Opinie

Stop eindelijk eens met dat framen van de Turkse president

Opinie Politici dringen aan op sancties tegen Turkije. Onterecht, en slecht voor de integratie van Turkse Nederlanders, oordeelt Tom Zwart. „Nederland kan Erdogan het beste hulp aanbieden om op het rechte pad te blijven.”

foto reuters

Na de mislukte coup in Turkije zijn circa veertigduizend Turken gedetineerd en tachtigduizend mensen ontslagen, onder wie een groot aantal rechters. Sindsdien wijst de internationale gemeenschap terecht president Erdogan er voortdurend op dat alle verdachten onschuldig zijn totdat het tegendeel is bewezen en dat zij recht hebben op een behoorlijk proces. Nederlandse politici zijn dat station al gepasseerd. Zij nemen op voorhand aan dat Erdogan deze waarborgen zal veronachtzamen en dringen nu al aan op sancties. Daarmee tonen zij niet de zelfbeheersing die zij wel van de Turkse president verlangen.

Erdogan verdient tenminste het voordeel van de twijfel, om twee redenen.

In de eerste plaats heeft de Turkse regering het aanbod van de secretaris-generaal van de Raad van Europa, Thorbjørn Jagland, aanvaard om bij de vervolging van de gedetineerden nauw met de Raad samen te werken. Turkije is lid van deze organisatie, die geldt als het bolwerk van de mensenrechten. Jagland kreeg dit voor elkaar door al binnen twee weken na de coup in Ankara op bezoek te gaan.

Lees ook het veel gelezen profiel over de Erdogan: Erdogan, de eeuwige straatvechter

In de tweede plaats is Erdogans slechte reputatie in West-Europa niet op feiten gebaseerd. Die laten zien dat hij en zijn AK-partij de afgelopen decennia een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van de democratie en de rechtsstaat. Zo wist hij het leger uit de politiek te bannen en terug in de kazerne te krijgen, investeerde hij in het rechtssysteem en maakte hij een einde aan de discriminatie van minderheden. Hij zorgde voor een enorme economische opleving en garandeerde het recht op gezondheid, huisvesting en voedsel voor arme Turken.

Daarmee is Turkije nog geen mensenrechtenparadijs. Zo is de vrijheid van journalisten en organisaties die opkomen voor ‘terroristen’ aan banden gelegd. Maar wie in Nederland oproept tot steun aan IS riskeert ook een gevangenisstraf.

Erdogan is een vrome moslim die na een flirt met het islamisme besloten heeft om zijn eieren in het mandje van de democratie te leggen. Hij heeft zijn landgenoten ervan overtuigd hetzelfde te doen en daardoor is de democratie nu omarmd door de natie. Dat verklaart waarom de Turken massaal de straat opgingen om de democratie te beschermen, vaak met gevaar voor eigen leven. De leden van de elite moeten helemaal niets hebben van Erdogans democratische aspiraties. Zij zijn uit op een autoritaire regeringsvorm waarin godsdienst wordt gemarginaliseerd. Dat streven wordt gesteund door delen van het leger.

Een groot aantal Turkse Nederlanders heeft twaardering voor Erdogans bijdrage aan de democratie, maar niet voor de conservatieve koers die hij daarbinnen vaart. Tot die groep behoort het raadslid Ilhan Tekir uit Gorinchem, die onlangs in de Volkskrant probeerde het negatieve beeld van Erdogan in de Nederlandse media bij te stellen. Die poging om de feiten te laten spreken moest hij bekopen met verwijdering uit de GroenLinks-fractie in zijn gemeente.

Zo hoort een democratie niet met pogingen tot waarheidsvinding om te gaan.

Tekir was niet de enige volksvertegenwoordiger die het zwaar te verduren kreeg. DENK-politicus Tunahan Kuzu trof dinsdag 13 september de gehele Tweede Kamer tegenover zich toen hij ervoor pleitte nog geen sancties in te stellen tegen Erdogan, terwijl hij aandrong op een behoorlijk proces voor de verdachten.

Zijn collega-parlementariërs beschuldigden hem ervan de belangen van de Turkse overheid en niet die van de Nederlandse kiezers te representeren. Daarmee zou hij zijn plicht om als Tweede Kamerlid het Nederlandse volk te vertegenwoordigen verzaken.

Kuzu merkte terecht op hij het Nederlandse volk wel vertegenwoordigt, omdat daartoe ook Turkse en Marokkaanse Nederlanders behoren die de anti-Erdogan retoriek verwerpen.

Veel politici vinden dat de leden van Kuzu’s achterban die tegen de coup protesteerden, slecht zijn geïntegreerd. Zij zouden zich moeten aanpassen ‘aan onze manier van leven’. Maar uit onderzoek blijkt dat Europese moslims juist door hun religie worden gemotiveerd om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Zij slagen er prima in om hun religieuze waarden met de normen van een moderne liberaal-democratische samenleving te verenigen. Het enige dat dit proces kan verstoren, zijn uitsluiting en afwijzing door de meerderheid. Haagse politici kunnen onze manier van leven dus het beste bevorderen door Turks-Nederlandse jongeren de hand te reiken en hen niet met gespierde taal in de hoek te zetten.

Het wordt tijd dat er een punt worden gezet achter het framen van Erdogan, jonge moslims in Nederland en de politici die hen vertegenwoordigen. De democratie is er juist bij gebaat dat de verbinding met hen wordt gezocht. In het geval van Erdogan betekent dat niet dat hij een blanco cheque hoeft te krijgen. Nederland kan hem het beste hulp aanbieden om op het rechte pad te blijven, naar het voorbeeld van de Raad van Europa.

Dat is veel beter dan jezelf volledig buiten spel te plaatsen.