Recensie

Huiveringwekkend staaltje onderzoeksjournalistiek

Geschiedenis

De Poolse journalist Anna Bokint onderzocht de pogrom in het dorpje Jedwabne. Inwoners vermoordden daar in 1941 hun joodse buren. In het interview op pagina 8 vertelt Bokint wat het onderzoek voor haar betekende.

In de eerste jaren van deze eeuw ging Anna Bikont, journalist van dagblad Gazeta Wyborcza, naar het Poolse stadje Jedwabne om met iedereen te praten die te maken had met het onderwerp van het pamflet Neighbors (2001) van historicus Jan Gross: de moord op de joden van Jedwabne tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niet de Duitsers, schreef Gross, maar de inwoners van het Oost-Poolse stadje zelf hadden de joden omgebracht: op 10 juli 1941 dreven zij hun buren bijeen in een schuur en staken die in de fik. In de hele regio vonden meer dan dertig van dit soort spontane pogroms plaats. Na publicatie van Gross’ boek begon in Polen een enorme polemiek over het Poolse antisemitisme.

Bikonts De misdaad en het zwijgen. Jedwabne 1941, de levende herinnering aan een pogrom in Polen is een huiveringwekkend staaltje persoonlijke onderzoeksjournalistiek. Bikont vond overlevenden die slechts met grote moeite hun mond wilden opendoen. Ze sprak met priesters, historici en juristen. Ze slaagde er zelfs in twee daders op te sporen, de gebroeders Laudanski. ‘Terwijl ik met ze sprak, wist ik dat ze de beelden voor ogen hadden van de verkrachtingen en moordpartijen,’ schrijft ze. ‘Maar de broers Laudanski waren trots op hun leven. Steeds als ik er vandaan kwam, voelde ik me doodziek.’

Bij het lezen van haar boek onthutst je de agressie van de huidige inwoners van Jedwabne, die niets met de misdaad te maken hadden, maar de werkelijke toedracht categorisch afwijzen. Niet de joden, maar zíj zijn het slachtoffer van de anti-Poolse pers.

Jedwabne was Bikonts eerste confrontatie met echte vreemdelingenhaat en ze kwam tot de conclusie dat die altijd wordt georkestreerd, in dit geval door een extreem-rechtse politieke partij uit het interbellum en door de reactionaire Poolse katholieke kerk. In Jedwabne werd die gepersonifieerd door pastoor Orlowski, die de woede over Gross’ onthullingen vanaf de kansel opzweepte.

Bikont schopt nog tegen een ander heilig huisje: de partizanen. In de Poolse historiografie was het moedige verzet tegen de nazi’s lang onomstreden. Maar zij laat zien dat de partizanen in het verarmde Oost-Polen een belangrijke rol speelden bij het organiseren van de pogroms. Dat is moeilijk te accepteren; voor de meeste Polen blijven partizanen helden, terwijl joden collaboratie wordt verweten met de Sovjets, die in 1939 het oosten van het land bezetten.

Bikont laat zien hoe zwaar het verleden nog steeds op Polen drukt. Terwijl de vorige Poolse regering het boetekleed aantrok en twee presidenten officieel excuses aanboden op de jaarlijkse herdenking in Jedwabne, staat het huidige bewind weer volop op de rem. Het maakt haar boek alleen maar relevanter.