Etnische spanningen dreigen na uitkomst Servisch referendum

Referendum

Hoewel goedkeuring uit Belgrado uitbleef, stemden Bosnische Serviërs massaal voor het behoud van hun nationale feestdag.

Een overweldigende meerderheid van kiezers in de Servische Republiek in Bosnië sprak zich zondag in een etnisch geladen referendum uit voor behoud van de nationale feestdag op 9 januari.

Met 71 procent van de stemmen geteld, antwoordde meer dan 99 procent bevestigend op de vraag of 9 januari de nationale dag van het Servische landsgedeelte van Bosnië moet blijven. Op die dag in 1992 riepen Bosnische Serviërs de onafhankelijkheid van hun republiek uit, nadat Bosniërs en Kroaten hadden gestemd voor afsplitsing van het voormalige Joegoslavië. Het Bosnische constitutionele hof verklaarde zowel het referendum als de feestdag zelf ongrondwettig. Die laatste zou discriminerend zijn voor andere Bosniërs: 9 januari is ook een orthodox-christelijke feestdag.

De uitslag zet de etnische verhoudingen op scherp aan de vooravond van lokale verkiezingen aanstaande zondag. De vrees bestaat dat het referendum een opmaat is voor een volksraadpleging over de onafhankelijkheid van de Servische Republiek in Bosnië.

Uitholling van de Dayton-vredesakkoorden van 1995, die een einde maakten aan de oorlog in Bosnië, geldt als doemscenario.

Opvallend is dat de officiële goedkeuring van Belgrado uitbleef. De Servische premier Aleksandar Vucic, een voormalige nationalist die nu een pro-Europese lijn aanhoudt, sprak zich vorige week in New York samen met de Bosnische burgemeester van Srebrenica uit voor betere verhoudingen tussen Bosniërs en Serviërs.

De Russische president Poetin sprak zich uit voor het referendum. Donderdag spraken Poetin en Dodik elkaar in Moskou. „Je zou versteld staan van hoe goed hij de situatie hier kent en over hoeveel details hij beschikt,” verklaarde Dodik later over Poetin in de krant Nezavisne.