De oppositie staat op tegen Erdogan

Oppositie tegen de zuiveringen

Eerst was er alom steun voor de harde ingrepen van Erdogan. Nu zwelt het tegengeluid aan. De slachtoffers melden zich.

Foto Adem Altan/AFP

Ontslagen Turkse ambtenaren en de politieke oppositie leggen zich niet zonder slag of stoot neer bij de zuiveringen. Het verzet tegen de wijze waarop de regering probeert de overheid te ontdoen van vermeende verraders groeit.

Bij de grootste oppositiepartij, de Republikeinse Volkspartij CHP, hebben zich zo’n dertigduizend mensen gemeld die vinden dat ze onterecht zijn geschorst of ontslagen – bijna eenderde van de ontslagen en geschorste ambtenaren.

„De regering moet objectieve criteria bepalen. Nu kan iedereen worden vastgezet die wordt geassocieerd met FETÖ”, zei partijleider Kemal Kilicdaroglu op CNN Türk. ‘FETÖ’ is wordt gebruikt voor de beweging van prediker Gülen die wordt beschouwd als een terreurorganisatie, verantwoordelijk voor de couppoging op 15 juli.

De partij is vrijdag naar het Constitutioneel Hof gestapt. De CHP eist dat decreten die zijn uitgevaardigd tijdens de noodtoestand worden geannuleerd. Volgens de oppositiepartij misbruikt de regering de noodtoestand ook voor maatregelen die daar niets mee te maken hebben en om de macht van de AK-partij te vergroten.

In de weken na de mislukte machtsgreep was er grote eensgezindheid. Na een periode van groeiende polarisatie en politieke spanningen trokken drie van de vier partijen in het parlement samen op. De vierde partij, de HDP, is voortgekomen uit de Koerdische beweging. Die wordt door de andere drie buitengesloten omdat die volgens hen onvoldoende afstand neemt van geweld door guerrillabeweging PKK.

De oppositiepartijen delen de analyse van de regering dat volgers van Gülen achter de coup zitten en dat de staat van hen moet worden gezuiverd. Daaraan zeggen ze ook te willen meewerken. Leiders van de twee partijen, CHP en de kleinere ultranationalistische MHP, treden op bij grote demonstraties voor de democratie en tegen de coup. Ze worden geregeld uitgenodigd op het presidentieel paleis, om over grondwetswijzigingen te praten.

Maar de tijd van eensgezindheid lijkt voorbij. De zorgen over de reikwijdte van de zuivering en over de rechtsstaat groeien. De regering gebruikt haar verregaande bevoegdheden onder de noodtoestand ook tegen onder meer Koerdische activisten.

Slachtoffers

Erdogan heeft de afgelopen veertien jaar weinig tegengas gekregen van de oppositie, op de HDP na. Partijleider Kemal Kilicdaroglu van de CHP probeert zich nadrukkelijker te manifesteren als hoeder van de rechtsstaat en advocaat van de slachtoffers van de zuivering.

De CHP was een partij van de elite en het leger, die het secularisme en militarisme belichaamde van Atatürk, grondlegger van de republiek. De partij hield lang het dragen van hoofddoeken in het onderwijs en openbaar bestuur tegen, hoewel de overgrote meerderheid moslim is. De CHP was ook de partij van het leger, dat Koerden tot eind jaren negentig hard onderdrukte.

Het succes van Erdogans AK-partij sinds 2002 was er onder meer een reactie op. De CHP vormde lang geen geloofwaardig alternatief en voerde zwak oppositie. Sinds een paar jaar wil de partij sociaal-democratisch zijn en legt zich neer bij hoofddoeken in onderwijs en het openbaar bestuur.

„De CHP verandert in een verdediger van mensenrechten, burgerlijke vrijheden en de rechtsstaat”, schrijft analist Mustafa Akyol op de site Al-Monitor. „De CHP is nu een echte oppositiepartij die zich verzet tegen een toenemend autoritaire staat.”

Dat gebeurt als een soort constructieve oppositie. Kilicdaroglu heeft zijn zorgen in gesprek met premier Yildirim ter sprake gebracht. Die had eerder fouten toegegeven: de haast waarmee Gülen-aanhangers zijn ontslagen. Mensen die zich onheus behandeld voelen, kunnen aankloppen bij crisiscentra bij het kantoor van de gouverneur in elke provincie en in Ankara bij het ministerie van de premier. Op de eerste dag dat dit kon, stonden er al dikke rijen.