Haarlengte was toen een vredessymbool

Theater

In de loop der jaren is de musical Hair een vrolijke verkleedpartij geworden. Met pruiken.

De nieuwste Hair heeft een energiek ensemble met Anouk Maas als Foto’s Roy Beusker

Claude moest het Amerikaanse leger in – dat betekende in de jaren zestig dat hem een geweer in zijn handen zou worden gedrukt waarmee hij het vuur moest openen op Vietnamese tegenstanders. Eerst stond hem nog iets anders te wachten. In het leger diende iedereen een kort kapsel te dragen. Zijn lange haar, dat tot dusver in slierten langs zijn gezicht hing, moest eraf.

De musical Hair wekte de suggestie dat het laatste eigenlijk veel erger was dan het eerste. Alsof de schaar een veel groter schrikbeeld was dan het Vietnamese front. Zijn vrienden, die hun lange haren nog wel hadden, maakten er een requiem van: „flow it, show it, long as God can grow it – my hair!” Iemands haarlengte demonstreerde destijds zijn maatschappelijke plaatsbepaling. De benepen burger droeg het kort, de rebelse wereldverbeteraar lang.

„Wij geloofden echt dat haarlengte een belangrijk element in onze strijd voor de vrede was”, zei tekstschrijver Jim Rado in 1993 in een interview in NRC bij de zoveelste Hair-reprise. „Het was een dramatisch symbool, vooral omdat bleek dat de burgerij het ontzettend shocking vond. En voor mij heeft de haarlengte nog steeds een betekenis die uitstijgt boven de veranderingen in de mode.”

Met dat standpunt is Rado onherroepelijk een uitzondering geworden. Haarlengte verraadt allang geen maatschappijvisie meer. In het programmaboekje bij een Hair-herneming uit 1998 stond zelfs vermeld wie de pruiken had gemaakt. Er waren toen al geen acteurs meer te vinden die in het dagelijks leven met lang haar rondliepen. Hair was een vrolijke verkleedpartij geworden. Tijdgebonden en dus snel gedateerd.

De vernieuwde versie die regisseur Marcus Azzini in 2007 maakte – de laatste keer dat de show in Nederland te zien was – werd dan ook gedeeltelijk gepresenteerd als een terugblik. „Die hippietijd heeft écht bestaan!”, riep een van de (jonge) spelers vanaf het podium. Azzini zelf werd pas vier jaar na de eerste première van Hair geboren.

Een nieuwe wereld op komst

Gerome Ragni en Rado schreven de musical in 1967, toen ze in Central Park in New York een demonstratie hadden bijgewoond tegen de Amerikaanse bezettingsmacht in Vietnam. Ze werden aangestoken door de vredelievende hippiegeneratie en geloofden in alle ernst dat er een nieuwe wereld zou komen die in het teken van love & peace kwam te staan. Zonder wapens, maar met het rustgevende genot van ondeugende sigaretjes en onbezorgd vrije seks.

De naaktscène aan het slot van de eerste helft, die de voorstelling extra scandaleus maakte, paste perfect in dat beeld. Dit waren jongeren die de in menig opzicht vervuilde wereld naakt en schuldeloos tegemoet traden .

Het lijkt lastig om Hair bijna vijftig jaar na de oerpremière nog serieus te nemen. Maar er is een reddende factor: de muziek van Galt MacDermot. Die was zelf geen hippie-aanhanger, maar had wel gevoel voor de ritmiek van de rock. Hij schreef een reeks klassiek geworden hits met de uitstraling van hymnen. Zonder nummers als ‘Hair’, ‘Aquarius’ en ‘Let the sunshine in’ zou deze show misschien allang tussen de mottenballen zijn beland, samen met de haarbanden, de jeans, de flowerpowerjurken en de kralenkettingen uit die tijd.