Zeker duizend kinderen in de ‘jungle’ van Calais

Vluchtelingencrisis

Onder de 10.000 migranten in het Franse vluchtelingenkamp zijn ruim duizend minderjarigen. Doorstroming naar betere opvang lukt nauwelijks. „Een gevaarlijke plaats, zeker voor kinderen.”

AFP / Philippe Huguen

Twee potige kerels zijn het: ze zijn breed, gespierd en hebben verweerde gezichten. Maar bij het loketje van Artsen Zonder Grenzen (AzG) in de ‘jungle’ van Calais blijken het toch echt kinderen. Jammerend staan ze onder het betraliede raampje van de container waarin de organisatie in het migrantenkamp zijn kantoortje heeft ondergebracht. „Jullie weten dat we geen geld kunnen geven”, zegt een hulpverlener aan de andere kant van het raam niet heel overtuigend. Een van hen huilt. Een arm gaat door de tralies en aait over een hoofd.

Volgens de laatste tellingen van hulporganisaties Auberge des Migrants en Help Refugees zouden in het kamp meer dan 10.000 migranten verblijven, onder wie 1.022 alleenstaande minderjarigen. Meer dan de helft van hen zou afkomstig zijn uit Afghanistan of Soedan, ongeveer een kwart uit Eritrea. Het jongste alleenstaande kind dat door de hulpverleners is aangetroffen was acht jaar oud, vertelt Christian Salomé van Auberge des Migrants, die de situatie al vele jaren van nabij volgt. „Het kamp is een gevaarlijke plaats”, zegt hij. „Zeker voor kinderen.”

De twee jongens die om geld vragen zijn 15 en 17 jaar oud. Met handen, voeten en een beetje Engels leggen ze uit dat ze sinds twee maanden in Calais zijn en uit Soedan komen. Ze willen naar het Verenigd Koninkrijk, zoals bijna iedereen hier. Daar zou familie zijn. In het jeugdcentrum dat AzG in juli met enkele andere organisaties tussen de tentjes en de hutten heeft opgetrokken, kunnen kinderen naar huis of naar die vermeende familie aan de andere kant van Het Kanaal bellen. Bij het kantoortje staat een lange rij. Er zijn psychologen, en gespecialiseerde medewerkers helpen om een asieldossier voor te bereiden of een aanvraag om naar familie gerepatrieerd te worden.

Immens modderkamp

„Zo’n procedure duurt lang en niet iedereen heeft daar het geduld voor”, legt Anneliese Coury van Artsen Zonder Grenzen uit. „De kinderen moeten soms maanden wachten voordat hun dossier behandeld is.” En dat doen ze hier, in het immense modderkamp aan de rand van het havengebied van Calais.

In mei kondigde de toenmalige Britse premier David Cameron aan plek te maken voor maximaal 3.000 minderjarige vluchtelingen, maar in antwoord op parlementaire vragen liet het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken afgelopen week weten dat pas dertig kinderen onder die afspraken de oversteek hebben kunnen maken. Volgens informatie van The Guardian komen vierhonderd kinderen in Calais, waarvan een deel met familie in het VK, voor vertrek in aanmerking.

Ook van Franse kant wil het niet vlotten. De Franse regering zei in februari een opvangcentrum met 72 bedden voor alleenstaande kinderen te zullen bouwen. Volgens internationale regels is het land verplicht kinderen onderdak te verschaffen. Maar de bouw is nog altijd niet begonnen. Ongeveer tweehonderd kinderen verblijven voorlopig in slaapzalen met volwassenen in het door de autoriteiten neergezette containerdorpje in het kamp, de rest slaapt in tentjes in het kamp.

Inmiddels is het de bedoeling dat het hele kamp „voor de winter” ontruimd is. De vluchtelingen worden over Frankrijk verspreid. Wat er dan met de kinderen gebeurt, is nog onduidelijk. „We hopen ze niet uit het oog te verliezen”, zegt Coury. Er zijn al kinderen kwijtgeraakt, schrijft Unicef in een recent rapport. „Het systeem zit muurvast. Daardoor blijven de kinderen onverantwoorde risico’s nemen”, zegt Coury.

Dak van een vrachtwagen

Dat bleek vorige week vrijdag toen een 14-jarige Afghaanse jongen om het leven kwam toen hij op de ringweg rond Calais van het dak van een vrachtwagen viel en aangereden werd door een auto. Hij was, voor zover bekend, het dertiende dodelijke slachtoffer dit jaar op de wegen rond het kamp in Calais. De jongen zou een broer hebben in het Verenigd Koninkrijk, waardoor hij legaal naar de overkant kon. Maar volgens een medewerker van de organisatie Refugee Youth Service wachtte hij al maanden om de papieren in orde te krijgen.

Vijftig tot honderd kinderen kunnen sinds juli doordeweeks terecht bij het jeugdcentrum van AZG. Daar proberen hulpverleners in de eerste plaats vertrouwen te winnen. „Maar dat is ontzettend lastig”, zegt kinderpsycholoog Gillian Hughes die met het Britse Calais Resilience Collective op vrijdag de kinderen probeert te laten praten. „De kinderen zitten in overlevingsmodus en ze zijn al maanden onderweg. Ze weten niet meer wie ze kunnen vertrouwen.”

Veel kinderen zijn door hun familie met mensensmokkelaars meegestuurd, anderen zijn zelf vertrokken: Afghanen uit vrees gerekruteerd te worden door de Taliban, Eritreeërs bijvoorbeeld om de gevreesde dienstplicht in dat land te ontlopen. Onderweg worden ze door andere migranten vaak ingezet voor klusjes die volgens Unicef als ‘slavernij’ gezien kunnen worden: water halen, schoonmaken en op wacht staan. Mensensmokkelaars zouden zich volgens het onderzoek veelvuldig schuldig maken aan seksueel misbruik.

„Ze hebben zo ontzettend veel meegemaakt. Het zijn hartverscheurende verhalen”, zegt Hughes, die via tolken met de kinderen praat. „En bovenop de trauma’s die ze al hebben, komt dan dit kamp dat eigenlijk niet zou mogen bestaan.”