Politiek is een familiezaak in Gabon

Gabon Het Constitutionele Hof van Gabon zag geen verkiezingsfraude, Ali Bongo mag president blijven. De belangen van de Bongo-dynastie zijn dan ook vervlochten met die van de staat. Zelfs de oppositiekandidaat is familie.

Veiligheidstroepen bij een poster van president Ali Bongo. In Gabon leidde de verkiezing van Bongo tot grootschalig geweld. Foto Samir Tounsi/AFP

In het holst van de nacht heeft vrijdag het Constitutionele Hof van Gabon de omstreden verkiezingszege van president Ali Bongo geratificeerd. De verkiezingsuitslag leidde eind vorige maand tot grootschalig geweld waarbij 6 doden vielen, het parlement in vlammen opging en het hoofdkwartier van oppositiekandidaat Jean Ping door de elitetroepen van president Bongo werd aangevallen.

De kans op een rechtvaardig oordeel van het hof was nihil. Daarvoor zijn de belangen van de dynastie van de familie Bongo te veel vervlochten met die van de staat. In Gabon is politiek een familiezaak. Het hoofd van het hof is Marie-Madeleine Mborantsuo. Zij was de maîtresse van Omar Bongo, de overleden vader en voorganger van Ali Bongo, en baarde twee kinderen van hem.

Ali Bongo is één van de 52 kinderen van zijn vader Omar Bongo. Toen hij na de dood van zijn vader in 2009 met 42 procent van de stemmen voor het eerst omstreden verkiezingen won, zei hij: “Mijn naam is een handicap”. De Gabonezen waren toen al het decadente en autoritaire bewind van zijn familie beu. Hij had rechten gestudeerd in Parijs en nam daar in 1977 met Charles Bobbit, een ex-manager van James Brown, de plaat A brand new man op. In zijn rock-’n-roll-tijd had hij vaak genoeg de kritiek gehoord op de volgevreten aanhangers van zijn vader.

Zelfs de rivaal van Ali Bongo, de oppositiekandidaat Jean Ping, heeft familiebanden met de Bongo’s. Ping is de zwager van de president. Hij was getrouwd met de zus van de huidige president en heeft twee kinderen uit dat huwelijk. De ironie wil dat Ali Bongo er meer aan heeft gedaan de in 1967 begonnen Bongo-dynastie te ontmantelen dan Jean Ping, die na enkele ministersposten onder Omar Bongo uit de gratie viel.

Het olierijke Gabon is met nauwelijks 2 miljoen inwoners, maar met een oppervlakte van Engeland, een van de rijkste landen van Afrika. Het gemiddelde jaarinkomen per bewoner ligt rond de 9000 euro. Maar ’s lands inkomsten zijn zeer onrechtvaardig verdeeld: driekwart van de bevolking leeft van twee euro per dag. De Bongo-dynastie heeft altijd innige relaties met Frankrijk onderhouden. Gabon was het centrum van de incestueuze relatie Francafrique. Omar Bongo doneerde geld aan Franse politieke partijen en bezat de nodige villa’s in het ex-koloniale moederland. Het Franse oliebedrijf Total pompt de olie op in Gabon, er wonen meer dan tienduizend Fransen en Parijs heeft er permanent enkele honderden soldaten gelegerd.

Ali Bongo presenteert zich als een hervormer. Hij probeert de afhankelijkheid van de olie-inkomsten te verminderen, het land te moderniseren en had zich graag democratisch laten verkiezen. Dat laatste is nu misgelopen, simpelweg omdat de Gabonezen de Bongo’s beu zijn. Want alle afvalligen van de Bongo-dynastie schaarden zich bij de verkiezingen vorige maand achter Ping die daarom vermoedelijk de meeste stemmen kreeg. Zij zullen er alles aandoen de komende dagen om, mogelijk met geweld, het imago van Bongo verder te besmetten.