Opinie

Verdeel de zetels niet onder avonturiers als Baudet en Roos

Opinie Voor 2017 staan al 23 partijen op de kieslijst. Stel voor avonturiers als Thierry Baudet een kiesdrempel in, schrijft Pieter Pauw.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Sinds 2011 woon ik in Duitsland en ik kijk met groeiende verbazing naar de versplintering van het Nederlandse politiek landschap. Het lijkt tegenwoordig wel of iedereen met een duidelijke mening ‘weet wat de kiezer wil’ en een partij begint. Zo stel ik mij verkiezingen in Smurfenland voor.

Smurfin vecht voor verzorging (van uiterlijk). Brilsmurf richt zich op onderwijs. Lolsmurf wil een minister van Feest. Ga zo maar door – honderd smurfen met honderd issues. Ze krijgen allemaal één procent van de stemmen: het zal een lang en moeizaam proces worden om een coalitie te vormen.

Hoe gaat het in andere landen? Toen ik in 2011 naar Duitsland verhuisde, zaten er zes partijen in de Bondsdag. Nu zijn het er vijf, want de liberale FDP werd na hun regeringsdeelname afgestraft. Ze kregen minder dan vijf procent van de stemmen en haalden daarmee de kiesdrempel niet. En Nederland? Toen ik vertrok telde de Tweede Kamer tien partijen, nu zijn het er veertien. Er staan voor 2017 al 23 partijen op de kieslijst, daar kwam dit weekend referendumsmurf Thierry Baudet nog bij.

Het lijkt wel de Weimar Republiek. In Duitsland zaten in het interbellum tot wel zeventien partijen in de Reichstag. Er waren negen keer verkiezingen in veertien jaar. Het was onmogelijk om slagvaardige coalities te bouwen die hun regeerperiode uitzaten.

Nederland is nog bestuurbaar, omdat twee partijen een Kamermeerderheid hebben. Maar door versplintering kan de oppositie haar controlerende taak minder goed uitvoeren. Splinterpartijtjes kunnen eenvoudigweg niet op alle onderwerpen goed geïnformeerd zijn. Versplintering gaat ook ten koste van de inhoud. De concurrentie om media-aandacht is moordend, dus uit wanhoop doen partijen alles voor wat extra aandacht. Denk aan grove ongeïnformeerde uitspraken of het aanstellen van willekeurige BN’ers zonder politieke ervaring, zoals Jan Roos of Sylvana Simons.

En wat te doen als het grote aanbod aan partijen de kiezers zo verdeelt, dat er na de aankomende verkiezingen alleen een meerderheidscoalitie gevormd kan worden met vijf partijen of meer? Zoiets resulteert in politiek gekonkel en (kostbare) onbestuurbaarheid.

Een oplossing is voorhanden. Voer een kiesdrempel in, net als in Duitsland, Zweden, België en tal van andere democratieën.

Daarmee hou je heel wat smurfen uit het parlement. Overigens betekent dit niet dat er geen nieuwe partijen meer gesticht kunnen worden. ‘Bündnis 90/die Grünen’ bestaat pas sinds 1993, maar is niet meer weg te denken uit het Duitse politieke landschap. Ook de FDP overleeft: de partij haalde meer dan een procent van de stemmen en krijgt dus financiering van de Bondsrepubliek.

Met een kiesdrempel zijn niet meteen alle problemen in de Nederlandse politiek opgelost. Maar de politiek versplintert tenminste niet tot Smurfenlandproporties. Het aantal roeptoeters en afsplitsers zal verminderen, en politiek kan weer over inhoud in plaats van aandacht gaan.