MH17: de puzzel wordt gelegd

Onderzoeksrapport Woensdag presenteert justitie de resultaten van het MH17-onderzoek. Antwoorden over de raket worden verwacht, maar nog niet over de daders.

Foto Maxim Zmeyev/Reuters

Grote verwachtingen hebben de meeste nabestaanden van rampvlucht MH17 niet van de resultaten die het internationale justitieel opsporingsteam woensdag presenteert. Maar toch. Elk stukje van de puzzel is welkom.

Twee vragen heeft justitie beloofd te beantwoorden: met welk wapen precies de Boeing 777 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 werd neergehaald; en van waar precies de raket van dit wapen werd afgevuurd op het vliegtuig. Alle 298 inzittenden ervan kwamen daarbij om het leven, onder wie 196 Nederlanders.

Veel is bekend sinds het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, een klein jaar geleden. Het toestel werd neergehaald met een Boek-raket van Russische makelij, stelde de Onderzoeksraad vast. Waarschijnlijk gaat het om een raket van het type 9M38M1. De springkop van dit wapen, de 9M314M, heeft kleine vlinderdasvormige fragmentatiedeeltjes in de mantel. Dergelijke deeltjes zijn aangetroffen in de lichamen van de bemanning en in wrakstukken. Zowel Rusland als Oekraïne beschikt over dit type Boek-raket.

De Russen bevestigden de feiten aanvankelijk tegenover de Onderzoeksraad, maar spraken die later tegen. Volgens hen blijkt uit eigen tests dat er een oudere raketkop is gebruikt, die behoort bij de springkop van de eerste versie van de Boek-raket. Hopelijk geeft het Joint Investigation Team (JIT), dat het strafrechtelijk onderzoek uitvoert onder voorzitterschap van Nederland, definitief uitsluitsel. Daarvoor zijn wel aanwijzingen. Er is zelfs een gebruiksaanwijzing van de raket gevonden, meldde het onderzoeksteam maanden geleden.

Russische radargegevens

Vanwaar de raket werd afgevuurd, durfde de Onderzoeksraad een jaar geleden niet precies te zeggen. Niet preciezer, althans, dan dat de raket was afgevuurd vanuit een omvangrijk gebied in het oosten van Oekraïne dat destijds in handen was van pro-Russische separatisten. Justitie heeft aangekondigd deze locatie nauwkeuriger te kunnen bepalen, tot op de vierkante meter. Het gaat vermoedelijk om een graanveld ten zuiden van Snizjne, ter hoogte van een wegversperring van separatisten. Onder meer een foto met een rookpluim zou daarvoor het bewijs leveren. Er zijn ook beelden van het transport van een Boek-lanceerinstallatie in deze buurt, kort voor en na de crash.

Het afgelopen jaar hebben sommige nabestaanden en ook politici zich boos gemaakt over het ontbreken van de Russische radarinformatie ten tijde van de crash. Die zogenoemde primaire radargegevens waren door de Russen gewist. Het justitieel onderzoeksteam heeft het belang van die data gerelativeerd; er zouden zó veel andere gegevens beschikbaar zijn dat die Russische radardata geen doorslaggevend en hooguit ondersteunend bewijs zouden kunnen leveren.

Niettemin gaf het ontbreken van de radargegevens te denken. Ruim twee maanden geleden reisde het hoofd van het onderzoeksteam, de Nederlander Fred Westerbeke, naar Moskou om daar opnieuw te vragen naar meer informatie, waaronder de gewiste radarbeelden. Uitgerekend vorige week kondigden de Russen aan de radargegevens alsnog te zullen leveren en maandag werden ze in Rusland aan de pers getoond. Of het justitieteam daar nog iets mee heeft kunnen doen?

Berechting van daders

Wat justitie vermoedelijk niet bekendmaakt, is wie de daders zijn. Wie op de knop heeft gedrukt van de Boek, wie daartoe de opdracht heeft gegeven, en in hoeverre sprake is geweest van een fatale vergissing, namelijk dat het verkeerstoestel is aangezien voor een vijandig militair toestel. Dat alles moet later duidelijk worden. Sommigen denken dat justitie dat al wel weet, maar nog probeert na te gaan of deze verdachten kunnen worden uitgeleverd en berecht.

„Justitie weet drommels goed wie het hebben gedaan en door wie ze zijn aangestuurd. Maar het is moeilijk deze personen te vervolgen, omdat er met bepaalde landen geen uitleveringsverdragen bestaan”, stelt Evert Wytema, woordvoerder van zes advocaten die de nabestaanden bijstaan.

Over de berechting komt dus vermoedelijk geen nieuws, ook al omdat de internationale gemeenschap daarover nog geen definitieve keuze heeft gemaakt. Moeten de schuldigen in Nederland worden berecht? Voor een internationaal tribunaal? Volgens welk recht? Veel nabestaanden hopen dat het onderzoek van justitie er in elk geval toe leidt dat een partij eindelijk de verantwoordelijkheid op zich neemt voor wat zij omschrijven als een terreurdaad die z’n weerga niet kent. Pas wanneer die verantwoordelijkheid wordt erkend, bijvoorbeeld door Rusland, kunnen landen aansprakelijk worden gesteld.

Met medewerking van Steven Derix