Teruggestuurd naar het land zonder kansen

Uitgezette migranten

Deze week besloot staatssecretaris Dijkhoff de ‘vertrekpremie’ voor asielzoekers uit Albanië per direct te schrappen. NRC zocht twee recent uitgezette Albanezen op in hun vaderland. Hoe is het leven daar?

Ilir Cani (22) komt aan op de rode brommer van zijn oudere broer. Hij is bruinverbrand en gespierd. Niet van strand of sportschool, maar van zijn werk in de bouw, zeven dagen per week. Hij gaat zitten op de plastic stoeltjes van het smoezelige terras in Kamëz. We zitten in een buitenwijk van de Albanese hoofdstad Tirana. Hoe het met hem gaat? Hij wil weg.

Ilir Cani vloog ruim drie maanden geleden, op vrijdag 20 mei, van de Rotterdamse luchthaven naar Albanië. In het speciaal gecharterde vliegtuig zaten dertig Albanezen die illegaal in Nederland of Engeland wilden werken. Ilir was opgepakt in Europoort bij Hoek van Holland waar hij in een vrachtwagen wilde klimmen om de oversteek naar Engeland te maken.

Hij was toen bleker en minder gespierd. Verlegen lachend zat hij in het vliegtuig ingeklemd tussen twee marechaussees. Elke Albanees werd geëscorteerd door twee marechaussees. Daarnaast was er nog een back-upteam van speciaal getrainde mensen die vreemdelingen die zich verzetten in bedwang kunnen houden. Niet dat er sprake was van verzet, maar je weet maar nooit.

Het doel van de met publiciteit omgeven vlucht was afschrikking: er komen veel te veel Albanezen naar Nederland. Een deel vraagt zelfs asiel aan, dit jaar 1.351 (betreft eerste asielverzoek). Na Syriërs zijn Albanezen dit jaar de grootste groep asielzoekers. Ze hebben geen recht op asiel want Albanië is een veilig land – geen oorlog en geen vervolging. Het land is lid van de NAVO en kandidaat-lid van de Europese Unie.

Asiel aanvragen is de afgelopen maanden zo onprettig mogelijk gemaakt voor Albanezen en andere Oost-Europeanen. Ze worden versneld teruggestuurd en tijdens hun verblijf in een azc krijgen ze alleen kost en inwoning, geen geld. Deze week besloot staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asielzaken, VVD) de ‘vertrekpremie’ van 200 euro per volwassene om de terugreis te bekostigen voor Albanezen per direct te schrappen. Eerder al had hij de bijdrage die afgewezen asielzoekers kunnen krijgen om in het land van herkomst een nieuw leven op te bouwen, geschrapt voor Albanezen en asielzoekers uit westelijke Balkanlanden.

Als iedereen 200 euro per maand meer zou verdienen, zou niemand meer vertrekken

De groep Albanezen die de grens oversteekt en werk zoekt, zoals Ilir Cani, is vermoedelijk veel groter dan de groep Albanese asielzoekers. Van illegale arbeiders zijn geen cijfers, zij worden niet geregistreerd. Zij komen alleen boven water als ze worden opgepakt. Waarom verlaten zoveel jonge Albanezen hun land? Is Albanië, buurland van Griekenland, dan zó verschrikkelijk?

Tien euro per dag verdienen

Ilir Cani kan er kort over zijn. In Albanië kun je niets als je niet de juiste vrienden hebt of niet veel geld. In het beste geval heb je allebei. En het gekke is, vertelt Ilir op het terras, daar bestaat geen verontwaardiging over. Het lijkt alsof iedereen zich erbij neer heeft gelegd dat je met geld of de juiste kennissen een baan kunt krijgen en dat je capaciteiten er niet of nauwelijks toe doen.

Het land is arm: het bruto nationaal product van Albanië, met zo’n 2,7 miljoen inwoners, is eentiende van dat van de regio Amsterdam, met eenzelfde bevolkingsgrootte. In de Corruption Perceptions Index van Transparency International die het vertrouwen van de bevolking in de eigen overheid meet, bungelt Albanië van de landen in Europa vrijwel onderaan. 33 procent van de bevolking heeft vertrouwen in de overheid. In Nederland is dat 83 procent (cijfers uit 2015).

Volgens Ilir zou de uittocht van jonge Albanezen vrij eenvoudig te stoppen zijn: „Als iedereen 200 euro per maand meer zou verdienen, zou er niemand meer vertrekken.” Hij houdt van Albanië. De mensen zijn er vriendelijk en echt veel warmer dan in West-Europa. Het weer is goed, de stranden zijn mooi en het landschap prachtig. Hij is er trots op Albaniër te zijn. Maar ja, die toekomst hè, als je iets wilt met je leven, dan kan dat niet. Ilir verdient 10 euro per dag.

Jonge Albanezen zeggen allemaal hetzelfde. Politici hebben geen oog voor de bevolking, maar vooral voor zichzelf. Een mooi voorbeeld ligt aan het centrale plein van Tirana, een groot ovaal plein waar het verkeer in hysterische chaos omheen raast. Verkeersregels lijken niet te bestaan, in het verkeer geldt het recht van de sterkste. Een vijftienjarige jongen op een gammele fiets wordt met een klap aangereden door een lesauto die toeterend doorrijdt. De jongen heeft alleen wat schrammen. De voorkant van zijn fiets ligt in puin.

In Albanië hangt voorspoed nog steeds af van de familie waartoe je behoort

Naast de wegen naar het plein liggen nieuwe rode fietspaden, afgekeken van Nederland. Mét de bekende witte afbeelding van een fiets op het asfalt gespoten. Uit het niets beginnen de fietspaden ergens in het kleine centrum van Tirana. Bij het plein, waar de veiligheid van het fietspad het meest nodig is, houden ze abrupt op. Hier moet de fietser het zelf verder uitzoeken. Net als de gemiddelde Albanees.

Albanezen wijzen daar gelaten op, met zelfspot. Prestigeprojectjes waar politici mee kunnen pronken, wat hebben zij eraan? Toch zijn ze niet bitter. Het verkeer is ook geen gevecht. Niemand scheldt op een ander door het open raam. In de taxi steekt de chauffeur een duim op als iemand toch voorpiept zonder lakschade. „Met een zuiver staatsapparaat zouden we een tweede Zwitserland kunnen zijn”, zegt die chauffeur. Hij werkt elke dag 12 uur. Als hij uit de auto stapt, stapt zijn broer in. Die draait dan 12 uur lang de nachtdienst. Na een week wisselen ze om. Gemiddeld maandsalaris: 300 euro.

Als baby naar een opvoedkamp

De achterstand van Albanië heeft alles te maken met het communistische verleden. „We hebben vijftig jaar in duisternis geleefd”, zegt Simon Mirakaj (72). Hij zit achter zijn bureau in een stoffig kamertje in een kantoor in het centrum van Tirana. De wanden zijn bedekt met portretfoto’s. Hij is voorzitter van een organisatie voor slachtoffers van het regime van dictator Enver Hoxha, die na de Tweede Wereldoorlog aan de macht kwam en geen genade kende voor tegenstanders, zoals de vader van Simon Mirakaj. Die vader vluchtte de bergen in en Mirakaj kwam als baby van twee weken met zijn moeder in een communistisch opvoedkamp terecht. Toen hij het kamp verliet was hij 44.

Wat is die communistische erfenis dan? Gebrek aan moraliteit en daaruit voortkomende corruptie, zegt Mirakaj. Een land waar het lot en leven van mensen enkele decennia in handen lag van de staat, mist een maatschappelijk middenveld met een écht onafhankelijke pers, vrijwilligersorganisaties, een gezaghebbende culturele en intellectuele elite, een politieke elite die bereid is te strijden voor idealen.

De kapitalistische periode die begin jaren negentig volgde op het communisme pakte ongelukkig uit. De Albanezen stopten al hun spaargeld in dubieuze investeringsfondsen met fabuleuze rentepercentages. Eind jaren negentig stortten die piramidefondsen in en werd de chaos in het land zo groot dat een internationale troepenmacht het land binnentrok om de orde te herstellen en voedsel uit te delen. Zo marcheerde Albanië gedesillusioneerd de eenentwintigste eeuw in, van enige maatschappijhervorming was nog weinig terechtgekomen. Nog steeds was Albanië een voornamelijk agrarische samenleving waar clans de dienst uitmaakten. Een klein deel is puissant rijk, de meeste anderen hebben weinig tot niets.

Mirakaj: „In Albanië hangt voorspoed nog steeds af van de familie waartoe je behoort. De mensen die nu aan de macht zijn, behoren tot de juiste familie of groep. Ze kunnen de schitterende huizen waarin zij wonen helemaal niet betalen van de salarissen die ze officieel krijgen. Maar het geld in dit land gaat naar hen in plaats van naar hogere lonen en betere pensioenen.”

Dat doorbreken is heel lastig. Het vergt een nieuwe generatie dappere en gedreven politici. Zoals de burgemeester van Tirana? Mirakaj aarzelt. „Ik zou niet op hem stemmen”, zegt hij. „Maar hij is er wel op eigen kracht gekomen, zonder kruiwagens.”

Die gedreven politici zouden ook de drugshandel moeten aanpakken. In de bergen, zegt Mirakaj, stikt het van de wietplantages, die gerund worden door criminele bendes, vaak ook weer georganiseerd rondom bepaalde families. Het hele dorp ziet de busjes met plukkers de bergen inrijden en leeg weer terugkomen. ’s Avonds worden de werknemers weer opgehaald. En de dorpelingen doen of hun neus bloedt. Of ze werken er zelf. Ze leven soms nog in dorpen zonder riolering of elektriciteit. Ze hebben weinig keus.

Afgestudeerden worden ober

Mirakaj heeft zich erbij neergelegd dat hij serieuze hervormingen niet zal meemaken. Hij hoopt dat zijn zoon (21), derdejaars student rechten, verbeteringen zal zien. Maar voorlopig worden Albanese jongeren met enige ambitie geconfronteerd met post-communistische leegte. Ze zijn er allemaal trots op Albanees te zijn, maar dat warme nationalisme is onvoldoende om het gebrek aan mogelijkheden te compenseren.

In het stadspark van Albanië liggen Fjorida Dita (19) en Denada Xurre (18) op het kunstgras. Ze gaan beiden na de zomervakantie studeren, Fjorida scheikunde en Denada psychologie. Het liefst zouden ze in het buitenland studeren natuurlijk maar dat is financieel uitgesloten, alleen de allerbesten kunnen een beurs krijgen. Wat ze willen worden? Ze lachen een beetje schaapachtig. Natuurlijk verwachten ze niet dat ze als scheikundige of psycholoog aan het werk zullen gaan. Meisjes worden hier callcenter-telefoniste en jongens ober, zegt Fjorida. „De meeste taxichauffeurs hebben twee masters.”

Edisan Shahu (22) werkte inderdaad in een bar, maar nu werkt hij acht uur per dag in een gokkantoortje waar kan worden gewed op voetbaluitslagen. Hij verwerkt de weddenschappen in de computer. Hij is net komen aanlopen op slippers. Oorbel met nepdiamantje in linkeroor. Kort baardje. Hij lacht veel. Hij bestelt een blikje sinaasappellimonade. Hij woont in dezelfde buitenwijk van Tirana als Ilir. Ook hij zat op de terugkeervlucht uit Nederland van mei. Hij is op zoek naar een tweede baan, zestien uur per dag moet kunnen, denkt hij. Zo kan hij tenminste wat sparen voor een nieuwe reis naar West-Europa. Trouwens, hij moet nog wat schulden van z’n vorige reis afbetalen.

Edisan kent Ilir, ze zaten samen enkele dagen in de cel van een Rotterdams politiebureau. Edisan Shahu was nog maar kort in Nederland. Hij was met twee neven van Tirana naar Brussel gevlogen. Ze hadden nog selfies gemaakt op Amsterdam Centraal. Een paar dagen later werden ze opgepakt toen ze in Europoort over het hek klommen. Het was zijn tweede poging. In Engeland hadden ze werk willen zoeken in de bouw.

Neven die het is gelukt

Op de vele smoezelige terrasjes van Kamëz bespreken jongemannen hun opties. Naar Nederland reizen is vrij eenvoudig. Ze hoeven geen gevaarlijke reis te ondernemen zoals Syriërs, maar kunnen gewoon op de bus stappen. Maar ze willen het liefst naar Engeland. Zwart werk vinden in Nederland is lastig omdat de werkgevers veel meer op hun hoede zijn dan in Engeland. De boetes voor ondernemers bij ontdekking zijn hoog.

Vanuit Nederland illegaal oversteken naar Engeland wordt steeds moeilijker. Niet alleen vanwege de illegale arbeiders, ook uit angst voor terrorisme wordt overal beter opgelet en gecontroleerd. Iedereen kent neven, vrienden, kennissen die het wel is gelukt, maar dat was dan even terug, met behulp van een smokkelaar, of ze hadden extreem veel geluk. Iedereen kent ook mensen die maanden in Dieppe bivakkeren en wachten op een mogelijkheid. Calais is al lang geen reële optie meer.

En dus worden er bij glazen raki stoere verhalen verteld en waanzinnige plannen gesmeed. Een Nederlandse of Engelse vrouw trouwen staat bovenaan. De nieuwste methode is om een (nep)chauffeursaantekening te verkrijgen en als bijrijder in een vrachtwagen over te steken. De vrachtwagen rijdt met één chauffeur terug, geen haan die ernaar kraait.

Edisan kent verschillende mannen die het zo is gelukt, zegt hij. En ken je het verhaal van de voetbalsupporters? Vijftig Albanezen zijn verkleed als fans naar Engeland gegaan, zogenaamd om daar de voetbalwedstrijd Italië/ Engeland bij te wonen. Het is al jaren geleden maar het blijft een stunt. Tussen de 2.000 en 3.000 euro betaalden ze smokkelaars voor bemiddeling. Ze werken nu allemaal in Engeland, zegt Edisan triomfantelijk. Althans, zo gaat het verhaal. Hij had willen proberen om deze zomer na het EK in Frankrijk tussen de Engelse fans mee terug te reizen, maar hij had geen geld.

Edisan schat dat veertig tot vijftig van zijn vrienden en kennissen Albanië hebben verlaten. „Ik neem m’n telefoon vaak niet eens mee, er is hier toch niemand”, zegt hij. De keuze is buitenland of criminaliteit. Hij kiest voor buitenland. Criminaliteit vindt hij nóg risicovoller. En een eigen zaakje beginnen? Hij grijnst van oor tot oor. Uitgesloten in dit land. Voor je het weet heb je een ontploffing in je zaak, veroorzaakt door de concurrentie, die weer in bescherming wordt genomen. Door wie? Ja, door wie.

Ze moeten weer een vak leren

Er móeten toch ook positieve geluiden te horen zijn in Albanië? Wie heeft nog vertrouwen in de toekomst? Zijn er politici met ambities en idealen? We kloppen op de deur van het gemeentehuis in Tirana. We willen de burgemeester spreken. Er staan twee ongewapende wachten voor de deur. Eén verdwijnt om het verzoek door te geven. We moeten even wachten op de bruine klapstoeltjes in de hal maar dan mogen we de reusachtige okergele burgemeesterskamer binnen.

De burgemeester komt binnen op suède moccassins. Erion Veliaj (37) heeft een jongensachtige, joviale uitstraling en spreekt – een grote uitzondering in Albanië – perfect Engels. Niet gek want hij studeerde politieke wetenschappen aan de Grand Valley University in Michigan. Opvallend, dat zegt hij over zichzelf, hij kwam terúg naar Albanië. Waarom? Omdat hij gelooft in het land.

De burgemeester is een socialist. Hij wil het Albanese volk opvoeden. Ze moeten weer een vak leren, vindt hij – loodgieter, elektricien, timmerman, chef-kok, bakker. Daarvoor moeten er weer ambachtsscholen komen. Daar gaat hij voor zorgen. Nu studeert de jeugd filosofie of sociologie. „Waarover gaan die in godsnaam allemaal filosoferen?” Het stikt van de slechte universiteiten in Albanië, zegt hij. Hij sloot al een fiks aantal, zegt hij. Twintig op één dag. En er moeten er nog meer dicht. „Je kunt hier diploma’s kopen.”

En hij wil investeren in de kinderen. Het systeem van een ochtend- en een middagshift dat Albanië nu kent bij gebrek aan voldoende scholen, vindt hij niets. Jonge kinderen moeten een goede opleiding krijgen. Niet alleen taal en rekenen, ze moeten worden opgevoed: je gooit geen rommel op straat, hoe zeg je alsjeblieft en dank je wel, en voor het rode licht hoor je te stoppen.

Erion Veliaj gelooft dat gemeenschapsleven essentieel is voor een samenleving. Hij wil dat mensen weer met hun buren de stoelen naar buiten sjouwen voor een feest, een begrafenis of een huwelijk. Hij herinnert zich dat onder de eetkamerstoelen in zijn ouderlijk huis de initialen van zijn vader waren gegraveerd zodat hij de juiste stoelen weer mee naar huis kreeg. Het gemeenschapsleven wás er dus wel, en Veliaj wil het herstellen. „Daarom was ik ook zo’n voorstander van de aanleg van het grote park in Tirana dat een paar maanden geleden werd afgerond. Families kunnen daar samen komen voor een picknick, kinderen kunnen spelen.”

En de corruptie? Die zit verankerd in het systeem van het land, niet in het karakter van de mensen, zegt de burgemeester. Want Albanezen in Nederland zijn niet corrupt, denkt hij. „Ik wil het systeem aanpakken. Iedereen moet belasting betalen, iedereen. Allemaal via de computer, zodat niemand een vriendje kan bevoordelen. Maar het kost tijd. Geef me tijd.”

Hoge hekken om huizen

De Albanese schrijfster en journalist Flutura Açka (50) had zo graag in de mooie woorden van de burgemeester willen geloven. Sterker nog; ze geloofde in hem. Net als in zijn voorganger Edi Rama, de kunstschilder die burgemeester van Tirana werd en nu minister-president is. Het zijn mannen die met hun charisma en optimisme de Albanezen hoop gaven. En we waren bereid hen tijd te geven, zegt Flutura Açka. „Maar ze hebben teleurgesteld. Weet je waar de minister-president woont? In een ‘gated community’, nabij het dorp Surrel. Hoge hekken om huizen die miljoenen waard zijn, voor de allerrijksten. Veel politici en ex-politici wonen zo.”

Flutura Açka geeft het voorbeeld van de vuilnisbelt in Tirana, onderdeel van een nieuwe vuilophaaldienst waar de burgemeester trots op is. Er bleken minderjarige kinderen te werken. Een jongen van 17 kwam om het leven toen hij door een graafmachine op de vuilnisbelt werd gegrepen. De journaliste die het verhaal publiceerde werd plotseling ontslagen. Flutura Açka, die een kritisch en zeer populair blog bijhoudt, wordt zelf ook op allerlei manieren tegengewerkt, vertelt ze. Maar ze is getrouwd met een Nederlander en heeft daardoor een uitweg. Ze woont de helft van de tijd in Utrecht. Andere critici hebben het een stuk lastiger.

Toch is Flutura Açka niet alleen pessimistisch. Met de volgende generatie komen weer nieuwe kansen. Haar zoon is zestien en zit in Hilversum op de internationale school. Als uit zíjn generatie een groepje integere politici voortkomt, mensen die hun idealen behouden ook als ze aan de macht zijn, dan is dat het begin van verandering.

Het is een week later als Edisan appt: Denk je dat je in Nederland een vrouw voor me kunt vinden?