‘Deutsche’ zou andere banken in haar val kunnen meesleuren

Deutsche Bank is groot, machtig én een probleem. Het IMF noemt haar al het grootste risico voor het financiële systeem.

Foto AFP

Het grootste risico voor het internationale financiële systeem. Zo noemde het Internationale Monetaire Fonds (IMF) Deutsche Bank in juni van dit jaar. De conclusie kwam na een jaarlijks onderzoek door het IMF van de Duitse financiële sector – een onoverzichtelijke lappendeken van 1.700 instellingen. Daarvan zijn de meeste onbeduidend. Maar de Duitse economie heeft één gigant gebaard, en dat is Deutsche Bank met haar balanstotaal van 1.800 miljard euro.

Met het dieselschandaal rond Volkswagen kreeg het imago van Duitse degelijkheid dit jaar al een klap. Maar Duitse financiële instellingen hebben in de internationale financiële markt al langer een veel wankeler reputatie dan bij het grote publiek.

Dat ligt vooral aan de internationale avonturen die zij aangaan. De Duitse economie heeft dermate veel spaargeld dat het surplus daarvan naar de rest van de wereld gaat. Duitse banken spelen een belangrijke rol bij het tewerkstellen van dit geld.

Het is mede daarom dat zij vaak opduiken als er iets misgaat. In Ierland, bijvoorbeeld, in 2008. Of in Griekenland tijdens de crisis daar. Ook de Amerikaanse inzet van een boete en schadevergoeding van ruim 12,4 miljard euro die Deutsche Bank boven het hoofd hangt grijpt terug op de dubieuze rol van de bank bij de Amerikaanse huizenzeepbel, die de opmaat was voor de Lehman-crisis van 2008. Er zijn meer complicaties: het Libor-schandaal bijvoorbeeld, of een lopend onderzoek naar zaken die de bank in Rusland deed.

Wat het IMF deed opschrikken was het verlies van 6,8 miljard euro dat de bank vorig jaar leed. En het feit dat de Amerikaanse dochter van de bank zowel dit als vorig jaar faalde bij een Amerikaanse stresstest. Deutsche Bank is groot in financiële derivaten: eenderde van het balanstotaal bestaat uit dit soort complexe en potentieel riskante financiële instrumenten.

Halvering van de koers

Bij beleggers is de bank inmiddels uit de gratie geraakt. Niet alleen was er dit jaar een ruime halvering van de aandelenkoers tot het laagste niveau sinds 1983. Ook ten opzichte van vlak vóór de Lehman-crisis is de klap enorm. Deutsche is nu nog maar eentiende waard van toen.

Het resultaat is dat de waardering van Deutsche Bank buitengewoon laag is. Betalen beleggers voor een bank als ABN Amro nu op de beurs ongeveer de boekwaarde van de bank, voor Deutsche Bank wordt nu nog maar 23 procent van de boekwaarde neergeteld. De totale beurswaarde van Deutsche Bank is nog maar 14,4 miljard euro. Het veel kleinere Nederlandse ING is driemaal zoveel waard.

De lage koers wijst op de vrees van beleggers voor een ‘bail-in’: een reddingsoperatie die vooral zij zullen moeten betalen, bijvoorbeeld door de uitgifte van aandelen of het afschrijven van schulden. Dat is bewust Europees beleid, dat moet voorkomen dat een ‘bail-out’ door de overheid moet worden gepleegd, zoals na de Lehman-crisis met veel Europese banken gebeurde.

Maar de kwestie is complex. Veel Europese banken, ook Deutsche Bank, hebben hun eigen vermogen opgeschroefd met zogenoemde voorwaardelijk converteerbare obligaties (contingent convertibles, of coco’s). Dat zijn leningen die worden omgezet in aandelen als het eigen vermogen van een bank onder een bepaalde drempel zakt. De koers van coco’s van Deutsche is echter niet zo hard gezakt als mocht worden verwacht. Dat wijst er op dat deze ‘bail-in’-mogelijkheid toch niet zo snel zal worden aangesproken.

Geen wonder: Europese banken hebben belegd in elkaars coco’s, waardoor er een kettingreactie zou dreigen die werkelijk niemand wil. Waardoor de Duitse overheid toch weer in het vizier komt.