Recensie

Vader en dochter Ferschtman eren Sjostakovitsj

Foto Merlijn Doomernik

Een wonderlijk idee is het – heden en verleden met elkaar verknopend. Cellist Dmitri Ferschtman heeft in zijn jonge jaren nog vaak persoonlijk met de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj samengewerkt. Voor zijn dochter, violiste Liza Ferschtman, was dat aanleiding een serie aan Sjostakovitsj te wijden, die zondag in het Concertgebouw in Amsterdam begon bij de jeugdwerken.

Liza Ferschtman is in volle artistieke bloei en bewees dat in een aantal zeer fantasievol gespeelde Preludes in bewerking voor viool en piano. Zoals een meesterverteller je met stembuigingen een verhaal in kan trekken, zo toverde Ferschtman in allerlei kleuren en sferen de muzikale miniaturen van het Russisch leven van alledag tevoorschijn.

Typerend voor Ferschtmans muzikale persoonlijkheid is haar compromisloze overgave. Dat ze die met haar vader deelt, bleek in Sjostakovitsj’ Cellosonate, door vader Dmitri en moeder Mila Baslawskaja uitgevoerd met een zodanig beklemmende intensiteit dat je af en toe snakte naar een kiertje lucht en licht.

Sjostakovitsj’ prilste werken (opus 5 en 8) werden uitgevoerd door evenzeer jonge musici. Pianist Aidan Mikdad, cellist Alexander Warenberg en violiste Noa Wildschut, allen tieners, toonden zich nu al uitzonderlijk door de eigenheid van hun muzikaliteit.

Maar het meest onvergetelijke programma-onderdeel vormden de Twee stukken voor Strijkoctet, waarin de Ferschtmans en jonge talenten werden geflankeerd door andere topmusici, zoals violiste Maria Milstein en altist Benjamin Marquise Gilmore.

Hier leek de adem van Sjostakovitsj écht echt voelbaar in een interpretatie op het scherpst van de snede: rauw, risicovol en rafelig. Zelfs de solo van de 15-jarige Noa Wildschut klonk alsof je zo, via een open zenuw, in contact stond met het Sovjet-era.