Recensie

Een roman, daar zit niemand meer op te wachten

‘Iedere waarheid die langer is dan vijf regels, is een roman.’ Deze uitspraak van Jules Renard wordt toepasselijk geciteerd in Het ware verhaal van haar en mij van de Franse schrijfster Delphine de Vigan (1966). De ik-verteller heet Delphine, is schrijfster van een autobiografische roman die een bestseller werd, en heeft een relatie met François, een bekende literair journalist – allemaal zaken die ook gelden voor de auteur.

Een van de redenen waarom Delphine niet met haar nieuwe boek, ditmaal ‘zuivere fictie’, weet te beginnen, is dat ze bevriend is geraakt met een zekere L., die haar dringend adviseert alleen nog maar autobiografisch te schrijven. De tijd van de roman is voorbij, beweert L. stellig; zelf tekent ze als ghostwriter de memoires van beroemdheden op. Het publiek heeft zijn bekomst van verzonnen personages, laat de spannende, vernuftige intriges nou maar aan de filmindustrie over, de lezer wil een waargebeurd verhaal en eist terecht dat de auteur daarvoor zijn eigen trauma’s blootlegt.

L. weet alles van Delphine, is kennelijk een geobsedeerde bewonderaarster; op haar beurt is Delphine gefascineerd door deze aantrekkelijke, krachtige vrouw. Door uitgekookte manipulatie neemt L. het bestaan van de schrijfster gaandeweg over. Wanneer ze ontdekt dat Delphine’s nieuwe boek geen autobiografie wordt, maar uitgerekend háár als onderwerp heeft, escaleert de situatie en ontsnapt Delphine op het nippertje aan de dood. Ten slotte verdwijnt L. spoorloos. Delphine weet dat ze altijd over haar schouder zal moeten blijven kijken.

Dat is het verhaal van Delphine en L. – vlot geschreven, stilistisch niet opzienbarend, beslist onderhoudend, soms spannend, helaas met de nodige ongeloofwaardigheden.

Tenzij – hier moet u stoppen met lezen als u het boek onbevangen een kans wilt geven – het in werkelijkheid L. is die dit verhaal geschreven heeft. Dat zou een verklaring bieden voor sommige, hoewel niet alle, ongerijmdheden. Dan begrijpen we L.’s griezelige vermogen Delphine te doorgronden: ze heeft als ghostwriter het personage Delphine zelf (mede) vormgegeven. Dan snappen we dat L. tegelijk aanwezig en afwezig is: dat heeft ze gemeen met de ideale schrijver (en met God) volgens Gustave Flaubert.

De laatste vier bladzijden van dit ‘fantoomboek’ bevatten een duidelijke knipoog van L. naar de lezer, te beginnen met de verwijzing naar de slotscène van de film The Usual Suspects, waarin Verbal Kint en Keyser Söze een en dezelfde blijken te zijn.

Als we deze lezing volgen, heeft Delphine de Vigan – de auteur van vlees en bloed – een ingenieuze, postmodernistische roman geschreven die duidelijk maakt dat de lezer elk ‘waargebeurd’ verhaal per definitie moet wantrouwen. Wat men als het meest ‘authentieke’ in een autobiografie aanwijst, juist dát zou heel goed verzonnen kunnen zijn.