Recht & Onrecht

Menselijk gedrag kan regelmatig zijn, maar nooit wetmatig

Wat heb je nou aan psychologisch onderzoek, als het is gebaseerd op experimenten die niet honderd procent herhaalbaar zijn? Bert Pol legt in de Gedragscolumn uit wat het verschil is tussen wetmatig en regelmatig.

We hebben er weer een: zo’n psychologisch experiment dat bij herhaling door andere onderzoekers niet dezelfde uitkomsten geeft. Dit keer was het een veel geciteerd experiment van Fritz Strack en collega’s uit 1988. Kort door de bocht luidde de uitkomst dat je, als je het uiteinde van een potlood tussen je tanden klemt, wat vrolijker wordt. Maar je, als je het tussen je lippen houdt, kom je eerder in een wat somberder stemming.

Smeuïge typeringen

In een wereldwijd project waarbij onderzoekers het werk van collega’s repliceren, bleek al eerder dat een kleine 40 procent van honderd onderzoeken bij herhaling precies dezelfde uitkomsten had. En bij ruim 80 procent bleken de resultaten minder sterk dan in de oorspronkelijke onderzoeken. Dergelijke berichten leidden tot smeuïge typeringen van de psychologie als ‘fopwetenschap’ en ‘gebakken lucht’.

Maar wat zegt dat nu eigenlijk, dat krap 40 procent van de experimenten bij replicatie precies dezelfde uitkomsten geeft (en ruim 60 procent dus niet)? Natuurlijk zijn er allerlei technische haken en ogen aan een aantal van de replicatieonderzoeken, zoals Dan Gilbert en collega’s van Harvard uiteenzetten. Soms bleken bijvoorbeeld de proefpersonen toch wel behoorlijk te verschillen van die in het oorspronkelijke onderzoek.  Kun je dan nog wel van een echte replicatie spreken?

De ene mens is nooit de andere

Maar ook los daarvan, is het eigenlijk wel zo’n slechte uitkomst als 40 procent van de replicaties dezelfde uitkomsten geeft? Helemaal niet, zou ik zeggen. In de psychologie – en diverse andere sociale wetenschappen – onderzoek je regelmatigheden in menselijk gedrag. De natuurwetenschappen onderzoeken ook regelmatigheden. Het verschil tussen beide is dat je in een aantal natuurwetenschappen kunt komen tot wetmatigheden. In de psychologie leiden regelmatigheden nooit tot wetmatigheden. Het blijven regelmatigheden: als we (onder exact dezelfde omstandigheden) interventie A uitvoeren, dan vertoont een aantal mensen gedrag B. Een aantal, maar niet alle. Nooit alle. De ene mens is de andere niet, er zijn altijd verschillen. In karakter, in hoe mensen zich psychisch of lichamelijk voelen, of ze wel of niet de krant hebben gelezen bij het ontbijt.

40 procent is een fraai resultaat

En er zijn altijd interacties met talloze andere variabelen: het weer, het gedrag van andere mensen, de geur in de tram, etc. Daarom behoeft het ook geen verwondering als experimenten die  later - soms vele jaren later (!) - in replicatiestudies herhaald worden met andere, zij het vergelijkbare proefpersonen, andere uitkomsten opleveren. En is het een fraai resultaat als dat in 40 procent van de gevallen wel zo is.

Dat onderzoek biedt prachtige aanknopingspunten voor praktijkinterventies, bijvoorbeeld ten behoeve van gezondheidsgedrag of de verbetering van leerprestaties. Waarbij het wel heel verstandig is dat degenen die een praktijkinterventie ontwikkelen zich baseren op onderzoek dat in een zoveel mogelijk vergelijkbare context werd uitgevoerd. En bij voorkeur ook berust op een goed geteste theorie.

 

De Gedragscolumn wordt wekelijks geschreven door sociale wetenschappers. Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag.