Caviatherapie

0610CULellen1

Nadat deze zomer elke verkering in mijn omgeving was ontploft, lijkt iedereen, nu de herfst begint, zijn eigen remedie tegen liefdesverdriet te hebben gevonden. De lesbiennes gaan op mannenjacht, mijn single broeders hangen hele avonden in de coffeeshop en bijna iedereen tindert zich een ongeluk. Zelf behandel ik mijn break-up als een botbreuk. Ik probeer te herstellen door rust en veel calcium te nemen en vooral niet daten. Niemand maakt zich echt ongerust als ik liefdesverdriet heb, want het zal wel weer goedkomen met mij, al moet ik daarvoor door een doodsaai dal.

Mijn zus vaccineert zichzelf tegen liefdesverdriet met behulp van alcohol, foute scharrels en roomijs. Toen ik zondagavond aanbelde voor onze wekelijkse avond gamen, hield ik mijn hart toch een beetje vast. Ze had al dagen niet gereageerd op mijn sms’jes. Volgens mijn neefjes ging het wel goed, maar ze is zo’n toegewijde moeder dat haar kinderen nooit een idee hebben van wat er echt in haar omgaat.

Ze deed open. Ze had zo’n brede grijns dat haar voortanden een beetje uit elkaar leken te staan. De enige keer dat ik haar zo had zien stralen, was toen ze onze ouders op Oudjaarsavond 1995 had betrapt op roken (ze waren net acht maanden gestopt en hadden ons kleedgeldverhoging beloofd als ze weer zouden beginnen).

„Je bent er!” zei ze opgewekt.

„Gaat het wel?” vroeg ik.

„Ik wil je iets laten zien”, zei ze en huppelde de woonkamer in. Binnen hoorde ik een zacht gepiep. In een handdoek op de bank zag ik twee wollige beestjes zitten.

„Cavia’s!” schreeuwde ik opgelucht.

„Babycavias!” juichte mijn zus. „Ik vond dat het tijd werd om me met een andere vorm van liefde bezig te gaan houden. Ik kon wel weer aan de zuip gaan, maar dat is slecht voor mijn ingewanden, zelfrespect en genitaliën. Toen ben ik maar naar de knaagdierenopvang gefietst.”

Ik was tegelijkertijd wel en niet verrast. Mijn zus is op dieren. Ik ga met haar zelfs weleens ’s avonds laat de straat op om gratis katten te aaien, maar dit was voor het eerst dat ze zelf een huisdier heeft. Ik had haar in geen tijden zo gelukkig gezien.

„Ik heb voor het eerst in weken geen liefdesverdriet meer”, zei ze. „Moet je ook proberen.” Ze legde een cavia in mijn armen. Het snufte aan mijn mouw. Mijn hoofd werd warm, ik kreeg kriebels in mijn buik. Het beestje gaf zachte likjes aan mijn hand en begon tevreden te knorren.

Voor het eerst in weken, voelde ik mijn hart weer. Het ontdooide. Misschien dat het ooit nog kan smelten.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.