Klimaat

Alles moet uit de kast gehaald

Zijn de klimaatdoelen van Parijs voor Nederland haalbaar. Wim Turkenburg zet de cijfers op een rij. Daaruit blijkt dat de opdracht enorm is.

Foto AP

Het is een work in progress dat Wim Turkenburg, Sible Schöne, Bert Metz en Leo Meyer dit voorjaar zijn begonnen. In maart publiceerden ze een ‘discussienotitie’ over ‘De klimaatdoelstelling van Parijs’. De kracht van hun verhaal is dat ze zich, met cijfers onderbouwd, vooral afvragen wat er moet gebeuren om die doelstelling te halen.
Vorige week voegde Wim Turkenburg nieuwe details aan die notitie toe. Hij doet dat in de vorm van een aardig verhaal over het Nederlandse energiegebruik en de toekomstscenario’s waarmee verschillende organisaties (variërend van Shell tot Urgenda en van de Gasunie tot Ecofys) werken.
Turkenburg onderscheidt primair en finaal energiegebruik, simpel gezegd de energie die nodig is om aan de vraag te voldoen en de energie die eindgebruikers, zoals individuele consumenten en bedrijven, verbruiken. In een e-mail beschrijft Turkenburg het verschil desgevraagd als volgt:

Het primaire energebruik is de hoeveelheid energie die aan alle energiebronnen tezamen moet worden onttrokken om de uiteindelijke energievraag te dekken. In de primaire energievraag zitten bijvoorbeeld de omzettingsverliezen van elektriciteitscentrales. Ook zit in de primaire energievraag het gebruik van olie, kolen en gas als grondstof voor het maken van producten in bijvoorbeeld de chemische industrie.
Het finale energiegebruik is exclusief deze verliezen en exclusief het gebruik van energievoorraden als grondstof in de industrie.

Turkenburg constateert dat energie-intensiteit afneemt. Maar bij het finale verbruik gaat dat sneller dan bij het primaire verbruik. Turkenburg geeft hiervoor geen verklaring. Maar in zijn reactie voegt hij eraan toe:

Een verklaring kan zijn dat de efficiency van het gebruik van energiedragers voor het produceren van materialen in de loop der tijd weinig is verbeterd. Ook kan een verklaring zijn dat de omzettingsverliezen bij energiecentrales netto weinig zijn gedaald. Een reden hiervoor kan zijn dat we gaandeweg weer minder gebruik maken van warmte-kracht-koppeling (WKK). Ook het inzetten van kolencentrales in plaats van gascentrales voor het produceren van stroom leidt tot een toename van het energieverlies.

primair en finaal verbruik

In zijn notitie kijkt Turkenburg naar de energie-intensiteit tussen 1990 en 2015. Het (primaire) verbruik is een beetje toegenomen. Maar omdat de economie fors is gegroeid, is er sprake van een afname met ruim 30 procent, dat wil zeggen gemiddeld 1,5 procent per jaar. Voor 2010 was de afname minder groot. De finale energie-intensiteit is in de afgelopen kwart eeuw zelfs met 2,1 procent gemiddeld afgenomen.

Er kunnen verschillende redenen zijn voor die afname. Turkenburg onderscheidt energiebesparing en vernadering in de economische structuur. Hij heeft er voor dit verhaal geen onderzoek naar gedaan, maar hij er in zijn algemeenheid wel iets over zeggen:

De energie-intensiteit van de economie kan – op hoofdlijnen gezien- op drie manieren veranderen. De eerste is: verbetering van de efficiency van ons energiegebruik door minder energie te gebruiken voor het maken van een ton staal of een kilo plastic, voor het verwarmen van een huis per m2 vloeroppervlak of voor het rijden in een auto per km. De tweede manier is: volumeverandering door bijvoorbeeld met 4 personen in 1 auto te gaan zitten in plaats van in 4 auto’s om je te verplaatsen, of door in kleinere huizen te gaan wonen. De derde manier is: structuurverandering in de economie, door bijvoorbeeld een fiets te kopen in plaats van een auto om je te verplaatsen, of schilderijen te kopen in plaats van vliegreizen te maken, of de economie van de samenleving meer op het leveren van immaterële diensten in plaats van materiële producten te richten.

Energiebesparing en Klimaatbeleid

Een paar scenario’s op een rij:
Het grote GEA-onderzoek (2012) stelt dat een daling van de (finale) energie-intensiteit van 1,5 tot 2,2 procent per jaar haalbaar is. Shell (2013) in het ‘Mountains’ scenario wordt uitgegaan van een daling met 1,4 procent in het ‘Oceans’ scenario met 1,8 procent. Het Wereldnatuurfonds/Ecofys (2011) geeft geen percentage, maar Turkenburg kwam, op basis van de cijfers over economische groei en energieverbruik, uit op een daling met 3,0 procent. Greenpeace (2015) gaat in Energy (R)evolution uit van ongeveer min 3,5 procent. Urgenda (2013) gaat nog verder en stelt dat een daling met bijna 4 procent haalbaar zou moeten zijn. Met een economische groei van 1 tot 2 procent zou de afname dus zelfs 5-6 procent moeten zijn. Turkenburg wijst er niet alleen op dat dit een ‘extreem hoog getal’ is, maar ook dat energie-efficiency maatregelen meestal makkelijker te halen zijn als de economie snel stijgt.
Op basis van alle cijfers suggereert Turkenburg dat in de oorspronkelijke discussienotitie ‘De klimaatdoelstelling van Parijs’ aanpassingen nodig zijn. Het laat de enorme opdracht taak zien:

Als de ene helft van deze energie uit zon-PV zou moeten komen en de andere helft uit windenergie, dan vereist dit in Nederland een opgesteld zon-PV vermogen van (ruim) 400.000 MW (NB: eind 2014 stond er 1000 MW) en een opgesteld windvermogen van bijna 100.000 MW, waarvan bijna 90.000 MW op zee (NB: thans streven we naar 6.000 MW op land in 2020 en 4.450 MW op zee in 2023, totaal dus iets meer dan 10.000 MW, zie het Nationaal Energieakkoord).

Wat daar volgens Turkenburg nog bijkomt is de ‘gigantische omvang van het vermogen dat nodig is om energie te kunnen opslaan’, iets wat absoluut noodzakelijk is om te voorkomen dat de energievoorziening hapert.
Aan de algemene conclusie in het eerdere stuk van Meyer, Schöne, Metz en Turkenburg verandert deze notitie niets. De noodzaak om alles uit de kast te halen wat we hebben om de uitstoot te laten dalen is onveranderd. Dat wil zeggen, naast energiebesparing en wind en zonne-energie ook geothermie, (duurzame) biomassa en aardgas, gekoppeld aan opslag van kooldioxide.

Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.