Dit zijn de films die u kunt verwachten op NRC Filmdag

Op zondag 23 oktober vieren we de eerste NRC Filmdag in het Ketelhuis te Amsterdam. We openen met de door u gekozen beste film van de afgelopen vijf jaar en kozen daar drie prachtfilms bij die nog niet in de bioscoop zijn vertoond.

De dochter ((Sandra Hüller) en de vader met het fopgebit (Peter Simonischek) in Toni Erdmann. ©

De eerste NRC Filmdag opent met de door u gekozen beste film van de afgelopen vijf jaar: Intouchables. En kozen daar drie prachtfilms bij die nog niet in de bioscoop zijn vertoond. Elke film wordt ingeleid door onze filmredactie, en we zorgen voor een lunch- en dinerbuffet.

1. Toni Erdmann

Eigenwijze vaders. De filmgeschiedenis heeft er heel wat voortgebracht, maar niet een zo onvoorspelbaar als de vader van Ines, een jonge zakenvrouw die in Boekarest een oliemaatschappij adviseert hoe ze door ontslagen en outsourcing zoveel mogelijk geld kunnen besparen. Ze is zo gestrest en geïmplodeerd dat de kleinste dingen haar uit haar evenwicht lijken te kunnen brengen. Dan komt haar vader langs. Winifred, een gescheiden en vroeggepensioneerde leraar, loopt standaard met een fopgebit op zak dat hij te pas en te onpas (vooral dat laatste) over zijn eigen tanden schuift.

Onmogelijke dochters lijken bij moeilijke vaders te horen. En dat is dan ook precies het steekspel dat de Duitse regisseur en producent Maren Ade in haar derde speelfilm Toni Erdmann neerzet; de grote hit bij de filmpers op festival van Cannes, die de film de prijs van de filmkritiek gaf.

De film is een wonder van fijnzinnige ironie en ontregelend cynisme. De kijker moet zich wel willen overgeven aan de droge humor en de duur van de film (drie uur), maar daarna vliegt de tijd voorbij in een even tragikomische als absurdistische onttakeling van moderne familierelaties, die perverse parallellen vertoont met de consultancy- en businesscultuur van het nieuwe Europa.

Soms lijkt het alsof die hele vader-dochterrelatie maar een afleidingsmanoeuvre is om de camera terloops uit een kantoorgebouw te kunnen laten kijken naar een Roma-getto dat vanaf de straat bezien achter een muur is weggewerkt. De genialiteit van Toni Erdmann is dat je er met hetzelfde gemak zowel slapstick als een psychologisch drama in kan zien en dat ook de maatschappijkritiek niet over het hoofd valt te zien.

De situaties waarin vader en dochter zich begeven krijgen steeds meer bizarre trekken. Maar de aandachtige, bijna literaire manier waarop de personages worden geïntroduceerd zorgt ervoor dat de kijker niets anders dan tergend veel begrip voor ze kan hebben. Dat blijft schuren.

2. Hacksaw Ridge

Over Mel Gibson valt veel te zeggen – en niet altijd veel goeds. Maar oorlogsfilms maken kan hij als weinig andere regisseurs. Dat liet hij eerder zien in grote successen zoals Braveheart (1995), waarin hij zelf een Schotse strijder tegen de Engelse overheersers speelde, en Apocalypto (2006), zijn film over de ondergang van de Maya-beschaving.
Hacksaw Ridge, zijn nieuwe film, is bescheidener van opzet. Gibson vertelt het op feiten gebaseerde verhaal van Desmond Doss die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst nam in het Amerikaanse leger, maar vanwege religieuze gewetensbezwaren weigerde om daadwerkelijk de wapens op te nemen. Als verpleger aan de frontlinie toonde hij niettemin buitengewone moed en redde vele kameraden het leven. Gibson lijkt er niet minder dan een Godswonder in te zien.
Hacksaw Ridge is zijn eerste regie in tien jaar. De uitgesponnen gevechtsscènes brengt hij tamelijk bloederig en met buitengewone precisie en overtuigingskracht in beeld. Gibson kwam meer dan eens in opspraak door krankzinnige uitspraken over joden, meestal onder invloed van alcohol. In Hollywood kwam hij daarna nauwelijks meer aan de bak. Of zijn nieuwe film hem terug zal weten te brengen op de A-lijst van de Amerikaanse filmindustrie, valt te bezien. Maar louter op eigen merites beoordeeld is Hacksaw Ridge een film die niet valt te negeren.

3. Nocturnal Animals

Voor een regisseur die het maken van films er eigenlijk een beetje bij doet, boert Tom Ford bepaald niet slecht. Zijn hoofdberoep is natuurlijk mode-ontwerper. Toch stond hij zeven jaar geleden meteen op de kaart met zijn debuutfilm, A Single Man (met Colin Firth als homoseksuele man in Los Angeles in de jaren zestig die rouwt om de dood van zijn vriend). Dat die film geen toevalstreffer was, bewijst zijn tweede film, Nocturnal Animals, die begin deze maand in première ging op het filmfestival van Venetië. De film, gebaseerd op de roman Tony and Susan van Austin Wright (1993), kent een ingenieuze constructie. Amy Adams speelt een vrouw in Los Angeles die wordt verwaarloosd door haar echtgenoot, en is uitgekeken op haar werk als galeriehouder. Dan krijgt ze het manuscript toegestuurd van de roman die haar eerste man heeft geschreven, die ze ooit op tamelijk brute wijze verliet: een duister verhaal over geweld en verlies. De film vertelt beide verhalen, dat van de vrouw en haar ex én dat van de roman in de film, waarbij Jake Gyllenhaal zowel de ex als de hoofdpersoon van het verhaal-in-de-film speelt. In Venetië verdeelde Nocturnal Animals de geesten. Intelligent geconstrueerd, of toch iets te kunstmatig? Bijzonder fraaie beelden, of juist te veel neigend naar mooifilmerij? Hoe dan ook werd er veel over de film gepraat. De jury was overtuigd, en gaf de film de Zilveren Leeuw.