Waar dump je zo gauw 1.700 liter drugsafval?

Criminele laboratoria

In de eerste helft van dit jaar werden al 47 illegale stortingen van chemisch drugsafval ontdekt in Noord-Brabant. „Het werkelijke aantal ligt veel hoger.”

Bij een visvijver in het Brabantse Alphen werden februari vorig jaar twintig tonnen met drugsafval gevonden. Foto ANP / Toby de Kort

Het is woensdagmiddag 29 oktober 2014, even na drieën, als op het doodlopende Buunderpad in Berkel-Enschot in de verte een auto opdoemt. De 36-jarige Tilburger Christian H. heeft kort daarvoor tientallen jerrycans en vaten met drugsafval gedumpt. Net nu hij bezig is het laatste vat uit de witte vrachtwagen te laden, roept zijn oom Jacob S. (destijds 61), die op uitkijk staat, hem toe:

„Auto! auto!”

Snel stapt het tweetal in de vrachtwagen en racet in volle vaart terug naar Tilburg. Wat het duo niet weet: de toevallige passant is een medewerker van Rijkswaterstaat. De man stopt op de dumpplek, keert zijn voertuig en zet vervolgens de achtervolging in. Wat H. en S. ook niet weten is dat de Rijkswaterstaatmedewerker een melding bij de politie maakt van een drugsafvaldumping, zoals blijkt uit het rechtbankvonnis, dat op 2 februari 2016 werd uitgesproken.

Ditmaal kon de zaak door toeval worden opgelost. Meldingen komen bij de politie in Noord-Brabant wel vaker binnen – maar vaker niet dan wel. De provincie is een hotspot voor criminelen met drugslaboratoria, die na de productie van xtc en mdma van hun chemische afval af moeten en de provincie gebruiken als stortplaats.

De cijfers: in de eerste zes maanden van 2016 rukte de politie bijna twee keer per week uit voor een drugsdumping, namelijk 47 keer. In die periode werd in Nederland door de politie 89 maal een dumping ontdekt. In 2015 werden 161 drugsafvalvondsten gedaan, waarvan bijna driekwart in Noord-Brabant en Limburg, volgens statistieken opgetekend in een intern politierapport in handen van NRC.

„Het werkelijk aantal dumpingen ligt veel hoger”, zegt onderzoekster Yvette Schoenmakers. Zij deed in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap onderzoek naar drugsafval en dumpingen in Nederland en schreef het deze woensdag verschenen rapport Elke dump is een plaats delict. Het is de eerste keer dat in Nederland grootschalig onderzoek is gedaan naar het dumpen van drugsafval. De onderzoekster sprak erover met rechercheurs van de politie, gemeenteambtenaren, omgevingsdienstmedewerkers (die toezicht houden op het milieu), medewerkers van Staatsbosbeheer, personeel van de Nederlandse waterschappen en ‘groene boa’s’. Conclusie: het aantal dumpingen en lozingen is veel hoger dan de politie registreert. Het werkelijke aantal is onbekend.

Grondeigenaren, waaronder gemeenten, provincies, waterschappen, Staatsbosbeheer en boeren, zijn niet happig om een dumping of lozing te melden, omdat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de fikse opruim- en saneringskosten, zegt Schoenmakers. „Het kan in de tienduizenden euro’s lopen.” En: de meldkamer van de politie beseft regelmatig niet dat het om een drugsdumping gaat. Er wordt gedacht dat het om een gewone afvaldumping gaat – werk voor de gemeente.

Ook worden dumpingen en lozingen vaak verkeerd geregistreerd door diezelfde politie. Marcel Goffin, werkzaam bij Team Dumpingen van de landelijke eenheid van de politie, herkent dit probleem. De dumpingen werden door zijn collega’s vaak onder de verkeerde „nummers” in het systeem genoteerd. Goffin maakte een jaar geleden een speciale code aan in het politiesysteem: „We hopen daardoor dat een nauwkeuriger beeld ontstaat.”

Geografische spreiding dumpingen/lozingen 2010-2014:

Bron: onderzoeksrapport 'Elke dump is een plaats delict'

Bron: onderzoeksrapport ‘Elke dump is een plaats delict’ | n=466

Plaats delict

Een ander probleem volgens het onderzoek van Politie en Wetenschap is dat de politie de dumpplek te weinig als een „plaats delict” beschouwt. Ook Goffin onderschrijft dit. Er wordt niet altijd nauwkeurig met sporen omgegaan, zegt hij. „Er kan nog veel terrein gewonnen worden.”

Schoenmakers: „Vaak wordt op het plaats delict gedacht: ‘Oh, dit zal niet veel opleveren.’” En dat is een probleem, zegt Schoenmakers: „Want met goed recherchewerk en forensisch onderzoek kun je leveranciers, synthetische drugsproductielocaties en opslagplaatsen in beeld brengen en dichter bij de criminele organisaties in de buurt komen.”

Dat gebeurt nu veel te weinig volgens Goffin. In een enkel geval wordt een dumper gepakt. Logisch: „dumpers zijn stumpers”, constateerden veel van de mensen die onderzoekster Schoenmakers sprak. Tenminste: het zijn vooral de roekeloze „amateurs” die tegen de lamp lopen. Verslaafde veelplegers met hele lijsten aan vermogensdelicten achter hun naam. Een woordvoerder van het OM Zeeland-West-Brabant: „Die mensen doen voor geld eigenlijk alles wel.” Kortom: mensen zoals Christian H.

Laboratoriumtroep

Bij de politie in Tilburg en omstreken is H. een bekende. Zijn criminele loopbaan is lang en veelzijdig. Toen H. door een contact uit de hennepwereld werd gevraagd de inhoud van een vrachtwagentje te lozen, had hij daar niets op tegen. Het zou, vermoedde hij, om „potgrond en voeding” gaan, verklaarde hij in de rechtszaal; de standaardproducten om wietplantjes mee te telen. De locatie kreeg hij via Google streetview uitgelegd door de opdrachtgever. En dus pikte H. zonder enige aarzeling de witte vrachtwagen op van een industrieterrein in Goirle; de sleutel lag onder „de zonneklep”. Zijn oom ging mee om op de uitkijk te staan.

Zodra hij de zijdeuren van de vrachtwagen opent, komt hem een „zurige” lucht tegemoet waarvan hij moet kokhalzen. Op de vloer van de achterbak staan tientallen jerrycans en vaten met chemisch drugsafval. H.: „Ik dacht: ‘Teringzooi, wat is dit nou weer? Dit is geen hennepafval. Dit is laboratoriumtroep. Als ik dat had geweten, had ik nog voor geen 5.000 euro gedaan.”

Zijn probleem: terugtrekken kan niet. De onderwereld heeft zijn eigen wetten: het wordt niet op prijs gesteld als je op je afspraken terugkomt. De Tilburger is bovendien werkloos, zit zonder geld en met schulden: de 500 euro die hij als vergoeding krijgt is welkom.

Maar waar dump je 1.700 liter aan drugsafval, op klaarlichte dag? Een plekje weet H. wel. Dicht bij het Bastion Hotel in Tilburg, waar hij de vrachtwagen leeg moet achterlaten, is een geschikte vijver om „de rotzooi” te dumpen. Maar deze middag is de vijver drukt bevist en zijn er overal mensen. Het tweetal besluit daarom door te rijden naar het doodlopende Buunderpad in Berkel-Enschot, dat parallel aan de A58 ligt.

De rolverdeling is simpel. Oom S. staat op de uitkijk en krijgt daarvoor vijftig euro. H. doet het vuile werk: hij laadt de vaten uit. Bij het eerste vat gaat het al mis: de deksel springt open en chemisch afval gutst over het gezicht en borst van H. Giftige dampen slaan op zijn ogen en luchtwegen. „Ik moest bijna overgeven.” Verder houdt H. er weinig aan over. Rap laadt hij de jerrycans uit. Tot onverwachts een andere auto het stille Buunderpad oprijdt. H. raakt in paniek.

Foto ANP / Marcel van Hoorn

Langs en in een beek bij de Newtonweg in Venlo liggen vaten met chemisch afval her en der verspreid. Ook op drie andere, nabijgelegen locaties zijn vaten gevonden. De brandweer vermoedt dat het gaat om afval, afkomstig van de productie van synthetische drugs. Foto ANP / Marcel van Hoorn

Financiële problemen

Met 100 kilometer per uur racet de medewerker van Rijkswaterstaat over het fietspad van de Meierijbaan achter de witte vrachtwagen aan. Hij zet voor de zekerheid het zwaailicht aan. Fietsers schieten aan de kant. Plotseling draait H. de witte vrachtwagen een parkeerterrein op, het duo stapt uit en zet het op een lopen. H. en S. vluchten de Tilburgse wijk Jeruzalem in. H.: „Ik zei nog tegen mijn oom: ‘Nu is het ieder voor zich, ik zie jou wel weer’.”

Maar S. en H. worden gezien door twee meisjes op het parkeerterrein en die geven een signalement door aan de politie. Bij dat signalement begint er bij het Heterdaadteam van Tilburg een lichtje te branden: veelpleger H. is de man die ze zoeken. De politie spoedt zich naar het huis van H. en post buiten tot hij thuiskomt. Om 16:18 is het zo ver, dan loopt H. via de achteringang naar binnen.

Als H. om 16:50 in andere kleding nietsvermoedend zijn woning verlaat, wordt hij gearresteerd. Een dag later wordt ook S. aangehouden.

Op 19 januari 2016 verschijnt het duo voor de rechter. Beide mannen krijgen een werkstraf (respectievelijk 120 en 240 uren) en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 uur. S. gaat in hoger beroep. Neef H. is volgens zijn raadsman Geoffrey Woodrow „erg tevreden met de straf”.

H. blijkt als zo vele van de drugsafvaldumpers uit het onderzoeksrapport. In de woorden van een politieman: „Kwetsbare personen met financiële problemen of verslavingsproblematiek zijn bevattelijk om zich in ruil voor een klein bedrag in te laten huren om dumpingen uit te voeren.”

Tijdens de zitting verklaart H: „Ik wil graag de cirkel doorbreken en uit dit wereldje stappen.” Maar of dat hem lukt is nog maar de vraag: Hij zit momenteel weer vast, voor een ander vergrijp.