‘Walhalla’ Schiphol wil af van zijn daklozen

Schiphol

Het is de ideale plek voor daklozen: warm, droog, schone wc’s, en afvalbakken vol eten en wiet. Maar op Schiphol zijn ze niet meer welkom.

Foto’s Marco Okhuizen/HH

Met licht gebogen rug duikt de Rotterdamse Constatijn (44) de vertrekhal van terminal 2 op Schiphol in. Één voor één monstert hij de reizigers die turen naar de beeldschermen met opstijgende vluchten. Als bij de kaartjesautomaat een man in driedelig pak stopt, ruikt Constatijn zijn kans. Dan gaat hij erop af en slaat hij toe: „Do you maybe have two euro for me?”

Want dat is wat deze man doet: bedelen. Al ruim tien jaar schuimt de Rotterdammer drie keer per week de luchthaven af op zoek naar bezoekers met geld. Een baan heeft hij niet, dit is zijn werk. Hier verdient hij gemiddeld veertig euro per dag. Soms maakt hij klappers. Eén keer, zeven jaar geleden, raakte hij buiten, op het terras, aan de praat met een Iraanse zakenman. Een gulle gever. Vierhonderd dollar keeg hij van hem. „Ik kocht gelijk zes baco’s en een pak sigaretten.”

Die vette jaren zijn voorbij. Sinds een jaar voert de luchthaven een repressief beleid om het aantal dak- en thuislozen terug te dringen. Speciale veldwerkers zijn daar voor ingehuurd. Doel: Schiphol schoonvegen en een zorgtraject vinden voor deze lastige doelgroep. Maar hoe veeg je de luchthaven – die deze week honderd jaar bestaat – schoon? En hoe krijg je mensen in de zorg die eigenlijk liever rondhangen op het chique, comfortabele Schiphol ?

Simpel is dat niet. De luchthaven heeft sinds jaar en dag een aanzuigende werking op dak- en thuislozen. Logisch: Schiphol is een walhalla. Het is groot, anoniem en tijdloos; je kunt er ongestoord rondhangen zonder dat iemand het doorheeft. Toiletten zijn gratis. Vuilnisbakken puilen uit met eten en door toeristen weggegooide wietzakjes. En – heel belangrijk – de almaar groeiende groep reizigers (tussen 2014 en 2015 steeg het aantal passagiers met 6 procent tot 58,2 miljoen) zijn vaak best bereid een eurootje te doneren aan mannen zoals Constatijn.

Leger des Heils

Frank (39, „geen achternaam, ik ben gevolgd door tbs’ers”) kent al deze bedelaars van gezicht. Hij sliep tien jaar geleden voor zijn afstudeerscriptie sociologie zes dagen met de daklozen van Schiphol en is er sindsdien niet meer weggegaan. Tegenwoordig loopt hij voor het Leger des Heils dagelijks rondes op en rond de luchthaven. Missie: „Daklozen in een zorgtraject krijgen.”

Neem Jan, thuisloos, „niet dakloos”, eenzaam, dol op pils, zoekend naar gezelschap om mee naar zijn thuis te nemen. Of Armand, Surinaamse Nederlander, psychotisch, vriendelijk en innemend, en al „twintig jaar wachtend tot zijn vliegtuig vertrekt”.

Frank van het Leger des Heils zag de situatie de afgelopen jaren veranderen. Enkele jaren geleden verbleven nog zo’n 200 man op en rond de luchthaven, zegt hij. Ze kwamen uit heel Nederland, en uit het buitenland: Polen, Duitsland, Hongarije, Spanje. De groep zorgde regelmatig voor overlast. Daklozen barbecueden aan het eind van perron 1 van de NS. Hingen in grote groepen in de aankomsthal. Drinkend veelal. Of slapend in de zithoek.

Maar veel „vaste bezoekers” verdwenen sinds gemeentes erop aansturen maatschappelijke opvang vooral te verlenen in de regio waarmee de dakloze „binding” heeft, zegt Frank. Samen met zijn collega’s van het Leger zorgde hij ervoor dat het aantal daklozen dat permanent op Schiphol verbleef enorm afnam.

„Hier lag het vroeger helemaal vol”, zegt Frank, en hij loopt gebukt onder de betonnen fly-over tegenover het Sheraton hotel. In de holtes van de brug, hoog en droog en uit het zicht van eventuele bewaking, overnachtten tot een aantal jaar terug tientallen daklozen, zegt hij. Dat kan nu niet meer. Tussen de betonplaten van de brug zijn dikke ijzeren hekken gemonteerd. Ook de parkeergarage even verderop heeft afgedaan als slaapplek.

Frank schat de harde kern van dak- en thuislozen nu op twintig man. Plus wekelijks een tiental „aanwaaiers” – veelal Polen, die Schiphol gebruiken als uitvalsbasis. De harde kern, zegt Frank, wil nergens anders wonen – de hardcore zorgmijders. „Laatst had ik een man die zei: ‘Ik begrijp best dat jullie me willen helpen. Maar als zo’n twintigjarig moppie zegt hoe laat ik thuis moet zijn, dan denk ik: flikker toch op. Ik bepaal zelf mijn tijden’.” Conclusie: sommige daklozen krijg je nooit weg.

‘Te soft’

Daar is Anton Koningen, operationeel manager van Schiphol en belast met de „daklozenproblematiek”, het niet helemaal mee eens. „Het Leger heeft hier heel goed werk gedaan, maar is voor deze groep iets te soft.” En dus huurt Schiphol sinds precies een jaar veldwerkers Simon van Bockel en twee collega’s in om de daklozenoverlast verder terug te dringen. Schiphol wil álle daklozen weg hebben.

Van Bockel levert, zegt hij zelf, „hulpverlening nieuwe stijl”. Die gaat „een stapje verder dan normaal” en werkt nauw samen met de marechaussee. Zijn benadering is direct. Dwingend. Directief. En een tikkeltje minder op „het humane” dan het Leger des Heils. Van Bockel: „Bij deze groep moet je er druk op houden, anders bereik je niks. Soms plegen we honderd telefoontjes voordat er een oplossing komt.”

Dat werpt volgens Koningen zijn vruchten af. Hij zegt dat daklozen vergeleken met een jaar terug 90 procent minder winkeldiefstallen plegen op Schiphol. Ook de overlast nam af. Wildplassers, buitenslapers, dronkenmannen en bedelaars worden sinds een jaar consequent beboet. Er werden „honderden” boetes uitgeschreven door de marechaussee – waarvan het merendeel overigens niet kon worden geïncasseerd, omdat het Centraal Justitieel Incassobureau geen adresgegevens had. Koningen: „Die boetes zijn echt niet bedoeld om mensen te pesten. We hebben deze harde aanpak nodig om mensen in de zorg te krijgen.”

Een woordvoerder van het Leger des Heils: „ Bij ons is geen informatie bekend waaruit zou blijken dat een andere aanpak gewenst is. De behaalde resultaten van de afgelopen 14 jaar geven, zoals ook blijkt uit het recent verlengde convenant met Schiphol, een heel ander beeld.”