naar wat we hebben.”

Ze zijn er niet helemaal gerust op. Zullen de mensen het wel begrijpen; die foto’s aan de muur, zo zonder context? Snappen bezoekers wat ze hier zien, zo zonder kennis over de omstandigheden waaronder die foto’s zijn gemaakt, over het hoe en het waarom?

2909culCollectiebool

Flip Bool en Veronica Hekking tonen dit najaar voor de eerste keer een deel van hun fotocollectie aan publiek in Huize Frankendael in Amsterdam en vinden: „Bij elke foto hoort eigenlijk een verhaal.” Neem het beroemde beeld dat Erich Salomon in 1931 maakte van Aristide Briand, de Franse minister van Buitenlandse Zaken. In een onderonsje met collega’s draait Briand zich lachend om naar de fotograaf, wijst naar hem en zegt: „Ah! Le voila! Le roi des indiscrets!” (Ah – daar heb je hem! De koning van de onbeschaamden!) Als je niet weet dat Salomon gespecialiseerd was in het ongemerkt fotograferen van mensen in de hoogste kringen, een paparazzo avant la lettre, dan mis je toch wel wat van die foto.

Kunsthistoricus Flip Bool (1947) was hoofd moderne kunst bij het Gemeentemuseum Den Haag, hoofd afdeling collecties van het Nederlands Fotomuseum en lector fotografie aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Veronica Hekking (1948) is historica en hield zich als auteur ook bezig met fotografie – samen met partner Bool publiceerde ze onder andere in 1995 het boek De Illegale Camera 1940-1945. Nederlandse fotografie tijdens de Duitse Bezetting.

Samen bouwden ze de afgelopen decennia een imposante collectie fotografie op, met werk van klassiekers als Paul Schuitema, Emmy Andriesse en Gerard Fieret en hedendaagse fotografen als Paul Bogaers, Anne Geene en Gert Jan Kocken.

Hoe is jullie verzameling tot stand gekomen?

2909CULcs96

Bool: „We hebben onszelf nooit als verzamelaars gezien. De collectie ontstond in het kielzog van onze studie en onderzoeksprojecten. Ik schreef begin jaren zeventig een doctoraalscriptie over Paul Schuitema en kwam vaak bij hem thuis in Wassenaar. Achter hem woonde Piet Zwart. Toen ook al grote namen, maar in een tijd dat fotografie niet als heel bijzonder werd gezien. Vanuit de musea was er nauwelijks belangstelling. Ik vond de foto’s die ze maakten prachtig. Neem maar mee, zeiden ze soms, het interesseert toch niemand.”

U heeft veel van de fotografen van wie u werk heeft goed gekend.

Bool: „Ik kwam via Schuitema in contact met vertegenwoordigers van de avant-garde: Eva Besnyö, Carel Blazer, Paul Citroen, Cas Oorthuys.”

Hekking: „We hebben onze zoon vernoemd naar Cas Oorthuys. En we raakten bevriend met de Rotterdamse fotografe Helena van der Kraan. Zij heeft prachtige portretten van onze opgroeiende zoon gemaakt. Zo zijn ons privéleven en werk met elkaar verweven.”

Kopen jullie nog steeds foto’s?

Bool: „Ik heb lesgegeven in Breda en we kopen regelmatig werk van oud-studenten. Het werk van Anne Geene en Willem Popelier bijvoorbeeld volgen we met veel belangstelling. En ik kocht de laatste jaren daguerreotypen, ambrotypen, ferrotypen; negentiende-eeuwse technieken waarvan ik wilde dat mijn studenten ze eens in het echt zouden zien en in hun handen konden houden. Maar ik ga niet actief op zoek. Beurzen probeer ik te vermijden omdat ik anders toch weer in de verleiding kom.”

Hekking: „Ons hele huis staat en hangt inmiddels vol. Ook met een enorme verzameling fotoboeken. Kamers vol, tot aan het plafond. Alles heeft met elkaar te maken; bij elke foto hoort een boek of een catalogus. Je moet het zien als een organisch geheel.”

Hoe is het om jullie collectie voor het eerst aan een publiek te tonen?

Hekking: „Toen Huize Frankendael ons vroeg, waren we een beetje verbaasd. Is het dan zo bijzonder wat wij hebben? Het was voor onszelf eigenlijk ook een verrassing toen we alles tevoorschijn haalden. Sommige foto’s hadden we lang niet in handen gehad.”

Bool: „Het is wel gek om het nu in deze ruimtes allemaal bij elkaar te zien – bij ons thuis hangen schilderijen en foto’s door elkaar. Wij zijn met nieuwe ogen gaan kijken naar wat we hebben.”

2908culSCHUITEMA

U maakt zich zorgen of mensen het wel snappen?

Bool: „Ja, en over de lichtcondities. Vanuit mijn professie weet ik hoe je foto’s moet bewaren. Liefst in een koele, donkere ruimte. Vier maanden in deze stijlkamers met die grote ramen is eigenlijk niet verantwoord. Ik hoop wel dat ze de luiken telkens goed dichtdoen. Wat de context van het werk betreft: we zijn met Frankendael in gesprek over een audiotour, om meer uitleg te geven over de ordening en thematische samenhang van de presentatie.”

Hekking: „Echte docenten willen altijd vertellen, hè. Maar we moeten het maar loslaten. De foto’s voor zich laten spreken.”