‘Buitengrens Balkan moet verzegeld’

EU-vluchtelingentop

Europese leiders zijn het op een minitop over asiel en migratie over één ding eens: de Balkanroute moet dicht blijven.

De EU-buitengrenzen moeten beter verzegeld worden. Hiervoor moet het Europese grensagentschap Frontex meer manschappen en middelen krijgen. En de EU moet met Mali, Senegal en Egypte afspraken maken zoals met Turkije. Dat waren de belangrijkste boodschappen van een mini-top van EU-regeringschefs, zaterdag in Wenen, over asiel en migratie.

Voor de top had de Oostenrijkse kanselier Christian Kern landen langs de Balkanroute uitgenodigd, plus EU-president Donald Tusk en eurocommissaris Dimitris Avramopoulos. Veder waren ditmaal ook Duitsland en Griekenland van de partij.

De Griekse premier Tsipras, in wiens land 66.000 vluchtelingen en migranten gestrand zijn, vroeg vooral meer hulp voor opvang. Ook wil hij dat de EU helpt de grens met Macedonië te verzegelen. Zijn Bulgaarse collega, wiens land meer vluchtelingen krijgt nu Griekenland nagenoeg een doodlopende weg is, deed hetzelfde.

De Duitse bondskanselier Merkel probeerde het hele Europese verhaal te vertellen: grensbewaking, onderlinge solidariteit én opening van legale kanalen als drietrapsoplossing. Zij zei dat „illegale migratie gestopt moet worden”, maar beloofde dat Duitsland uit Griekenland en Italië „elke maand honderden legale vluchtelingen zal opnemen”.

Over één ding leken de deelnemers, behalve Griekenland, het eens: sluiting van de Balkanroute in maart had ruzie opgeleverd – maar nu die is bijgelegd en aantallen vluchtelingen sterk zijn gedaald, moet de route potdicht blijven. „Voor altijd”, zei Tusk.

De Oostenrijkse kanselier Kern, die nu al (hij trad in mei aan) heibel heeft met zijn conservatieve coalitiepartner, die als enige de toetredingsonderhandelingen van Turkije wil stoppen, zei dat hij „zeer tevreden” was met deze „open top” met weliswaar weinig nieuws, maar „het is goed om elkaar te spreken en stapje voor stapje aan de oplossing te werken”.

De Hongaarse premier Viktor Orbán, die zich zorgen maakt over een te lage opkomst bij het referendum op 2 oktober over een Europese verdeling van vluchtelingen, legde het accent op de enorme „migrantenmassa’s” die via Libië de oversteek willen maken. Griekenland is volgens Orbán niet bij machte om zijn grenzen te dichten, laat staan illegalen terug te sturen. Hij hamerde erop dat „Europa een verdedigingslinie nodig heeft”.