Bloedbroeders, vergiftigd door hun macht

Oost-Afrika De presidenten Yoweri Museveni van Oeganda en Paul Kagame van Rwanda hebben hun landen bevrijd en geschiedenis gemaakt in de regio. Nu hebben ze hun revolutionaire elan afgeworpen en geven ze de macht niet op.

Strijders van de gueraillabeweging het Nationale Verzetsleger (NRA), opgericht door Museveni, lopen in 1985 tijdens de Oeganda-oorlog langs de weg naar Masakapala. Foto Dominique Aubert/AFP

Jane Keshoro is 95 jaar, blind en berustend. Maar als de naam valt van Paul Kagame, de huidige president van Rwanda, toont ze op haar gerimpelde gelaat diepe minachting.

280916BUI_rwanda

„Onze families waren jarenlang hecht bevriend”, zegt ze. In de jaren tachtig voerde haar zoon Patrick Karegeya samen met Paul Kagame en Yoweri Museveni, de huidige president van Oeganda, een oorlog voor de bevrijding van Oeganda. En vervolgens smeedden Karegeya en Kagame een paar jaar later in haar huis plannen voor de invasie van Rwanda.

„Ze waren kameraden. En toch vermoordde Paul Kagame mijn zoon.”

Een vriendschap gesmoord in moord.

Haar verdriet dwingt een stilte af. Buiten op de glooiende heuvels glijdt geruisloos een kraanvogel in de hete lucht, een lang gehoornde koe loeit klagend. Jane Keshoro hervindt haar houding en schenkt een glas melk voor me in. Mijn bezoek is geheim, want de familie vreest voor de lange arm van Kagame.

Jonge idealisten

Hier in Zuid-Oeganda, tussen de fabelachtig mooie koeien en de eindeloze velden bananenbomen, smeedden jonge idealisten begin jaren tachtig plannen om dictaturen te verdrijven en democratie te vestigen. Er werden twee bevrijdingsbewegingen geboren die geschiedenis maakten in heel Afrika. De eerste zege behaalden ze in 1986 met de verovering van de Oegandese hoofdstad Kampala. Yoweri Museveni werd president. In 1994 volgde de overwinning in de Rwandese hoofdstad Kigali. Paul Kagame werd er de sterke man en in 2000 president.

Het revolutionaire avontuur van Museveni (72) en Kagame (59) kwam daarmee niet ten einde. In naam van hun filosofie van pan-Afrikaanse solidariteit intervenieerden hun legers in talrijke landen, zoals Somalië, Zuid-Soedan, Congo en de Centraal Afrikaanse republiek. President Bill Clinton prees hen in de jaren negentig als veelbelovende leiders, „een lichtend voorbeeld” volgens zijn minister Madeleine Albright. Maar anno 2016 voeren Museveni en Kagame een trend aan in Afrika onder leiders om de macht nooit meer op te geven. Ze maken de cirkel van democratie naar dictatuur weer rond.

Een uurtje rijden verderop over de heuvels en door de papyrusmoerassen woont Salim Saleh (56), de invloedrijke broer van Museveni. Hij kent vele hoofdrolspelers van de jaren tachtig, onder wie de vermoorde Karegeya. Salim Saleh vocht tijdens de Oegandese oorlog (1981 tot 1986) in de guerrillabeweging het Nationale Verzetsleger (NRA) dat door zijn broer was opgericht. Vervolgens sloot hij zich in de oorlog in Rwanda (1990 tot 1994) aan bij het Rwandese Patriottische Front (RPF).

Hoe verklaart deze veteraan de onderlinge ruzies waarin de kameraden verzeild raakten? „Politiek en machtsspelletjes kregen de overhand”, , zegt hij. „Zo raakte de kameraadschap uit de bush steeds meer in de verdrukking.”

De pan-Afrikaanse solidariteit kende geen grenzen. Het zuiden van Oeganda bleek een vruchtbaar gebied voor de rekrutering van bevrijdingsstrijders. Er hadden zich daar in 1959 tienduizenden Tutsi’s gevestigd, die waren gevlucht voor een opstand van Hutu’s in Rwanda. Eén van hen was de twee jaar oude Paul Kagame. Oud-strijders van het kleine groepje dat in 1981 de bush introk onder leiding van Museveni vertellen dat zijn guerrillaleger in het begin voor een derde uit Rwandezen bestond. Het guerrillaleger van Kagame bestond bij de inval van Rwanda in 1990 voor de helft uit Oegandezen.

De Rwandees Kagame vervulde na de overwinning in 1986 in Kampala een hoge functie in de veiligheidsdienst van het Oegandese leger, de Oegandees Karegeya werd na de zege in Kigali in 1994 hoofd van de Rwandese externe veiligheidsdienst.

Revolutionair elan

Museveni was de godfather van het revolutionaire militaire elan. „Mijn kinderen”, noemde hij „de boys van Kagame” in Rwanda. Die juniorenstatus irriteerde hen na hun machtsovername in 1994 mateloos. Toen de Rwandese en Oegandese legers in 1998 Congo binnenvielen om de daar door Rwanda twee jaar eerder geïnstalleerde president Laurent Kabila weer af te zetten, ontspoorde deze wrok in broedermoord.

Foto’s Frank Franklin II/AP

President Yoweri Museveni van Oeganda, deze maand bij de Algemene Vergadering van de VN in New York. Foto’s Frank Franklin II/AP

Hun pan-Afrikaanse idealen leken in Congo meer op imperialistische ambities. Hebzucht dreef de legers van Rwanda en Oeganda. Beide landen exploiteerden ieder hun eigen Congolese goud- en diamantenmijnen. Behalve deze in VN-rapporten beschreven plunderingen volgden ze verschillende militaire strategieën.

In de Congolese stad Kisangani werd in 2000 de competitie op de spits gedreven. „We zullen die vetgemeste luie Oegandezen een lesje leren”, snierden de boys van Kagame over de soldaten van Museveni. Salim Saleh zegt: „In Kisangani kwam onze bevrijding van Afrika ten einde.”

Salim Saleh snelde in opdracht van zijn broer naar Kigali om de relaties te herstellen. Daar trof hij de drie machtigste mannen van Rwanda: Paul Kagame, Patrick Karegeya en de legerleider Faustin Kayumba Nyamwasa. „Karegeya en Nyamwasa riepen tegen me: ‘Flikker op uit Congo’. Ze waren nog kwader op Oeganda dan Kagame was. Mijn vredespogingen mislukten. Ik werd vernederd.”

Salim Saleh lacht schamper: Nyamwasa en Karegeya die hun baas Kagame door dik en dun verdedigden! Vier jaar later beschuldigde Kagame Karegeya van ongehoorzaamheid en zette hem 18 maanden in een isoleercel. Ook Nyamwasa raakte in ongenade bij Kagame.

Een land vol haat

Karegeya’s moeder Jane Keshoro reisde niet graag naar Rwanda, want haar man had haar altijd gewaarschuwd voor „dit land vol haat”. Maar om haar zoon te redden, moest ze wel spreken met de moeder van Kagame. „Vertel hem mijn zoon vrij te laten”, smeekte ze haar in Kigali. Ze antwoordde: „Hij luistert niet meer naar me sinds hij president is. Als ik hem opzoek in zijn kantoor, moet zelfs ik door de metaaldetector’.”

Foto’s Frank Franklin II/AP

Paul Kagame, president van Rwanda, tijdens de Algemene Vergadering van de VN deze maand in NY. Foto’s Frank Franklin II/AP

Wegens het steeds repressievere klimaat in Rwanda vluchtten Nyamwasa en Karegeya naar Zuid-Afrika. Er waren sinds 1994 al enkele voormalige medewerkers van Kagame binnen en buiten Rwanda vermoord, maar pas in Zuid-Afrika beschuldigden de twee de president van die moorden. „Die moordpartijen werden door Kagame achter onze rug uitgevoerd”, zei Karegeya in een interview. Korte tijd later kwam Karegeya in een hotelkamer in Johannesburg door wurging om het leven. Een aanslag op Nyamwasa, waarbij hij in zijn buik werd geschoten, was in 2010 mislukt.

Hoewel Kagame betrokkenheid ontkent, nemen alle voor dit verhaal geïnterviewde betrokkenen aan dat de aanslagen in zijn opdracht werden uitgevoerd. „Het is ironisch om nu te zien dat ze elkaar onderling proberen af te maken”, zegt Salim Saleh.

„Ik denk dat Nyamwasa en Karegeya Kagame wilden vermoorden.”

Het militaire pan-Afrikanisme van Kagame en Museveni bracht orde. Dat is vermoedelijk hun grootste verdienste. In de jaren tachtig leden miljoenen Afrikanen onder plunderende en verkrachtende regeringssoldaten. Iedereen hunkerde naar veiligheid. Oeganda stond tot 1986 onder Idi Amin en Milton Obote bekend als het slachthuis van Afrika, in Rwanda vond in 1994 de snelste volkerenmoord van de eeuw plaats. Kagame en Museveni maakten een einde aan dat geweld.

De zeven heuvels van Kampala zijn nu volgebouwd en de straten volgepropt met ronkende auto’s en uitlaatgassen spuwende brommertjes. Net als in Rwanda onderging Oeganda een metamorfose, de autoritaire ontwikkelingsstaat bracht economische voorspoed. Tussen de vele villa’s staan de herenhuizen van de toenmalige guerrillastrijders. Met enkele van hen probeer ik het erfgoed te schatten.

De Rwandees is vermoedelijk meest omstreden in dit verhaal van kameraadschap, verraad, broedermoord, verloren idealen. Kagame is een excentriekeling. Zijn doortraptheid bezorgde hem in de guerrillatijd de bijnaam ‘Pilatus’. John Nagenda, adviseur van president Museveni:

„Kagame ontdeed zich van al zijn kameraden van het eerste uur en staat aan het hoofd van een beklemmend regime. Je vraagt je af waarvan hij droomt.”

Het bergstaatje Rwanda met zijn historie van meedogenloze koningen en genocidale competitie tussen Hutu’s en Tutsi’s is een vergiftigd land in vergelijking met het veel informelere Oeganda. Kagame is een handhaver van strenge tucht die er niet voor terugschrikt om zijn medewerkers in het presidentiele paleis een pak slaag te geven.

Bismarck van Afrika

„Een gevoel van woede had hem al tijdens de guerrilla in zijn greep”, herinnert Pecos Kutesa zich. Kutesa vocht met Kagame in het NRA en is nu in Kampala belast met handhaving van de militaire tucht in het Oegandese leger. Hij vertelt dat Kagame kafuni introduceerde, een executie waarbij een spion of ongedisciplineerde NRA-soldaat voor een kuil moest knielen om met een bijl te worden afgemaakt.

„We spreken niet meer over dit soort zaken. Maar helemaal verdwijnen doen ze nooit, want er zijn nabestaanden die de waarheid willen weten.”

Het meest veranderd is Museveni. De guitige guerrillaleider van de jaren tachtig, die journalisten en bezoekende buitenlandse ministers plezierde met gepeperde gesprekken, veranderde in een arrogante aristocraat, die tijdens een interview dat ik met hem had een bediende zijn tenen met talkpoeder liet bewerken en zijn sokken liet aantrekken. „De versnelling van Museveni is in z’n achteruit gegaan”, schreef de toonaangevende East African. Een Franse wetenschapper noemde hem „de Bismarck van Afrika” wegens zijn vele militaire interventies.

Kort na hun zeges vertoonden de nieuwe leiders vernieuwingsdrang. Hun landen werden kweekvijvers voor frisse initiatieven, zoals ruilhandel tussen arme staten en de oprichting van plaatselijke bestuursraden. Maar al snel pleegden Museveni en Kagame verraad aan hun democratische beloftes. Talrijke toezeggingen van Kagame ten spijt dat hij niet de grondwet zou wijzigen om langer aan de macht te blijven, deed hij eerder dit jaar precies dat. Volgens Museveni in de jaren tachtig is het grote probleem van Afrika dat leiders nooit willen opstappen. Die opmerking lijkt na dertig jaar presidentschap een parodie op hemzelf.

De regeringen van Rwanda en Oeganda kunnen niet meer zonder hun grote leiders. „Museveni is een geliefde vaderfiguur. Maar ik maak me zorgen dat hij zo lang aanblijft. We hebben te weinig onafhankelijke instituties opgebouwd. Wat gebeurt er met Oeganda als hij plots sterft”, zegt John Nagenda. „In Rwanda is dat gevaar nog groter, want daar verblijven alle mogelijke kandidaten voor Kagames opvolging met wraakgevoelens in het buitenland”.

Ze geven ons altijd bevelen

Beide leiders manipuleren de rechtspraak en verkiezingen. Museveni doet dat met een slim patronagesysteem waardoor Oeganda een van de meest corrupte Afrikaanse landen is geworden. Hij belichaamt het vriendelijke gezicht van een dictatuur, hij valt zijn oppositiekandidaten zoals Kizza Besegye lastig en laat hem tientallen malen arresteren. Museveni zal de oppositie nooit laten winnen, maar hij vermoordt ze niet.

In hart en nieren zijn de bevrijders van weleer hardnekkig militair gebleven. „Ze geven ons altijd bevelen”, sniert Rose Nassanga van het Forum voor Democratische Verandering (FDC), de Oegandese oppositiepartij die wordt geleid door afvalligen van het NRA, onder wie Besigye en Amanya Mushega.

„In vergaderingen blaffen ze ons af. Dan leren we hen te luisteren om burgers te overtuigen.”

Voor Amanya Mushega valt het nog steeds moeilijk te vatten waarom de idealen van zijn kameraden ontaardden in de arrogantie van de macht. Hij noemt de verheven visie van het NRA over pan-Afrikaanse bevrijding een waandenkbeeld. „Het NRA houdt zichzelf voor de gek. Al het idealisme van onze tijd in de bush is verworden tot lege slogans”, verzucht hij. „Het is angstaanjagend hoe macht mensen kan vergiftigen.”