Column

Diepe kieren tussen realiteit en de weergave daarvan

Februari, Maxim 8 2013 036

Mijn lievelingsfraude is die met niet bestaande kinderen. Deze zomer nog verzon een Engelse vrouw er elf. Zulke kinderen passen prachtig in de literaire traditie van de vervuilde databestanden – denk aan Dode Zielen van Gogol. Ze zijn bovendien tegenhangers van de legendarische paarse krokodil. Het automatiseringssysteem ziet bij het loket gevonden voorwerpen de krokodil niet die jij wel ziet en het ziet de niet bestaande kinderen wel die jij niet ziet.

Ondanks deze rommeligheid trekt langs de bestuurlijke congressen een stoet van optimisten met de boodschap dat werkelijkheid en informationele weergave elkaar volmaakt overlappen. Informatiesystemen kunnen zelf besturen, zeggen de optimisten. Als ambtenaren en ambtelijke taken worden gerobotiseerd komt alles vanzelf goed. Juristen zijn zeurpieten, voegen ze eraan toe. Altijd maar zorgelijk, altijd maar bezig de wereld te beschermen tegen kieren en gaten. Kijk eens naar de kansen! De economische mogelijkheden!

De optimisten hebben gelijk. Juristen zijn zeurpieten. Vooral omdat ze precies willen zijn. En omdat ze weten dat er wel degelijk diepe kieren zitten tussen de werkelijkheid en de weergave daarvan. Online kom ik een wijze uitspraak tegen uit de praktijk van de registratie. Een gegevensspecialist van de Belastingdienst waarschuwt ons data niet te beschouwen als afspiegeling van de echte wereld. „Van hoog tot laag moet een ieder beseffen dat een gegeven in een registratie slechts een indicatie is. Een indicatie van een bepaalde waarschijnlijkheid over wat zich afspeelt in de realiteit.”

Deze uitspraak lees ik op het blog van weer een andere praktijkdeskundige. Ditmaal uit de praktijk van de kentekenregistratie. Die waarschuwt dat het vaststellen van data afhankelijk is van definities, en dat definities nogal eens willen schuiven en schiften. Zo zijn veel instanties geïnteresseerd in nieuwprijzen van auto’s. „Maar er is in Nederland geen enkele database die exact weet wat de nieuwprijs was van alle gekentekende voertuigen.” De Rijksdienst voor het Wegverkeer definieert de catalogusprijs als optelsom van netto-catalogusprijs, btw en bpm. De Belastingdienst hanteert andere definities.

Kortom: er bestaan helemaal geen data. Je moet ze zelf maken. En als ze instabiel zijn, komt dat niet alleen door fraude en fouten en pathologieën, maar ook doordat ze afhangen van de situatie. Daar komt de instabiliteit van de beslisregels nog bij. Daarover lees ik dan weer op een andere blog, van jurist Marlies van Eck. Een paar jaar geleden schreef ze over het ten onrechte genomen, automatisch gegenereerde besluit de Russische activist Aleksandr Dolmatov het land uit te zetten, waarna hij zelfmoord pleegde.

In het automatiseringssysteem van de IND was weliswaar de regel ingebouwd dat iemand na vier weken ‘verwijderbaar’ wordt zodra zijn aanvraag is afgewezen. Maar de beroepsmogelijkheden waren niet ingebouwd: die hadden medewerkers handmatig moeten inbrengen. Alleen moesten ze dan wel weten dat het systeem zulke hulp nodig had. En dat wisten ze niet.

„Er is niet alleen een verkeerde rekenregel geprogrammeerd”, schrijft Van Eck. „Ook ons vertrouwen in de automatisering is te groot. Wie ervaring heeft met het vreemdelingenrecht en de diversiteit aan verblijfstitels en de mate waarin deze op een later tijdstip met terugwerkende kracht weer kunnen veranderen, weet dat dit ongelooflijk ingewikkelde materie is. Misschien is het tijd te accepteren dat we de grenzen van de automatiseringsmogelijkheden bereikt hebben.”

Botsende begripsdefinities, informatiesystemen, rechtsregels: de informationele werkelijkheid, zeggen de praktijkmensen, is geen simpele, universeel verstaanbare weergave van hoe het nou echt zit. Data kun je niet van de ene dienst naar de andere sturen zonder daardoor fouten te genereren. Dus hoe slim is het dan, bijvoorbeeld, om een systeem van donorregistratie in te voeren waar ‘geen bezwaar’ wordt ingevuld als je keus onbekend is?

Vanuit het oogpunt van informatiekundige hygiëne niet handig, lees ik bij ontwerper van geautomatiseerde informatievoorziening Paul Oude Luttighuis. „Wie iets niet weet, kan niet zeker weten dat het er niet is.” Stel dat je keuze ten onrechte niet is geregistreerd. Welke vervolgconclusies hebben andere informatiesystemen dan alvast getrokken? Waar zijn kopieën van de vermelding beland? „Als de informatiehuishouding van onze overheid, onze i-overheid, doordrenkt raakt met zulke voorbarigheid, mogen we gaan vrezen voor ernstige bijwerkingen.”

Tot zover dus de roep om precisie vanuit de praktijk. Maar u kunt natuurlijk ook achter de gezellige types aanwandelen. Met hun economische mogelijkheden.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.