Interview

‘Nooit was ik zo eenzaam als tijdens dit onderzoek’

Anna Bikont

(62) schreef een indringend boek over de moord op tenminste 340 joden in het Poolse plaatsje Jedwabne. Haar onderzoek bracht oude vriendschappen in gevaar.

Eigenlijk weet niemand hoeveel joden er nu in Polen wonen. Voor de oorlog waren het er 3,3 miljoen. Aan het slot van haar boek De misdaad en het zwijgen legt de Poolse journalist en schrijver Anna Bikont (1954) uit hoe een recente volkstelling op het absurd lage aantal van elfhonderd komt. „Je moest eerst ‘nee’ zeggen op de vraag naar de Poolse nationaliteit om daarna een andere nationaliteit te kunnen aanvinken.”

„Jood is in Polen een nationaliteit. Je bent Pool óf jood. Dat was zo, en is nog steeds zo”, verduidelijkt Bikont in een bescheiden appartement vol boeken in Mokotow, een wijk voor de culturele elite van Warschau.

Zelf ontdekte Bikont pas op volwassen leeftijd dat haar moeder joods is. Maar Bikont wil haar afkomst niet verloochenen, ze is jood én Pool. Toen ze haar onderzoek begon naar de pogroms in de Oost-Poolse plaatsjes Wasosz, Jedwabne en Radzilów, bleek de openheid over haar afkomst de gesprekken met de betrokkenen en hun kinderen des te indringender te maken, net als de verwijten jegens haar en de vriendschappen die ze opdeed.

Tegelijk bracht haar onderzoek oude vriendschappen in gevaar. Tot haar teleurstelling wilde zelfs de joodse hoofdredacteur van haar eigen krant Gazeta Wyborcza, Adam Michnik, niet geloven dat Polen verantwoordelijk waren voor de moordpartij in Jedwabne, waarbij tenminste 340 mensen de dood vonden (het aantal dat is vastgesteld in een onderzoek van de Poolse overheid) en 1600 op zijn hoogst (het aantal waarmee historicus Jan Gross in 2000 naar buiten kwam).

Maakte het onderzoek u eenzaam?

„Ik ben in mijn leven nooit zo eenzaam geweest als toen. Gazeta is voor mij als familie: het eerste nummer werd bij mij in de keuken bedacht. Opeens werden mijn artikelen niet meer gepubliceerd. En werden autochtone Polen naar Jedwabne gestuurd, omdat ik als jood niet objectief zou kunnen zijn, ik zou te emotioneel betrokken zijn. Echt, het was voor het eerst in mijn leven dat ik het gevoel had vanwege mijn joodse wortels als minderwaardig te worden gezien.”

Wat vond u zelf de schokkendste ontdekking tijdens uw onderzoek?

„Dat zelfs die paar mensen die joden hebben gered daarvoor betaald hebben met een zwaar leven, of zelfs de dood. Eén van hen, Antonina Wyrzykowska, heeft de belangrijkste getuige van de moordpartij gered, Szmul Wasersztejn. Maar ze moest direct na de oorlog met hem vluchten. Zij die joden hadden gered, probeerden dat geheim te houden. De kinderen van Antonina willen nog steeds niet dat hun moeder in de openbaarheid komt als ‘jodenredder’. Toen ze in 2001 een presidentiële onderscheiding kreeg, was haar dochter boos: hoe had ze naar die ceremonie kunnen gaan? En dat is nu. Direct na de oorlog kreeg Antonina klappen van de moordenaars. Op andere plaatsen werden ‘rechtvaardigen’, zij die joden hadden gered, zelfs vermoord, soms op gruwelijke wijze.”

Alleen uit antisemitisme?

„Nee. Ook uit angst. De daders waren meestal mensen die joden hadden vermoord tijdens de bezetting, zoals de mannen die Antonina direct na de oorlog in elkaar sloegen. Ze waren bang dat jodenredders hen zouden verlinken bij de nieuwe autoriteiten die mensen berechtten voor hun misdaden tijdens de bezetting. Ook voor de moordpartij in Jedwabne zijn in 1949 twaalf gevangenisstraffen uitgedeeld.”

U schrijft ook over het lot van enkele joden die overleefden en niet uit Jedwabne vertrokken.

„Dat is van een ontstellende droefenis. Ze werden katholiek en leefden verder in permanente angst. Of erger. Het jongetje Icek Kuberski werd kort na de oorlog gestenigd door zijn Poolse vriendjes. Terwijl ze de koeien hoedden, speelden ze een spel. Icek won. Dat konden de vriendjes niet verkroppen – verliezen van een jood. Nog twee dagen leefde hij door met zware verwondingen. Hij was gedoopt, maar een moeder van een van de jonge moordenaars ging naar de pastoor om te zeggen dat een jood geen katholieke begrafenis mocht krijgen.”

Wat was de rol van de kerk?

„Deze dagen gaat er veel aandacht uit naar priesters die joden hebben geholpen. Ik probeerde ze te vinden in Jedwabne en omgeving. Tevergeefs, ik vond zelfs geen geestelijke die tegen kerkgangers zei ‘joden doden is verkeerd’. Joden waren communisten, zo is het eeuwige verhaal, en Polen vochten tegen nazi’s én communisten.

Kijk, Polen is een bijzonder land omdat iedereen de Holocaust zág, anders dan bijvoorbeeld in Nederland. Iedereen kent de kampen Treblinka en Auschwitz, maar de Holocaust had hier ook plaats in stadjes, dorpen, weilanden, boerenschuren. Net als Duitsers zagen Polen er geen been in joodse kinderen te vermoorden; potentiële communisten, zeg maar.”

Waren communistische sympathieën onder joden niet begrijpelijk? De wereldrevolutie beloofde een einde te maken aan het nationalisme en daarmee het antisemitisme.

„In grote steden ja, maar niet in kleine, als Jedwabne. Het communisme was atheïstisch, de joden in de dorpen waren diep religieus. Het communisme bepleitte nationalisatie van de productiemiddelen, de joden in de dorpen waren kleine zelfstandigen, winkeliers, ondernemers. Jedwabne telde misschien vijf joodse communisten, niet meer.”

In het nieuwe nawoord in uw boek suggereert u dat het gesprek over Jedwabne beslissend is geweest voor de afgelopen presidentsverkiezingen. Denkt u dat echt?

„Ja. In het enige verkiezingsdebat dat op televisie werd uitgezonden, ging het cruciale gedeelte over de omgang met de zwarte bladzijden uit het eigen verleden. Die is zo moeilijk, omdat Polen zichzelf altijd als slachtoffer zien. En slachtoffers zijn per definitie geen daders. Toch heeft de vorige president, Komorowski, zijn excuses aangeboden voor Jedwabne. Duda, die de verkiezingen won, speelde daarop in door hem in dat debat te vragen waarom hij ‘had toegestaan’ dat de Polen ‘ten onrechte zijn beschuldigd van medeplichtigheid aan de Holocaust’. Komorowski, zei hij, had gefaald in het verdedigen van de goede naam van Polen.

„Duda liet er na zijn overwinning geen gras over groeien: hij kondigde aan dat Poolse scholen de ‘pedagogie van schaamte’ zouden vervangen door een ‘pedagogie van trots’. Ook liet hij uitzoeken of de Poolse staat de onderscheidingen kon terugeisen die eerder aan Jan Gross waren gegeven, de historicus die Jedwabne in het publieke debat had gebracht.”

Gross is niet alleen een gelauwerd historicus. Hij is ook een Pool die het land in 1968 verliet tijdens een door de overheid georganiseerde antisemitische hetze.

„Ja, veel joden is toen hun nationaliteit afgenomen omdat ze lid zouden zijn geweest van een zionistisch complot.” Bikont lacht schamper. „Nee, dat groeiende patriottisme van nu is helemaal niet zo onschuldig. Maar mensen houden ervan.”

U bent uiteindelijk een soort therapeut geworden van enkele gewetensvolle mensen in Jedwabne. Is het niet pijnlijk dat niemand anders ze kan bijstaan dan een journalist?

„Er waren wel andere mensen die wilden helpen, maar dat kón simpelweg niet. Ze zouden uitgestoten worden uit de gemeenschap. Of ze lagen al te zeer met zichzelf in de knoop. Er was een man uit een van de dorpen in de buurt van Jedwabne die een einde aan zijn leven wilde maken. We spraken midden in de nacht af ergens op een weg tussen Radzilow en Jedwabne en daar vertelde hij, huilend, dat hij naar de herdenking in Jedwabne wilde, maar dat de gemeenschap hem dan zou verstoten. Bovendien, zo bleek, hij stond aan de kant van de gemeenschap. Inhoudelijk. Hij was zoon van een joodse vrouw en haar Poolse redder. Hij was katholiek, diep gelovig. Hij vertelde me dat hij van plan was zichzelf in brand te steken omdat hij joods was. Hij wilde niet met een professionele hulpverlener praten, maar alleen met mij. Het was heel beangstigend.”

En? Leeft hij nog?

„Ja. Het is mij uiteindelijk gelukt om een brief van de paus te krijgen, de Poolse paus, die het antisemitisme probeerde te bestrijden. Ik heb de brief niet gelezen, maar die moet hem gerust hebben gesteld. Daarna was het zelfverbrandingsplan in ieder geval verdwenen.”

Op 17 oktober wordt Anna Bikont geïnterviewd in Spui 25, Amsterdam. Reserveren kan via: spui Zie spui25.nl