Column

Teen spirit

©

Als pubers gaan stinken, worden ze ongelukkig. Tussen stinken en ongeluk zit geen oorzakelijk verband – beide worden veroorzaakt door de onderliggende factor van de hormonen. Vijfentwintig jaar geleden kwam de cd Nevermind van Nirvana uit. (Ja, generatiegenoten! VIJFENTWINTIG JAAR GELEDEN! Toen waren we jong.) Het belangrijkste nummer op die cd was ‘Smells Like Teen Spirit’. Omdat het mijn lot is heel erg achter elke trend aan te lopen, had ik toen ook niet door hoe belangrijk dit nummer was, en zou blijven. Ik vond het lawaai, en ik speelde viool.

Als je ‘Smells Like Teen Spirit’ nu hoort, is het veel melodieuzer dan het toen leek. Veel liever ook, minder gevaarlijk. Het bijzondere aan Nirvana was Kurt Cobain, die zijn depressie rechtstreeks doorgaf aan zijn puberfans. ‘Smells Like Teen Spirit’ zou je kunnen vertalen als ‘het stinkt hier naar ongelukkigheid’.

Een paar jaar na het verschijnen van Nevermind ging ik in Amerika studeren. Iedereen had nog steeds een wijde ruitjesbloes aan. Iedereen droeg z’n haar lang en was ongelukkig. In de eerste week dat ik er was, kwam ik erachter dat Teen Spirit een deodorantmerk was. Speciaal voor pubers, in allerlei verschillende zoete varianten. Kurt bleek zich veel letterlijker uitgedrukt te hebben dan ik dacht.

Een kwart eeuw later zijn pubers nog even ongelukkig als ze altijd zijn geweest. Maar voor die ongelukkigheid is een stuk minder ruimte. De popsterren zijn frisser dan Kurt was. Dientengevolge bestaan er nu pubers die naar de sportschool gaan (in de Nirvanatijd haatte iedereen gym). Er zijn pubers die zelf een YouTube-kanaal beginnen en daar geld mee verdienen (wij hingen voor de tv).

Als een puber van nu wél uitkomt voor zijn/haar ongelukkigheid, zet die puber ongelukkige foto’s van zichzelf op Instagram, die er toch heel mooi uitzien. Ze eten chiazaadjes. Ze gaan naar Starbucks. Ze stinken nog steeds – in plaats van Teen Spirit hebben ze Axe.

Onlangs, in een hip koffietentje, zei een jongen tegen de serveerster: „Ik wil de granola. Want dat is gewoon cruesli, toch?” „Ja hoor”, zei de serveerster, „granola is gewoon cruesli.”

Dit leek op de een of andere manier veelzeggend. Alles verandert om uiteindelijk hetzelfde te blijven.