Advocaat Wilders: OM voert politiek proces

Justitie is erop uit zijn partij de PVV te beschadigen, zo betoogde advocaat Geert-Jan Knoops vrijdag in de ‘minder, minder’-zaak.

Advocaat Geert-Jan Knoops en Geert Wilders in het Justitieel Complex Schiphol voor het vervolg van de strafzaak tegen de PVV-leider. Remko de Waal/ANP

Het Openbaar Ministerie in Den Haag voert “een politiek proces” tegen Geert Wilders. Justitie is erop uit zijn partij de PVV te beschadigen. De strafrechter behoort hieraan niet mee te werken. Dat betoogde advocaat Geert-Jan Knoops vrijdag in de speciaal beveiligde rechtbank op Schiphol.

Knoops meent dat “geen redelijk handelend Openbaar Ministerie” tot de beslissing had kunnen komen PVV-leider Geert Wilders te vervolgen. De door het OM gewraakte uitlatingen van Wilders zijn politieke opvattingen waar de kiezer in de stembus over moet oordelen. Het is niet aan de strafrechter hierover te oordelen, aldus de raadsman.

Een beslissing van de strafrechter zou een uitspraak zijn over een partijprogramma “dat door een miljoen Nederlanders wordt omarmd”. Een rechterlijk oordeel zou “een gebrek aan eerbied betekenen voor een politieke partij”. Zoiets hoort niet, aldus Knoops die zich vooral beriep op buitenlandse jurisprudentie in dit verband.

Uitlatingen wegens een ras

Vrijdag was door de Haagse rechtbank de hele dag uitgetrokken voor zogeheten preliminaire verweren van de zijde van Wilders. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de PVV-leider begint op 31 oktober. Als de preliminaire verweren zouden worden toegewezen, komt er helemaal geen proces.

Wilders wordt verweten dat hij “op 19 maart 2014 te Den Haag, zich tezamen en in vereniging met (een) ander(en), in het openbaar, mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Marokkanen, wegens hun ras”.

Dan vervolgt de dagvaarding:

“immers, tijdens een (partij)bijeenkomst in een horecagelegenheid in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen, heeft hij, verdachte, tegen en/of aan het in die horecagelegenheid aanwezige publiek gezegd en/of gevraagd: ‘ik vraag aan jullie, willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?’ waarop/waarna een gedeelte van dat aanwezige publiek, althans één of meer perso(o)n(en) zestien maal, althans een- of meermalen antwoordde/antwoordden, althans riep/riepen: ‘minder!’ Waarna hij, verdachte, zei: ‘Nah, dan gaan we dat regelen’.”

De afgelopen maanden heeft de rechter-commissaris 35 mensen gehoord van de 6.400 die aangifte deden tegen Wilders. Dit gebeurde op verzoek van de verdediging, die stelt dat aangevers werden geronseld en nauwelijks zouden hebben geweten waarom ze eigenlijk aangifte deden. De voorzitter van de rechtbank Hendrik Steenhuis zei dat 56 personen zich hebben gesteld als benadeelde partij en deels schadevergoeding vragen. Ook vijf organisaties hebben zich gemeld als benadeelde partijen en eisen een symbolische schadevergoeding en rectificatie door middel van het vonnis.

‘OM heeft nooit eerder bezwaar gemaakt’

Advocaat Knoops verwijt het OM het “vertrouwensbeginsel” te hebben geschonden. De uitspraken waar Wilders zich nu strafrechtelijk voor moet verantwoorden doet de politicus al in allerlei variaties sinds de oprichting van zijn partij in 2005. Het OM heeft daar nooit eerder bezwaar tegen gemaakt en dus is het onredelijk om hem nu wel te dagvaarden, aldus de advocaat.

Wilders vervult gewoon zijn plicht als politicus door de Nederlandse staat te wijzen op gevaren. Dan geeft het geen pas zijn vrijheid van meningsuiting te beperken. Uit peilingen zou bovendien blijken dat 43 procent van de Nederlanders de gewraakte uitlatingen van Wilders steunt. Het OM miskent dus “de bijzondere positie” van Wilders door een “disproportioneel gebruik te maken van het vervolgingsrecht”.

Wilders kan volgens zijn raadsman ook niet begrijpen waarom politici als Rutte, Aboutaleb, Oudkerk en vele anderen wel ‘pleurt-op-achtige-uitspraken’ mogen doen over allochtonen die “soms kwetsend en shocking” zijn maar niet tot vervolging leiden. Er is hier volgens hem sprake van justitiële willekeur. Hij wil dat de rechtbank het OM niet ontvankelijk verklaart.

‘Ik heb hier niets te zoeken’

Na een betoog van Knoops dat bijna vijf uur duurde, verwierp het OM alle bezwaren van de verdediging in twintig minuten. “Politici staan niet boven de wet. Er is maar één instantie die uitsluitsel kan geven over de vraag of in deze zaak strafrechtelijke grenzen zijn overschreden en dat is de rechtbank. Daarom moet het OM in zijn vervolging worden ontvangen”, zei de officier van justitie Sabina van der Kallen.

Ze zei dat justitie “nooit enig gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt” dat Wilders nooit zou worden vervolgd voor de gewraakte uitlatingen. “Sterker nog: na zijn laatste vervolging was Wilders zich als geen ander bewust van de strafrechtelijke gevoeligheid van bepaalde publieke uitlatingen”.

Tammes wees erop dat de Amsterdamse rechtbank die Wilders vijf jaar geleden vrijsprak in een vergelijkbare strafzaak heeft overwogen dat ‘het van wezenlijk belang is dat politici in hun openbare uitspraken vermijden woorden te gebruiken die de onverdraagzaamheid zouden kunnen aanwakkeren’. Tammes zei ernaar uit te zien “nu eindelijk inhoudelijk met de strafzaak te kunnen beginnen”.

Geert Wilders kreeg het laatste woord en richtte zich nadrukkelijk ook “tot de mensen thuis” in zijn betoog dat zoals de hele zitting rechtstreeks op tv en internet werd uitgezonden. Hij klaagde over “klassenjustitie” en zei niet te begrijpen dat hij niet mag pleiten voor minder Marokkanen en premier Mark Rutte wel straffeloos mag zeggen dat Turken op moeten ‘pleuren’. Wilders klaagde “veel tijd kwijt te zijn aan dit vreselijke proces. Ik heb hier niets te zoeken”. Hij vroeg de rechtbank een einde te maken “aan de charade van dit proces”.

De Haagse rechtbank zal vrijdag 14 oktober bekendmaken of de strafzaak tegen Wilders doorgaat.