VWS adviseerde Buurtzorg winst weg te poetsen

Uit openbaar gemaakte correspondentie blijkt dat ambtenaren Buurtzorg hielpen bij een bod op een deel van de failliete thuiszorgorganisatie TSN.

Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS tijdens het Tweede Kamerdebat over het faillissement van TSN. Foto Bart Maat / ANP

Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) heeft begin dit jaar aan Buurtzorg geadviseerd om zijn bod op de failliete thuiszorgorganisatie TSN Thuiszorg boekhoudkundig zodanig aan te passen dat er op papier geen winst overbleef. Buurtzorg, die dit jaar een derde van de activiteiten van TSN overnam, verwachtte aanvankelijk wel winst.

Een ambtenaar adviseerde: „Dit kan de indruk wekken dat het winstmarge betreft, terwijl de post, als wij het goed begrijpen, bedoeld is om onzekerheden te kunnen opvangen. Optisch zou je ervoor kunnen kiezen om een regel ‘post onvoorzien’ in te voegen en het resultaat op 0 te zetten.”

Buurtzorg nam het advies ter harte en nam een extra voorziening van 578.000 euro op zodat het resultaat op nul uitkwam, zo blijkt uit interne correspondentie die door een Wob-procedure openbaar is geworden.

TSN Thuiszorg was de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland. Het bedrijf met 10.000 werknemers dat aan 40.000 ouderen en gehandicapten huishoudelijke hulp bood, raakte eind 2015 in problemen. In maart van dit jaar ging het failliet.

De politieke wil om Buurtzorg te helpen, was groot op het ministerie. Ambtenaren bogen zich vooral over de vraag hoe overheidssteun juridisch en politiek verdedigbaar zou zijn. Zij adviseerden Buurtzorg rechtstreeks hoe zaken aan te pakken. Ook leverde het ministerie teksten aan voor het overnamevoorstel.

VWS zegt dat het „vanuit het belang van de betrokken medewerkers en cliënten van TSN Thuiszorg” heeft „meegelezen op toegezonden stukken omtrent de overname en daaromtrent suggesties gedaan”.

Brancheorganisatie BTN, die de Wob-procedure startte, geeft geen commentaar. „Reden is dat de Wob-procedure nog niet is afgerond en BTN helaas niet alle informatie van het ministerie heeft ontvangen. Pas als dat zo is, kunnen wij ons een compleet beeld vormen en reageren.”