Recensie

Tim Burton hervindt zijn vorm

Burton transformeert het werk van een ander, ook dat van Peregrine-auteur Riggs, in iets wat niets anders kan zijn dan van hem. Burton is zelf een ‘peculiar’ met een bijzondere gave ****.

©

De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine is een boek voor jongvolwassenen dat erop wachtte om door een regisseur als Tim Burton verfilmd te worden. Ransom Riggs, de schrijver van de bestseller uit 2011, toont zich in interviews dan ook zeer in zijn nopjes dat Burton de verfilming op zich nam. Achteraf kun je stellen dat zijn boek altijd al ‘burtonesk’ was, met zijn voorliefde voor buitenbeentjes en zijn bijzondere gave voor het vermengen van werkelijkheid en het fantastische en tot de verbeelding sprekende monsters.

Allemaal elementen die Burton al zijn hele loopbaan omarmt, in dat opzicht is zijn bewerking van Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children ook een soort Burton voor beginners. De Burtonfan zal de talloze verwijzingen naar zijn eigen werk, van Beetlejuice en Edward Scissorhands tot Alice in Wonderland, er zo uitpikken.

Net als Burtons Big Fish is Miss Peregrine een film die gaat over de (helende) kracht van verhalen vertellen. Eerst denkt de zestienjarige Jake (Asa Butterfield, het jongetje uit Scorseses Hugo) dat zijn opa Abe een grote fantast is, met zijn verhalen over monsters in de Tweede Wereldoorlog. Maar als Jake zijn opa van de een op de andere dag zonder ogen aantreft, ziet hij nog net een reusachtig monster met steltbenen en lange tentakelarmen zich uit de voeten maken. Of beeldt hij zich dat in?

Zijn psychiater vindt dat hij naar het eilandje in Wales moet gaan waar zijn opa in de oorlog zat, zodat hij waan van werkelijkheid leert te onderscheiden. Samen met zijn vader, een vogelspotter, gaat hij van zonnig Florida naar het sombere Wales. Daar ontdekt Jake een gat in de tijd en komt hij terecht op de plek die opa Abe in zijn verhalen schetste.

Hij ontmoet de roofvogelachtige Miss Peregrine, een pijprokende gouvernante, ‘Mary Poppins on acid’ volgens actrice Eva Green, en de bijzondere kinderen die zij onder haar hoede heeft. Net als de X-Men bezitten zij allemaal een bijzondere gave, en net als in Groundhog Day herleven ze keer op keer dezelfde dag in september 1940: de tijd stopt vlak voor het moment dat een Duitse bom hun landhuis zou verwoesten en wordt dan 24 uur terug gedraaid. En net als opa Abe wordt ook Jake verliefd op Emma, een meisje dat kan zweven.

Wat volgt is een combinatie van sprookje, horror en het fantastische, waarbij het alle kanten opvliegende verhaal altijd gegrondvest blijft in herkenbare emoties. Met aan de ene kant medelijden met de kwetsbare kinderen die vastzitten in de tijd en bovendien buitenbeentjes zijn, en aan de andere kant betrokkenheid bij de timide Jake die dreigt te moeten kiezen tussen een leven met Emma in 1940 of met zijn familie in 2016.

Intussen pakt Burton flink uit met een fraai gedetailleerd decor, een aantal fantasierijke actiescènes, waaronder eentje die zich afspeelt in een spookhuis op de pier van Brighton, en een liefdevolle hommage aan de stopmotion-animatie van zijn grote held Ray Harryhausen. Diens vechtende skeletten uit Jason and the Argonauts (1963) maken hier Brighton onveilig. Het tekent de film: Burton transformeert het werk van een ander, ook dat van Peregrine-auteur Riggs, in iets wat niets anders kan zijn dan van hem. Burton is zelf een ‘peculiar’ met een bijzondere gave.