In Vaals zie je de armoede niet echt, in Crooswijk juist wel

Volgens het SCP is er vooral armoede in achterstandswijken van de Randstad en in plaatsen in de periferie. Wij gingen naar Limburg en Rotterdam.

Hülya Tastekin met haar dochter Elif (5) in Vaals. Foto Chris Keulen

Juni had iets dubbels voor Hülya Tastekin. Haar schuld, erfenis van een gebroken huwelijk, ooit 60.000 euro groot, was afbetaald. „Het voelde alsof er een steen van haar schouders afviel.” Dezelfde maand bracht ook slecht nieuws. Na drie tijdelijke contracten kreeg ze geen vaste baan in het bejaardenhuis om de hoek. Zo ging het vaker. Opnieuw is ze aangewezen op een uitkering.

Alleen al deze maandag heeft ze drie sollicitaties de deur uitgedaan. De alleenstaande moeder Tastekin hoopt op iets in de thuiszorg. Voorlopig voelt geld waarover ze zelf kan beschikken al een tikje luxe. Geen leefgeld meer. Geen verantwoording meer hoeven afleggen. „Niet dat ik veel nodig heb. Een bloesje van 5 euro is goed. Of iets tweedehands. Rijkdom zit in het hart.” Dochter Elif (5), in de ban van de Disney-film Frozen, dartelt met een toverstokje om haar moeder heen. „Hocus pocus pilatus pas…”

Armoe is hier weinig zichtbaar, zegt burgemeester Reg van Loo van Vaals (bijna tienduizend inwoners). „Echte achterstandswijken hebben we niet. Het zit achter de voordeur.”

De gemeente in het zuiden van Nederland staat in de toptien van gemeenten met de meeste armen. Waarschijnlijk niet helemaal terecht, denkt Van Loo.

„Inwoners die in Duitsland werken en daar belasting betalen, zie je niet terug in de statistieken.” Maar dat Vaals een armoedeprobleem heeft, ontkent de burgemeester niet. „De sluiting van de textielindustrie en de mijnen werken nog altijd door. En gek genoeg lijkt het alsof de grenzen de afgelopen decennia harder zijn geworden. Net na de oorlog werd er makkelijker in Duitsland en België gewerkt dan nu.”

Een jobcoach helpt inmiddels mensen aan banen in buurgemeente Aken. Er zijn tal van trajecten, regelingen en meer om de armere inwoners van Vaals te ondersteunen. „Al moeten die ook geen aanzuigende werking krijgen.”

De relatief goedkope woningen in Vaals hebben al zo’n aantrekkingskracht. „Mensen die in Amsterdam illegaal in onderhuur zaten, werden uit hun huis gezet en zijn toen gaan googelen. Vanwege de prijs verhuisden ze naar hier.”

Tastekin op haar achttiende uitgehuwelijkt en twaalf jaar geleden gescheiden van haar echtgenoot die haar mishandelde, koos ook bewust voor Vaals. „Het is hier schoon en veilig.” De kleinschaligheid helpt ook om geholpen te worden, vindt ze. Al verbaast de Turkse Nederlandse zich soms toch over de bureaucratie en het gemeenschapsgeld dat naar luxe uitgaven als centrumvernieuwing gaat.

Tastekin schaamt zich niet voor haar armoede. Het leed van vroeger. Het niet meer zien van de twee kinderen uit dat huwelijk. „Dat blijft pijn doen.” Uit de armoe heeft ze zich al een beetje omhoog geworsteld. Ze zat in opvanghuizen, begon voor zichzelf met alleen een matras op de grond. En kijk nu eens. Een eigen huurflat. Elif. Nu nog die baan.

Foto David van Dam

De Rotterdamse wijk Crooswijk. Foto David van Dam

‘Het is hier armoediger geworden’

Als ze horen dat 3034 het armste postcodegebied van heel Nederland is, barsten ze in lachen uit. „We hebben nét een bod op een huis gedaan hier, echt nu net!”, zegt Esmée Ouwens (24 jaar), wijzend op haar telefoon. Ze staat bij het Schuttersveld in de Rotterdamse wijk Crooswijk met haar vriend, Tim ter Haar (23), samen met zijn moeder en haar vader. „Maar we kennen de wijk wel”, zegt Ter Haar. Hij wijst naar de overkant van het Schuttersveld, waar de twee nu nog anti-kraak wonen in huizen van een woningbouwcorporatie.

In Crooswijk heeft ruim 30 procent van de inwoners een inkomen onder de armoedegrens – de bovenste armoedegrens van ‘niet-veel-maar-toereikend’. Dat kan een uitkering zijn, maar ook laagbetaald werk, onvoldoende werk, of een kleine baan waar meer mensen van moeten rondkomen.

Wat Ouwens en Ter Haar merken van de armoede? „Veel mensen werken niet. En er gebeurt veel op straat”, zegt Ouwens. „Er staan bijvoorbeeld vaak vuilniszakken, mensen schreeuwen naar elkaar, ’s avonds laat is er nog harde muziek van een klein buurtgebouw op het veld.” Maar op datzelfde veld zijn naast een grote aantrekkelijke speeltuin voor kleintjes ook twee gratis tennisbanen, een basketbalveld en een kunstgrasveldje voor voetbal, zegt Ter Haar. En hufterproof fitness-apparaten. „We zitten vlak bij het centrum, en de prijs van dit huis was goed”, zegt Ouwens, die zegt dat het prima wonen is in Crooswijk. Ter Haar: „Maar ik moest me van mijn huisarts in Bergschenhoek wel uitschrijven bij zijn praktijk, omdat ik in een achterstandswijk ging wonen.”


Niet iedereen denkt laconiek over de overlast. Om de hoek, aan de Marnixstraat, beklagen een 53-jarige vrouw en haar 46-jarige schoonzus zich over de herrie, het getoeter, en het geschreeuw in de buurt. Ze werken beiden in de zorg, wonen in een sociale huurwoning, en komen iedere maand net rond. „Ik woon hier al dertig jaar”, zegt de oudste, maar ik overweeg nu toch te vertrekken.” Naar Ommoord bijvoorbeeld. „Het is hier alleen maar slechter geworden. Er komt niets van de plannen om door het bouwen van koopwoningen andere mensen aan te trekken in de buurt.”

Even ten noorden is de gemeente bezig door sloop en nieuwbouw – gericht op mensen met hogere inkomens – de wijk te verbeteren. Zo moet op de hoek van de Paradijslaan en de Rusthofstraat ‘het paradijshof’ komen, zegt een bord. „44 stadswoningen. Er bloeit iets moois in Crooswijk.”

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Daar hebben ze dus een mooi woonblok voor gesloopt, zegt Astrid Leegwater. Ze werkt als zelfstandige – ze bouwt kleine festivalterreintjes op voor het Rotterdams Volkstheater – en ze vindt niet dat ze zelf arm is. Maar als ze hoort welke definitie het SCP hanteert, moet ze constateren dat ze dat wel is. „Ik heb misschien geen flatscreen, maar ik heb een rijk leven”, zegt ze, terwijl ze aan de stoep bezig is een tuintje aan te planten.

Ze huurt een woning uit het begin van vorige eeuw, met uitzicht op een singel en een groene begraafplaats. De woning is slecht onderhouden, net als het hele blok. „Dit is het gouden laantje. Wij worden er allemaal uitgebonjourd, en de woningcorporatie verkoopt vervolgens de panden aan de hoogste bieder. Op de hoek is al voor veel geld een hipstercafé neergezet.”

De buurwoning is net verkocht, uit een raam van de bovenste verdieping hangt een puinslurf. De nieuwe buren mogen dan tot de gewenste welgesteldere klasse behoren, Leegwater vindt dat de buurt er niet beter op geworden is. De krakers zijn weg, net als een buurtwinkeltje dat ze dreef met een vriend, en de muziek. „Het is hier armoediger geworden. Niet in geld, maar in beleving.”