Opnieuw vreest Europa een referendum

Italië gaat op 4 december stemmen in een referendum. Dat gaat formeel over politieke hervorming. Maar premier Renzi heeft verkeerd gegokt en dreigt nu een nieuwe crisis in Europa te veroorzaken.

Italianen wachten voor het regeringsgebouw voor de datum van het referendum. Foto Alessandro Bianchi/Reuters

Wordt 4 december net zo’n onheilszwangere dag voor Europa als 23 juni? Opnieuw is er dan een referendum. Toen in het Verenigd Koninkrijk, over de Brexit, straks in Italië, over hervorming van het politieke bestel. En opnieuw waarschuwen opiniepeilers ervoor de onvrede onder de kiezers niet te onderschatten.

De kans is groot dat bij een ‘nee’ van de kiezers de Italiaanse regering valt. Een politieke crisis in het land met de op één na grootste staatsschuld van Europa en serieuze problemen bij een aantal banken is sowieso onwelkom in Brussel. En al helemaal als daarna in Rome een eurosceptische partij aan de macht zou komen, geleid door een komiek die vrijwel alles waar Europa voor staat in twijfel trekt.

Dat in de andere Europese hoofdsteden en op de financiële markten in verhoogde staat van waakzaamheid het nieuws uit Rome wordt gevolgd, juist nu Italië in stabieler vaarwater terecht was gekomen, komt door een misrekening van de Italiaanse premier Matteo Renzi.

Beknotting van politieke ‘kaste’

Dit voorjaar dacht hij twee vliegen in één klap te kunnen slaan. Het referendum gaat vooral over hervorming van de Senaat. Die heeft nu evenveel macht als het Huis van Afgevaardigden. In het voorstel wordt het aantal senatoren teruggebracht van 315 naar honderd, worden ze niet meer apart gekozen maar krijgen regiobestuurders en burgemeesters er een bijbaan als senator bij, en kan de Senaat nog maar marginaal wetten toetsen. In de populistische samenvatting: minder uitvreters, lagere financiële lasten, minder ingebakken instabiliteit – hoera voor deze beknotting van de politieke ‘kaste’. In februari steunde vijftig procent van de ondervraagden het idee, een kwart was tegen.

De uitkomst van het referendum leek verzekerd. Renzi wil hiermee zijn belofte van politieke hervormingen, een slepend proces in Italië, inlossen. Maar juist omdat de uitslag zeker leek, besloot Renzi een extra lading te geven aan het referendum: hij verbond er zijn politieke toekomst aan. Hij was in februari 2014 niet na verkiezingen, maar na een paleiscoup aan de macht gekomen. Twee maanden later leidde hij zijn partij naar een ongekende 41 procent bij Europese verkiezingen, maar hij had toch behoefte aan hernieuwde legitimatie. Die zocht hij in de slipstream van het brede verzet tegen de politieke elite.

Tegenstanders ruiken kans

Zo werd een technisch referendum ineens ook een politiek referendum. Naast mensen die om inhoudelijke redenen kritisch waren, roken politieke tegenstanders van Renzi hun kans. Vrijwel alle oppositiepartijen verklaarden zich tegen, de grootste vakbond wil zo zijn gram halen voor de ingreep in de pensioenen, en ook critici in zijn eigen partij begonnen aan zijn stoelpoten te zagen. Renzi heeft veel leden van de oude garde boos gemaakt omdat hij een persoonlijke en inhoudelijke verjonging van zijn Democratische Partij probeert door te voeren.

Tegenvallende groeicijfers, blijvend hoge werkloosheid, grote problemen bij banken waar tienduizenden kleine spaarders de dupe van zijn geworden, dat alles heeft de afgelopen maanden een ander licht op Renzi geworpen. Daadkracht werd zo voor sommigen arrogantie, streven naar hervorming werd onbezonnenheid. Serieuze plannen werden holle praat. In recente peilingen houden de percentages voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht.

Renzi krabbelt terug

Renzi probeert zijn fout te corrigeren. Het gaat niet om mij, het gaat om de zaak, herhaalt hij de laatste weken steeds. Hij heeft afgelopen maand het land rondgereisd met deze boodschap, en wil dat in vier weken vóór het referendum weer doen. Een medestander uit zijn partij, Luciano Violante, maakte onlangs een powerpointpresentatie over het referendum openbaar. Daarin wees hij erop dat Italië in de afgelopen twintig jaar acht premiers heeft gehad, tegen drie in Spanje en Duitsland en vier in het Verenigd Koninkrijk. Italië had twaalf verschillende kabinetten, tegen zes in Spanje en Duitsland en acht in het Verenigd Koninkrijk. Door de grondwetshervorming die in het referendum voorligt, zouden wetten sneller worden aangenomen en neemt de staat bovendien weer de controle over van de regio’s over grote infrastructurele projecten van nationaal belang.

Maar een andere hervorming vertroebelt daarbij het beeld: de wijziging vorig voorjaar van de kieswet, ook bedoeld om de politieke stabiliteit te vergroten. De nieuwe kieswet geeft de grootste partij in het Huis van Afgevaardigden een zetelpremie, om een stabiele regering mogelijk te maken. Veel tegenstanders van Renzi telden de twee bij elkaar op: controle in het Huis plus een zwakke Senaat is absolute macht voor Renzi. Of voor de partij van de komiek Beppe Grillo, de eurosceptische Vijfsterrenbeweging, die in de peilingen met Renzi strijdt om de eerste plaats.

Met een ja bij het referendum „begint een nieuw seizoen voor de modernisering en de competitiviteit van het land’’, schrijft Violante. Maar ook: „Renzi heeft er verkeerd aan gedaan het te personaliseren; hij heeft publiekelijk zijn fout toegegeven.” Het is de vraag of dat genoeg is.