Devina had niet de bedoeling te stelen

Wie: Devina R. (23)

Waar: politierechter Utrecht

Kwestie: Diefstal met geweld van een waterballonnenpomp (2,39 euro)

Haar vijfjarige dochter had zich de hele week goed gedragen, daarom vond Devina R. (23) dat zij een cadeautje verdiende. „Geen snoep”, zegt ze tegen de politierechter in Utrecht „maar een waterballonnenpomp”. Bij de Action in Almere kocht ze er met haar dochter één, voor 2 euro en 39 cent. Devina betaalde met een bankpasje van haar eigen moeder. Zelf staat ze onder financiële curatele. Eenmaal thuisgekomen bleek dat een cruciaal rietje in de pomp ontbrak. Samen met haar dochter ging Devina terug naar de Action. Zonder bon, die kon ze niet vinden. Maar ze wist dat ze als het nodig was met een rekeningafschrift aan zou kunnen tonen dat ze de pomp had gekocht. Dat afschrift zit nu ook in het strafdossier.

Eenmaal terug in de winkel pakte ze een nieuwe waterpomp. De kapotte en de nieuwe legde ze naast elkaar op de servicebalie. Daar sprak ze een medewerkster aan die volgens Devina zei dat ze de nieuwe mee kon nemen. De medewerkster ontkent dat. Ruilen zonder bon – dat gaat niet.

Op camerabeelden is te zien hoe de dochter van Devina daarna een dérde pomp pakt. Samen met haar moeder loopt ze ermee naar buiten. Een getuige hoort de medewerkster roepen: „Stop, leg dat terug.”

Als de medewerkster Devina en haar dochter achterna gaat, loopt het snel uit de hand. Devina slaat de vrouw een bloedneus, met de waterpomp. Zelf zegt ze dat ze een „afwerend gebaar” maakte omdat de medewerkster haar aanraakte. Die pomp had ze toen toevallig wel in haar hand.

Als de politie wordt gebeld gaat Devina ervandoor. Aan de rechter legt ze uit dat ze niet wilde dat haar dochter bij een confrontatie met de politie moest zijn. Maar dat gebeurt toch. Devina en haar dochter worden uit de lijnbus gevist en Devina ziet voor het eerst in haar leven een cellencomplex vanbinnen. Ze brengt er zelfs de nacht door.

De officier van justitie begrijpt dat Devina „geïrriteerd was over de pomp die meteen stuk was”, maar hij is ervan overtuigd dat de winkelmedewerkster géén toestemming heeft gegeven om een nieuwe mee te nemen. Toch vraagt hij de rechter Devina vrij te spreken van de diefstal. Want het was Devina’s vijfjarige dochter die de winkel uitliep met de pomp, niet zíj.

Voor de mishandeling moet ze volgens de officier wel veroordeeld worden. Dat zij zich alleen verdedigd zou hebben, wordt „op geen enkele manier ondersteund in het dossier”. Hij eist veertig uur dienstverlening. Volgens haar advocaat kan Devina niet veroordeeld worden voor diefstal omdat zij nooit de bedoeling had te stelen. „Zij kwam iets terugbrengen dat kapot was, ze wilde dat omruilen.”

Met de pomp de winkel uit

De rechter veroordeelt Devina voor zowel de diefstal als de mishandeling. „Uw dochter liep met de pomp de winkel uit, maar ik zie haar op dat moment als instrument van u.” De rechter vindt het „heel kwalijk” dat de medewerkster „die gewoon haar werk deed” met geweld werd geconfronteerd. De rechter klinkt streng, maar legt Devina minder straf op dan geëist: twintig uur dienstverlening. Dat doet zij onder meer met het oog op de persoonlijke omstandigheden van Devina. Ze heeft de zorg voor haar dochter en Devina’s leven staat op het punt een positieve wending te nemen nu ze voor de rechter staat. Ze is deze week voor het eerst naar een nieuwe opleiding geweest. Ze wil maatschappelijk werker worden „voor tienermoeders”, vertelt ze.

Na de zitting praat Devina na met haar advocaat Vincent van der Velde, over de vraag of ze in beroep gaat. „Het is een dilemma in dit soort zaken”, zegt Van der Velde. „De straf is relatief laag en daarom willen cliënten er meestal mee instemmen. Maar het betekent wel dat je waarschijnlijk geen Verklaring omtrent gedrag (VOG) zult krijgen.” Die kan gevraagd worden bij beroepen waarin je met jongeren werkt, bijvoorbeeld tienermoeders. Devina gaat erover nadenken.