Dit kleine clubje is wereldnieuws

Israëlisch voetbal

Beitar Givat Ze’ev Shabi is gevestigd in een illegale Joodse nederzetting. De voetbalclub mag niet buiten Israël spelen, zegt Human Rights Watch.

Met alle respect, zeggen voetbaltrainers in zo’n geval, maar Beitar Givat Ze’ev Shabi is geen topclub. Het belangrijkste wapenfeit to nu toe is het kampioenschap op het vijfde Israëlische niveau. Tegenwoordig bikkelen de spelers van Beitar één divisie hoger, op een sportpark zonder noemenswaardige tribunes. Achter de doelen staan van die hoge hekken om te verhinderen dat de bal de heuvel af stuitert.

Toch heeft dit clubje internationaal de aandacht getrokken – en niet van voetbalmakelaars die naar talentjes speuren. Beitar is gevestigd in de illegale Joodse nederzetting Givat Ze’ev, op de Westelijke Jordaanoever. En dat, zegt de niet-gouvernementele organisatie Human Rights Watch (HRW) in een rapport dat deze maandag verschijnt, is tegen de regels van wereldvoetbalbond FIFA.

Ook een goed deel van het Europees Parlement houdt zich met de kleine voetbalclub bezig. Namens Nederland hebben D66, de PvdA, de SP en GroenLinks een brief ondertekend die FIFA-voorzitter Gianni Infantino oproept om actie te ondernemen tegen clubs uit illegale Joodse nederzettingen. Behalve de club in Givat Ze’ev zijn er nog vier andere verenigingen waarvoor dit geldt, allemaal uitkomend in de lagere Israëlische divisies.

Palestijns gebied

De argumenten: het is volgens FIFA-regels verboden voor clubs die onder een bepaalde lidstaat vallen om hun wedstrijden zonder toestemming af te werken op het grondgebied van een andere lidstaat. De Westelijke Jordaanoever wordt internationaal gezien als Palestijns gebied dat door Israël bezet wordt. In vergelijkbare gevallen, zoals op de Krim en in de Armeense enclave Nagorny-Karabach, verbood de FIFA eerder de aldaar gevestigde clubs uit te komen in de competities van de bezettende macht.

In Israël wordt uiteraard anders over deze materie gedacht. Daar zeggen ze: zolang het Israëlisch-Palestijnse conflict niet is opgelost, gaan we uit van de bestaande situatie. En die is dat er Israëlische staatsburgers in nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever wonen. Zij hebben stemrecht bij Israëlische parlementsverkiezingen en verdienen, zoals iedere andere Israëliër, een voetbalclub in hun gemeente.

Het rapport van HRW voegt evenwel nog een andere dimensie aan dit verhaal toe. Beitar Givat Ze’ev Shabi is niet alleen gevestigd in een illegale nederzetting, maar ook op land dat voorheen in particulier Palestijns bezit was.

In de jaren zeventig werd het afgenomen van de vader van de nu 67-jarige Salah al-Din al-Qurt uit het nabijgelegen Beitunia. En de lokale voetbalploeg in dat Palestijnse stadje, aldus de ngo, moet wegens ruimtegebrek uitwijken naar een andere gemeente.

In een reactie op het HRW-rapport zegt Beitar-oprichter Gabby Peretz: „We hebben het veld niet overgenomen. We hebben het twintig jaar geleden gekregen. Ik werk in het onderwijs, zodat kinderen niet rondhangen op straat. Het kan me niet schelen of het Joden of Arabieren zijn, uit Givat Ze’ev of Jeruzalem – iedereen speelt in mijn teams. Wie deze ploegen probeert te raken, begaat een misdaad.”

Schendingen van rechten

HRW bestrijdt niet dat de inwoners van Givat Ze’ev recht hebben op sport en ontspanning. Maar, zegt de ngo, vanwege de gestolen grond en het feit dat de activiteiten uitsluitend ten goede komen aan Israëliërs, dragen de vijf kolonistenclubs bij aan „ernstige schendingen van rechten”.

Er zouden twee oplossingen mogelijk zijn, aldus HRW. Eén: de clubs kunnen verhuizen naar Israël. Of twee: ze kunnen hun eigen ‘nederzettingencompetitie’ beginnen, buiten de FIFA om. Maar de bestaande situatie, buiten Israël maar binnen de FIFA, kan niet langer gehandhaafd blijven.

Nu is Infantino aan zet. Op 13 oktober zou de kwestie aan bod moeten komen tijdens een bijeenkomst van de FIFA-raad, het belangrijkste besluitvormende orgaan. Maar volgens insiders probeert Israël uit alle macht de kwestie van de agenda te halen, of op z’n minst uit te stellen.

Vorig jaar was er ook al zoiets aan de hand: toen probeerden de Palestijnen Israël geschorst te krijgen als FIFA-lid. De linkse krant Haaretz berichtte destijds dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu al zijn diplomaten wereldwijd de opdracht had gegeven om aan de landen waar zij verblijven uit te leggen waarom ze tegen zo’n boycot zouden moeten stemmen.

De insiders vermoeden dat Infantino gevoelig is voor dit soort druk, onder meer omdat Israël zijn benoeming tot FIFA-voorzitter – in februari van dit jaar – van harte heeft ondersteund.

Bovendien heeft de Zwitserse Italiaan, ook al in zijn tijd als de tweede man van de Europese voetbalbond UEFA, zich altijd uitgesproken tegen een Israëlische schorsing. Niet voor niets noemt de Franstalige Israëlische nieuwswebsite tel-avivre.com hem „een vriend van Israël”.

Bij de voetballers van Beitar uit Givat Ze’ev heerst vooralsnog optimisme: zij zijn het seizoen begonnen met een 2-0 overwinning op Ironi Modi’in.