Aboriginal-DNA is heel bijzonder

Menselijke evolutie Aboriginals zijn genetisch even divers als Europeanen en Aziaten bij elkaar, zeggen genetici.

Hollandse Hoogte

Tussen twee willekeurige Aboriginals kan een wereld van verschil liggen. De oorspronkelijke bewoners van Australië zijn onderling genetisch even divers als alle Europeanen en Aziaten bij elkaar. Dat is een van de bijzondere inzichten uit het eerste genetische bevolkingsonderzoek onder Australische Aboriginals. Donderdag verscheen die studie in Nature, uitgevoerd door een grote groep Europese en Australische genetici. Eske Willerslev uit Kopenhagen is een van de projectleiders.

Iedere kenner van menselijke genetica wist dat er veel over de vroege verspreiding van de mens zou zijn te leren uit de genen van Aboriginals. De grote migratie van de moderne mens ‘out of Africa’ vond circa 60.000 jaar geleden plaats. Uit de weinige DNA-gegevens van Aboriginals was afgeleid dat zij en de bewoners van Nieuw-Guinea zich toen al, of vroeg daarna, afzonderden van de andere groepen van Homo sapiens die in Eurazië bleven. De eerste sporen van bewoning van Australië zijn 50.000 jaar oud. Nieuw-Guinea en Australië waren tot 10.000 jaar geleden verbonden door land.

De migratiegeschiedenis van de Aboriginals bleef echter erg vaag, doordat tot nog toe slechts van drie Aboriginals de DNA-volgorde was bepaald. Zij waren alle drie onbekende mensen: twee donoren van cellijnen van onduidelijke herkomst, en een man bij wie rond 1920 door een antropoloog een haarlok was afgeknipt.

Enorme diversiteit

Het team dat nu in Nature publiceert vond voor het eerst Aboriginals bereid om DNA af te staan voor onderzoek. 83 Aboriginals uit negen regio’s namen deel. Een gevoelige kwestie, die de steun van stamoudsten vereiste: sommigen zijn medeauteur geworden van het artikel. Het DNA van deze 83 mensen werd vergeleken met dat van 25 mensen uit het afgelegen hoogland van Papoea-Nieuw-Guinea, die in 1984 bloed hadden afgestaan voor een andere studie.

Uit de Nature-studie blijkt de enorme diversiteit van Aboriginals. Al 37.000 jaar geleden splitsten zij zich af van de Papoea’s, dus lang voordat de landbrug verdween. Alle 83 deelnemers aan de studie stammen, al in een ver verleden, af van die bewoners.

270916WET_Verspreiding_Homo_Sapiens

Waarschijnlijk zijn de Aboriginals genetisch aangepast aan het leven in de woestijn. Er „wordt gedacht” (zo schrijven de auteurs) dat Aboriginals nachtelijke vrieskou kunnen doorstaan zonder extra calorieën te verbranden. Misschien heeft een genvariatie in het schildkliersysteem van Aboriginals die het team vond, daarmee te maken. Ook werd een genvariant gevonden die mogelijk uitdroging voorkomt. Het zijn pas de eerste aanzetten voor verder onderzoek.

Wat betreft de geschiedenis van de menselijke migratie ligt er ook nog een vraag. Deze 83 moderne Aboriginals zijn de nazaten van een groep die zich 37.000 jaar geleden afsplitste van de Papoea’s. Maar uit archeologisch onderzoek blijkt dat grote delen van Australië 45.000 à 40.000 jaar geleden al bevolkt waren. Hoe kan dat?

Er zijn best bevolkingsscenario’s mogelijk waarin die twee feiten te verenigen zijn, maar het team rond Willerslev houdt een mogelijkheid open dat er nog een oudere groep Aboriginals bestond – of bestaat. Misschien zijn hun afstammelingen te vinden onder een minderheid van de Aboriginals (10 procent) die talen uit een andere taalfamilie spreken. Tot nog toe vonden de genetici deze groepen niet bereid om mee te werken aan de studie.