Recensie

Wat als ooievaars de baby’s niet thuis bezorgen?

Het zit er allemaal wel in: buddy’s, heldentocht, gezinswarmte als antigif tegen drukdrukdruk. Maar Storks kent maar heel zelden een bijna hilarische scène **.

©

Door studio Pixar raakten we gewend aan riskante animatie over jaloers speelgoed, verliefde vuilnisrobots of emoties in het brein van een elfjarige. In mindere handen wordt zoiets snel vergezocht of incoherent. Zoals Storks, dat er prachtig uitziet, met felle kleurtjes, geinige personages, wilde achtervolgingen. Maar zonder focus, wat men vergeefs compenseert met een kleffe saus van snoezigheid.

In Storks heeft CEO Hunter van de ooievaars de bezorging van baby’s uitgefaseerd en de babyfabriek in de wolken gesloten: de ooievaars dienen nu een soort Amazon.com. Er bevindt zich een weesmeisje in die pakketjesfabriek: de rossige kluns Tulp wier bezorgadres ooit zoekraakte. Aan ooievaar Junior de taak haar te ontslaan, maar dat leidt per ongeluk tot een baby (vraag maar niet hoe) die bezorgd dient te worden bij een leuk joch wiens ouders, drukke makelaars, nooit tijd voor hem hebben.

Het zit er allemaal wel in: buddy’s, heldentocht, gezinswarmte als antigif tegen drukdrukdruk. Maar Storks kent maar heel zelden een bijna hilarische scène: een geluidloos gevecht met pinguïns bijvoorbeeld. Want hij durft zijn uitgangspunt niet aan. Want waar kwamen de baby’s vandaan toen ooievaars ze niet meer bezorgden? Of waren er toen geen baby’s meer? Een gouden kans om dubbelzinnigheden over de kruintjes van de kleintjes op de volwassenen af te vuren, zo lijkt het. Maar dat durft men niet, dus is het anderhalf uur gapen bij halfslachtige middelmaat.