Braakaap

Braken bij apen is lang onderbelicht gebleven, tot in 2007 de doorwrochte studie ‘Vomiting in Wild Bonnet Macaques’ in Journal of Primatology verscheen. Drie Amerikaanse psychologen bestudeerden in Zuid-India in het wild levende kroonapen van de soort Macaca radiata.

Tijdens 1.450 uur observeren van 62 apen werd braken 163 keer waargenomen. Dat komt neer op gemiddeld 0,0035 keer kotsen per uur. Van elk geval werden de kleur en textuur van het braaksel genoteerd en was er speciale aandacht voor het weer inslikken.

De kleur was doorgaans groen, in mindere mate wit en zelden geel of bruin. Slechts zestien keer bevatte het braaksel brokjes. Het overgeefsel kwam meestal niet verder dan de wangzakken en werd slechts een enkele keer over de handen of over de grond gespuugd.

In 88 procent van de gevallen slikten de apen na enig herkauwen het merendeel van het braaksel zonder aarzeling weer in. Precies 23 keer toonden andere apen belangstelling voor de achtergebleven kots en elf apen aten het daadwerkelijk op.

De conclusie uit deze bijna vergeten studie luidt dat braken bij kroonapen een normaal onderdeel van de spijsvertering is, geholpen door de wijde wangzakken.