Bijna niemand betaalt voor de uitstoot van CO2

Klimaat De vervuiler betaalt, is het principe. Maar bedrijven worden nog niet gedwongen voor hun CO2- uitstoot te betalen, concludeert de OESO.

Foto iStock

Het uitstoten van broeikasgassen is in veel gevallen bijna gratis. En als het al wat kost, is de prijs veel te laag om bedrijven een prikkel te geven hun uitstoot terug te dringen. Dat concludeert de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling van de geïndustrialiseerde landen, in het maandag verschenen rapport Effective Carbon Rates.

Broeikasgassen dragen bij aan de opwarming van de aarde. Op de grote klimaattop in Parijs is eind vorig jaar afgesproken de gemiddelde temperatuurstijging zoveel mogelijk onder de twee graden Celsius te houden.

In het akkoord wordt een prijs op de uitstoot van broeikasgassen expliciet genoemd als een van de mogelijke maatregelen om klimaatverandering te bestrijden. De OESO onderschrijft dit principe, dat ervan uitgaat dat de vervuiler betaalt, en noemt betalen voor emissies „een van de meest effectieve gereedschappen om de uitstoot te reduceren”.

In de 41 landen die in het onderzoek aan bod komen (behalve de lidstaten ook opkomende landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika) is 60 procent van alle CO2-uitstoot niet geprijsd. En van de emissies waarvoor wel betaald moet worden, ligt de prijs meestal ver onder de 30 euro per ton. Dat bedrag van 30 euro is volgens de OESO in de meest conservatieve schatting minimaal nodig om de schade door de opwarming te compenseren. Vaak zitten koolstofkosten bovendien verstopt in accijnzen, waardoor ze voor bedrijven geen prikkel vormen om over te stappen op schonere vormen van energie.

Ook al zien de meeste betrokkenen de noodzaak van een koolstofprijs, toch slaagden ze er in Parijs niet in daarover concrete afspraken te maken. Een belangrijke reden is dat landen vrezen voor hun concurrentiepositie, als een koolstofprijs niet overal min of meer gelijk is.

Ontwikkelingslanden en opkomende economieën vinden dat rijke landen eerst maar eens over de brug moeten komen. Rijke landen op hun beurt zijn bang dat hun industrie vertrekt naar landen waar geen koolstofprijs geldt.

De OESO pleit voor flexibiliteit, en heeft daarom een voorkeur voor een prijs die tot stand komt via emissiehandel, in plaats van een belasting. Maar in de Europese Unie, waar emissiehandel al ruim tien jaar bestaat, is de prijs zo laag (onder de 5 euro per ton) dat die helemaal niet werkt.

Veel bedrijven pleiten al jaren voor een duidelijke koolstofprijs. Vaak wordt intern ook al met zo’n prijs gewerkt. Volgens CDP, een organisatie die bedrijven jaarlijks vraagt naar hun klimaatbeleid, varieert de gehanteerde prijs van 1 dollar tot 800 dollar per ton.

Projecten die met die interne prijs niet rendabel zijn, worden dan niet uitgevoerd. Voor de Franse energiereus Engie was hun koolstofprijs een reden om in 2015 met energie uit steenkool te stoppen.