Column

In het paradijs heb je geen belastingen

mennotamminga

Iedereen doet ’t, dus daarom moet Nederland wel volgen. Nee, dat gaat niet over hogere lonen voor werknemers, om te beginnen bij die winstgevende multinationals. Wij moeten anderen na-apen in lagere belastingen voor die multinationals. Nederland moet de winstbelasting voor bedrijven reduceren „om te voorkomen dat reële economische activiteiten, met échte banen, aan onze neus voorbij dreigen te gaan.” Dat citaat komt uit een brief van staatssecretaris Erik Wiebes (Financiën, VVD) aan de Tweede Kamer. Let u op, lieve mensen bij de FNV? Jullie voeren toch ook campagne voor échte banen? Wiebes heeft het ei van Columbus. Verlaag de winstbelasting en je krijgt echte banen.

Was het maar zo simpel. Dan was Ierland (12,5 procent winstbelasting) het paradijs en waren de Verenigde Staten (tarief: 35 procent) de hel. Beide zijn niet het geval.

Wiebes probeert in zijn brief twee standpunten te verenigen die niet samengaan. Dat lukt dus niet. Hij wijst op de (aangekondigde) verlaging van de winstbelasting in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zwitserland tot onder 20 procent. België wil naar 20 procent. De Denen, Zweden en Finnen hebben al een lager tarief dan wij, zo somt de brief op. De Nederlandse fiscus heft 20 procent vennootschapsbelasting over de eerste 200.000 euro winst, daarna 25 procent.

Wiebes wil wel lagere belastingen, maar het moet geen ‘tarievenstrijd’ worden. Er is een „gedeeld belang tussen landen om een dergelijke race te voorkomen”, stelt hij. Dan is het wel jammer dat die andere landen dat anders zien. Maar dat deert het kabinet niet.

Wiebes verkondigt vrome wensen. Ook internationale bedrijven moeten hun „rechtvaardige bijdrage” leveren aan de collectieve voorzieningen, zoals onderwijs, justitie, infrastructuur. Zij hebben daar immers ook baat bij. Maar voor hem en het kabinet staat vast dat die winstbelastingen omlaag moeten. Want anderen doen het ook.

Ziehier in een notendop de blijvende machtspositie van de grote ondernemingen. De redenering klinkt als: lok de multinationals met een laag tarief en probeer de gemiste belastingopbrengsten te compenseren bij de werknemers (inkomstenbelasting) en de extra omzet (btw). Politieker gezegd: leg de baas en de eigenaren in de watten, belast de werknemers. De doorsneemultinational kan gemakkelijker verkassen dan de gemiddelde werknemer. En dat voelt u. De bulk van de belastingen betalen werknemers en consumenten. De vennootschapsbelasting is gezien de imposante winstgevendheid van het bedrijfsleven tamelijk bescheiden: 18,5 miljard euro. Dat bedrag is ook nog eens incidenteel hoog, schrijft minister Jeroen Dijsselbloem in de miljoenennota 2017. De fiscus int de belasting sneller en bedrijven willen ook sneller betalen. Dan hebben zij een rentevoordeeltje.

De gevolgen van de machtspositie van de grote ondernemingen laten zich uittekenen. In 2000, een economisch topjaar, was de vennootschapsbelasting (bijna 17 miljard euro) goed voor 11 procent van de uitgaven van de rijksoverheid. Ook toen regeerde een kabinet met VVD en PvdA (en D66). De raming in de begroting voor 2017, ook een economisch topjaar, is 7 procent (18,5 miljard euro) van de uitgaven. Het verschil van vier procentpunt tussen die bijdrages is ruim 10 miljard euro.

Laat dat even op u inwerken. Nederland zou bij een relatieve bijdrage als in 2000 een begrotingsoverschot hebben. Nederland zou hogere lonen én lagere werkgeverslasten kunnen combineren.

Kortom: échte banen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.