Wat drijft Nasrdin Dchar, de man achter Ieder1?

Dchar is tegen polariseren en stigmatiseren, en daarom organiseerde hij de Ieder1-mars. Met regisseur Mario Goos raakte hij in gesprek over zijn afkomst: een Nederland met Marokkaans bloed.

Nasdrin Dchar, initiatiefnemer van de maatschappelijke organisatie IEDER1 tijdens de manifestatie op het Museumplein. Foto: Koen van Weel/ANP

Onder trots toeziend oog van zijn gesluierde moeder in het publiek won hij in 2011 het Gouden Kalf, de belangrijkste acteursprijs in de Nederlandse film, Nasrdin Dchar. Hij was de eerste Marokkaans-Nederlandse acteur die de prijs kreeg.

Hij sprak een hartstochtelijk dankwoord uit, dat ook een opdracht was aan PVV-leider Geert Wilders en zijn achterban: denk niet te veel in hokjes, in tegenstellingen, in strijd. „Ik ben een Nederlander”, zei hij, „en ik ben trots op mijn Marokkaanse bloed. Ik ben een moslim, en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand!” Dchars speech werd een veelgedeelde YouTube-hit.

Nasrdin Dchar (37) is geboren en getogen in Steenbergen. Hij werd afgewezen voor de toneelschool en volgde in plaats daarvan een studie bedrijfseconomie. Maar naast zijn studie bleef hij spelen: bij Toneelgroep Rotjong in Rotterdam, bij LEF, Likeminds, Made in da Shade, soms in commercials. Het was ‘vlieguren maken’, zei hij eens. „Ik pakte alles aan.” Dat leidde uiteindelijk tot een rol in de Geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos bij Het Toneel Speelt (2006-2008).

Dchar was mede-initiator van Ieder1. Wij spraken met de mensen die meeliepen: Ieder1 loopt mee, voor de vrijheid

Met Goos raakte hij in gesprek over zijn afkomst, en de worsteling die hij als Marokkaanse Nederlander soms ervoer. Op basis van hun gesprekken schreef zij voor hem het persoonlijke, semi-autobiografische Oumi (2010), dat een hit werd in de kleine zaal. Dchar werd vaste gastacteur bij het Rotterdamse Ro Theater, en speelde in diverse films, zoals de Nederlands-Marokkaanse roadmovie Rabat, waarvoor hij zijn Gouden Kalf kreeg. Daarna was hij onder meer te zien in Süskind, Valentino en Wolf.

Sinds Oumi en zijn Kalf spreekt Dchar zich vaker maatschappelijk uit, en meer nog nadat hij vader werd (van een dochter, in 2014, en een zoon in 2016). Hij is bezorgd over het gepolariseerde debat in Nederland, en ziet daarin een publieke taak voor zichzelf.

Op 4 mei trad hij op in een uitverkocht Carré, in het programma Theater na de Dam, aansluitend op Dodenherdenking. Op de aankondiging volgde scepsis en soms protest: Dchar zou, als moslim, per definitie antisemitisch zijn. En juist hij zou optreden na Dodenherdenking? Maar hij was vastbesloten: „Juist omdat Nederland mijn land is, wil ik dit doen.”

In de monoloog die hij hield ageerde hij tegen de neiging tot stigmatiseren en uitsluiten. Hij riep op om te leven „met een groot hart”, en de ander vooral niet te zien als moslim, of jood, als geiteneuker of uitkeringstrekker, maar als mens.

Hij ageerde tegen het stigmatiseren en polariseren, met als doel te verenigen. Van daaruit ontstond ook het idee voor de ‘diversiteitsmars’ Ieder1, waarvan Dchar mede-initiator is. Ieder1 is een beweging ‘die gelooft in een diverse samenleving, en in de bereidheid naar de ander te luisteren’, staat op de site.