Cultuur

Interview

Interview

©

Hoe opstandige slaven zichzelf opbliezen op een slavenschip

Ruud Paesie (60)

reconstrueerde de ontploffing op een slavenschip voor de kust van Afrika in 1785. Wat hij vond, kan onaangenaam zijn voor wie de slavenhandel als een misdrijf van alleen Europeanen ziet.

Het zou zo een keten van actiescènes kunnen zijn in een film van Steven Spielberg of Paul Verhoeven. Op een slavenschip verbreken enkele slaven ’s nachts hun boeien en bevrijden hun lotgenoten. De tweehonderd mannen en vrouwen overmeesteren de bemanning en veroveren met geweld het schip.

Slavenopstanden kwamen zelden voor en die op Neptunus is „de meest dramatische opstand in de slavenhandel door Europeanen”.

Vanaf de kust komen honderden Afrikanen in kano’s aangepeddeld, terwijl een Engels schip het slavenschip probeert te veroveren. Als de gevechten op hun hevigst zijn, explodeert het schip.

Het is allemaal echt gebeurd. Met het Zeeuwse slavenschip De Neptunus, op 17 en 18 oktober 1785, voor de westkust van Afrika. En het was uniek. Slavenopstanden kwamen zelden voor en die op Neptunus is „de meest dramatische opstand in de slavenhandel door Europeanen”.

Dit concludeert historicus Ruud Paesie in Slavenopstand op de Neptunus, waarin hij reconstrueert wat er die nacht precies is gebeurd. Zijn boek leest beurtelings als een thriller, een reisverhaal en het verslag van een speurtocht door de archieven. „Wat ik vooral wilde vinden was een antwoord op de vraag: is het schip ontploft door een verdwaald schot in de kruitkamer of hebben de slaven het schip zelf opgeblazen”, vertelt Paesie (60) in zijn huis in Middelburg. Het eeuwenoude pand ademt geschiedenis met de zware balken tegen het plafond en een glasplaat in de vloer, waardoor je in de oude beerput vol potscherven kunt kijken.

Een gepromoveerde autodidact

Paesie is allesbehalve een doorsnee-historicus. Hij werkt als psychiatrisch verpleegkundige en heeft geen geschiedenis gestudeerd. Na twee afgebroken studies organiseerde hij boottochten voor duikers in de Malediven. Daar vond hij op de zeebodem een gezonken VOC-schip en schreef daar een boek over. De autodidact promoveerde op de rol van smokkelschepen in de (slaven)handel en publiceerde over de opstand op een ander Zeeuws slavenschip, de Vigilantie.

Opstanden waren zeldzaam. Tijdens de trans-Atlantische slavenhandel maakten Europeanen ongeveer 36.000 ‘driehoeksreizen’, waarbij ze in Afrika slaven kochten en die doorverkochten in Noord- en Zuid-Amerika. Bij ongeveer vijfhonderd reizen kwamen de slaven in opstand – voor zover valt na te gaan. „Bij maar vier opstanden hebben de slaven zelf het schip opgeblazen”, vertelt Paesie. „Dat maakt de opstand op de Neptunus bijzonder.”

Een idee van onze tijd

Maar de vraag is dus óf de slaven op het Zeeuwse schip dat hebben gedaan. Sommige historici houden het op een verdwaald schot in de kruitkamer, afkomstig van het Engelse schip. „Dat is de gebruikelijke conclusie bij zeeslagen”, zegt Paesie. Amerikaanse historici denken volgens hem dat er sprake was van een collectieve zelfmoordactie. „Toen ik dat las, dacht ik: echt een idee van onze tijd. We horen nu veel over bijvoorbeeld IS, en over mensen die bij een aanslag bereid zijn zelfmoord te plegen. Ik dacht: het bewijs daarvoor zal ik wel nooit vinden.”

Zoveel eeuwen later zijn alle getuigen dood en veel archiefstukken verdwenen, als ze er zijn geweest. Maar tijdens een ander onderzoek stuitte Paesie in het gemeentearchief in Zierikzee op een notariële akte, waarin werd gesproken over de Neptunus die „in de lugt gesprongen” was. Die akte bracht archieftijger Paesie op het spoor van notariële akten in andere archieven (Den Haag, Brugge en Amsterdam), met daarin onder meer verklaringen van opvarenden. Zo kon hij de hele reis reconstrueren.

Op deze reis gaat vanaf het begin alles fout, vertelt Paesie. „De reis is slecht voorbereid. De bemanning drost en ze moeten een nieuwe bemanning halen..” En last but not least: de lading, waarmee de slaven via ruilhandel moesten worden betaald, was te weinig aantrekkelijk voor de Afrikaanse slavenhandelaren. „De scheepsjongen van wie ik een notariële verklaring heb gevonden, hoorde de kapitein zeggen: ‘de lading is niet goed’..”

Het aankopen van de slaven verloopt dan ook moeizaam. „Ze zijn bijna anderhalf jaar onderweg om slaven in te kopen”, zegt Paesie. Al die tijd zitten de slaven in de bloedhitte op het schip en sterven er tientallen. „Doorgaans kwam slaven op schepen in opstand als ze slecht behandeld werden.” Dat was hier waarschijnlijk ook het geval. „Een Britse missionaris vond de gezagvoerder van de Neputunus een opvallend brute kerel.”

De bevrijdingsactie moet goed zijn voorbereid, want de slaven nemen het schip snel over.

De kapitein gaat ook slecht om met zijn bemanning. „Met een verhouding van één bemanningslid op tien slaven moest de kapitein kunnen steunen op zijn bemanning. Dat kon hij niet, hij had steeds met muiterij te maken”, vertelt Paesie. „Onderling waren er taalproblemen. Van de circa dertig bemanningsleden waren er maar zes Nederlanders, de rest waren Duitsers en Scandinaviërs.”

De kapitein is van boord als de slaven die avond in opstand komen. De bevrijdingsactie moet goed zijn voorbereid, want de slaven nemen het schip snel over. Paesie: „Er moet vooraf communicatie zijn geweest. Daar speelden vrouwen een rol in omdat die vrij konden rondlopen en informatie konden doorgeven. ’s Avonds ging het luik dicht en zaten de mannen benedendeks geketend. Misschien deden de vrouwen wel wat voorwerk.” Enkele slaven springen overboord, de meesten blijven.

De reconstructie laat volgens Paesie zien dat de Afrikanen wel degelijk in staat waren om een opstand te organiseren. „Dat blijkt niet alleen uit de voorbereiding, maar ook uit wat daarna is gebeurd. Er wordt wel gezegd dat de Afrikanen niet met buskruit konden omgaan, maar daar gingen al meer dan honderd jaar buskruit en vuurwapens heen. Ze konden goed met wapens en buskruit omgaan. Ze konden zelfs geschut bedienen.”

Dat blijkt vooral nadat de bemanning zich heeft overgegeven en het schip wordt prijsgegeven. Al snel komt een Engels slavenschip aanvaren. „De Engelsen wilden het schip veroveren”, zegt Paesie. „Honderden Afrikanen kwamen ook van heinde en ver met kano’s aanroeien om het schip te plunderen. Een zwarte Anglicaanse missionaris die daar woonde, schreef: ‘Wat doen jullie, jullie zijn je eigen mensen aan het bejagen om ze te kunnen verkopen als slaaf?’ Dat monsterverbond tussen Europeanen en Afrikanen vond ik schokkend.”

Nazaten van slaven

Is dit een onaangename waarheid voor mensen die de slavenhandel zien als een misdrijf dat uitsluitend is begaan door Europeanen? „De politieke en maatschappelijke opvattingen over slavenhandel lopen nogal uiteen en de discussies daarover ook”, zegt Paesie voorzichtig. „Er is een groep die herstelbetalingen wil voor de nazaten van slaven en die de slavernij betrekt bij de Zwarte Piet-discussie. Er is een spanningsveld tussen historici zoals ik, die zich beperken tot empirisch onderzoek – de bronnen – en historici voor wie ook mondelinge overleveringen meespelen.” Zijn boek laat volgens Paesie zien dat je ook met empirisch bronnenonderzoek de gebeurtenissen kunt achterhalen.

Was er inderdaad sprake van een collectieve zelfmoord? „De opstandelingen zeggen tegen de Afrikanen die ‘te hulp schieten’: als je leven je lief is, verlaat dan het schip, want wij willen de blanken doden en het schip opblazen.”

Zes opvarenden vertelden later dat de slaven het ruim in gingen en het buskruit aanstaken. „Hadden ze hierover vergaderd? Is er een leider geweest die zei: we gaan het doen? Dat weten we niet, maar gezien hun acties lijkt het erop dat erover is gesproken. Dat ze bereid waren tot de laatste man te vechten.”

Slavenopstand op de Neptunus van Ruud Paesie verschijnt vrijdag 30 september bij de Walburg Pers. Dan geeft Paesie ook een lezing over het boek in het gemeentehuis van Zierikzee. Zondag 2 oktober spreekt hij in het Stadsarchief Amsterdam.