Column

Trump en het einde van de irrealpolitik

Column Marine Le Pen en Geert Wilders hebben vrede met Trumps verhaal over meer nationale soevereiniteit en Poetin als ‘sterke leider’. Maar het Europese establishment hapt naar adem, als een vis op het droge.

Op een receptie in 1990 gaf Donald Trump een Amerikaanse nucleaire onderhandelaar een tip over hoe je een goede deal sluit met de Sovjets: „Kom laat binnen, buig je over je counterpart, priem een vinger in zijn borstkas en zeg: Fuck you!”

Dit soort anekdotes doet het goed op paneldiscussies en seminars in Europese hoofdsteden als de vraag valt wat het betekent voor Europa als Trump de Amerikaanse verkiezingen zou winnen. De zaaltjes zitten vol ambtenaren, politiek analisten, studenten en ondernemers. De debatten zijn levendig, maar niemand heeft een antwoord op wat de verkiezing van deze man, elke dag minder ondenkbaar, daadwerkelijk zou betekenen voor Europa.

Marine Le Pen en Geert Wilders hebben vrede met Trumps verhaal over meer nationale soevereiniteit en Poetin als ‘sterke leider’. Maar het Europese establishment hapt naar adem, als een vis op het droge.

Trump wordt als officiële Republikeinse kandidaat al gebriefd over belangrijke staatszaken. Hij heeft inzage in geheime documenten. Zijn medewerkers bereiden noodverordeningen voor om vanaf dag het beleid van president Obama terug te draaien. The New Yorker heeft er deze week een goed verhaal over.

Maar wat voor verordeningen? Wil Trump het nucleaire akkoord met Iran inderdaad verscheuren? Wil hij echt dat de NAVO alleen bondgenoten helpt als ze meer contributie betalen? Zal hij de Russische annexatie van de Krim erkennen en TTIP-onderhandelingen stoppen?

De VS en Europa zijn zeventig jaar lang een hecht, transatlantisch blok geweest – met ups en downs, maar drijvend op vertrouwen en wederzijds belang. Die zeventig jaar zijn voor Europa de langste periode zónder oorlog geweest sinds de vrede van Westfalen (1648). Na 1945 beschermden de Amerikanen ons tegen de Sovjet-Unie. Zo konden Europeanen rustig hun verzorgingsstaten bouwen, niet gestoord door de geopolitiek.

Toen de Muur viel, in 1989, waren de Europeanen consumenten en pacifisten geworden. Ze vonden het best dat Amerika zich langzaam terugtrok, en zich op Azië ging focussen. De Sovjets waren overwonnen, alle gevaar was geweken. Onze missie werd om de rest van de wereld net zo te maken als wij. Hubert Védrine, voormalig Frans minister van Buitenlandse Zaken, noemt dit: irrealpolitik: een mengsel van idealisme, optimisme en naïviteit. „Europa”, zei hij laatst tegen het Zwitserse blad l’Hebdo, „is te vaak de idioot van het global village geweest”.

Dat is een hard oordeel voor een politiek die goedbedoeld was. Maar Védrine heeft gelijk: het kostte Europa 25 jaar om te landen in de echte wereld. In de realpolitik, waarin niet ngo’s, conflictpreventie en mensenrechten de boventoon voeren maar cynische autocraten en bloeddorstige jihadi’s.

Dit zou minder erg zijn geweest, als we onder de Amerikaanse paraplu verder konden. Maar nu komt Trump in beeld als commander-in-chief. Hij wil „terughalen wat wij de wereld hebben gegeven”. De wereld is multi-polair geworden, met meerdere supermachten. Trump laat dat zo. Laat Japan en Zuid-Korea hun eigen kernwapens maar nemen, als ze zo bang zijn voor China. En de paraplu voor Europa wordt verder ingeklapt.

Zelfs als Clinton wint, moet Europa meer zijn eigen bonen doppen. Dat is de les van ’89, die nu pas doordringt. Paradoxaal genoeg betekent dit dat we de EU harder nodig hebben dan ooit. Defensie, handel, buitenlandse politiek – we moeten meer samenwerken, minder kibbelen, anders worden we compleet weggespeeld. Niemand die om ons treurt, en geen Amerikaan die ons nog komt redden.

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over politiek en Europa.